Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.

woensdag 1 november 2017

Eerlijkheid

Een jaar geleden bezocht hij een informatiedag van de Nationale Reserve, in defensietermen NatRes. Hij wilde meer dan alleen vakkenvullen bij de supermarkt. Nieuwe uitdagingen aangaan. Fysiek bezig zijn. Hij wilde iets betekenen voor de maatschappij. Misschien had hij een te romantisch beeld voor ogen. Voor hem was het een eerlijke wens.

NatRes vertelde hem dat hij kon solliciteren.

Dat deed hij.

Hij ontving een pakket met vragenlijsten, die naar eer en geweten moesten worden ingevuld en geretourneerd.

Dat deed hij.

De beantwoorde vragen zouden dienen als achtergrond voor een antecedentenonderzoek. Niet alleen van hemzelf. Ook van zijn vriendin, ouders, zussen, grootouders, ooms en tantes, vrienden. NatRes wil weten wat voor vlees ze in de kuip krijgen. Ze wil risico’s vermijden.

Hij wilde geen informatie achterhouden of verdraaien. Eerlijkheid, daar ging het om. Want eerlijkheid duurt het langst. Voor het beantwoorden van een aantal vragen ging hij bij zijn ouders te rade. Was hij ooit in aanraking gekomen met de politie? Hij had ja geantwoord. Hij was een keer aangehouden omdat hij ’s avonds zonder licht fietste.

Maandenlang hoorde hij niets. Hij belde en mailde. ‘Ja, we zijn met uw dossier bezig,’ werd er geantwoord. ‘We hebben het druk, personeelsproblemen. U hoort van ons.’

Eind augustus overleed zijn opa. Vrij plotseling en onverwacht. Hij had er veel verdriet van. Oprecht verdriet.

Eindelijk werd hij uitgenodigd voor gesprekken en onderzoeken. Het overlijden van zijn opa kwam ook ter sprake. Hij was er eerlijk over. Het overlijden van zijn opa deed hem verdriet. Aan het einde van de dag kwam de uitslag.

NatRes trok de conclusie dat de psychologische onderzoeken hadden uitgewezen dat hij niet goed kan handelen in stressvolle situaties. Dit bleek uit de manier waarop hij was omgegaan met de dood van zijn opa. Hij had nog aangegeven dat het verdriet voor hem geen stress betekende. Verdriet is iets anders dan stress.

Eerlijkheid heeft hem de das omgedaan.

donderdag 19 januari 2017

Laatste Mens


Maan zou een springplank zijn. Naar Mars. Misschien Venus of een maan van Jupiter. Verder weg durfden we niet kijken. Wel kijken en dromen, maar niet gaan. Honderd jaar hebben we het geprobeerd. De eerste poging tot kolonisatie van Mars in 2031 was een mislukking. Na drie jaar overleven in een biobubbel moesten de dertig pioniers noodgedwongen terugkeren naar Aarde. De tweede missie in 2054 werd vanaf Maan ondernomen. Het was desastreus. Het ruimteschip Earthfinder verdween van de radar en er is nooit meer iets van vernomen. Ik verloor mijn grootvader, een oom en een tante. Ik was een kleine jongen. Acht jaar oud.

Kennis ging verloren. Middelen waren in onvoldoende mate beschikbaar. We gaven het op. Onze dromen spatten uiteen. Terugkeren naar Aarde was geen optie. We zouden daar niet lang overleven. Natuurlijk hadden we elkaar, onze gezinnen. Maar het vuur in ons was gedoofd. Het werd een lijdensweg op Maan.

Een laatste blik op Aarde. Dat is wat ik wil. Ik ken Aarde alleen van beelden en verhalen. Ik ben tweede generatie maanbewoner. Aarde is blauw, zoals altijd. De cyclonen en branden zijn goed zichtbaar, zoals altijd. Zou er nog leven zijn? Insecten misschien, of diepzeevissen? Ik weet het niet en zal het niet te weten komen. Ik ben 82 en voel me oud. Mijn lichaam wil niet meer. Mijn geest evenmin. Ik ben de laatste mens op Maan. Ik blaas mijn laatste adem uit.

****

Earthfinder II logboek. Aardedatum 2133, 21:43 uur. Baan om Aarde met succes uitgevoerd. Visueel contact met Maan over 10 minuten mogelijk.

Earthfinder II logboek. Aardedatum 2133, 21:55 uur. Maan, hier Earthfinder II, ontvangt u mij? Maan, ontvangt u mij? Over…..

vrijdag 23 september 2016

Sociaal


Wat ben ik druk met van alles en nog wat. Vooral met sociale media. Facebook, Whatsapp, LinkedIn, Blogger. Alles op de smartphone, de laptop of de tablet. O ja, mail gebruik ik natuurlijk ook. Mijn kinderen gebruiken Snapchat, Instagram en misschien nog wel meer waar ik geen weet van heb. Op het werk hebben we nog blueKiwi. En we kijken televisie.
Nadat we zijn overgestapt naar een andere bank, lees Neo, hebben we nu televisie van XS4ALL. We hadden al internet en vast bellen daar, dus nu alles-in-één. Weer een paar tentakels minder. Echter, de tentakels van de sociale media hebben mij nog stevig in hun greep.
De monteur van XS4ALL, die bij ons alles zeer vakkundig heeft geïnstalleerd en uitgelegd, opende mij de ogen. Hij vertelde dat hij thuis geen televisie kijkt en dat hij nu tijd heeft voor allerlei leuke, sociale dingen. Vrienden bezoeken, echte vrienden. Spelletjes doen met de kinderen, echte spelletjes. Je weet wel, aan de grote tafel met een bord, dobbelstenen en pionnen.
Dit afschakelen begint me steeds beter te bevallen. Stiekem denken wij aan een tiny house, off-the-grid wonen. Geen eigen auto meer, maar private lease. Klein is het nieuwe groot. Krimp is de nieuwe groei. Ontspullen en onthaasten. Mensen verklaren ons voor gek. Je moet meer en meer. Economische groei is belangrijk.
‘Jullie takelen af,’ zeggen deze mensen. ‘Nee,’ is ons antwoord. ‘Wij tentakelen af.’
Ik heb een plan, een idee. Het is behoorlijk disruptive en dat past in deze tijd. Eén dag per maand ga ik naar mijn werk zonder smartphone en zonder laptop. Een pen en een schrijfblok zijn voldoende. Dit dwingt mij om met collega’s te praten, ideeën en ervaringen uit te wisselen. Een kop koffie te drinken. Niet de hele dag achter mijn bureau te zitten. Waarschijnlijk komen daar goede dingen uit. Voorstellen hoe we zaken efficiënter kunnen aanpakken.
Een verloren dag? Ik hoop en denk het niet. Ik ga het doen. Ik zal deze dag goed voorbereiden en nadenken hoe ik de uren ga schrijven. Ik heb nog een wbsje kwaliteit.

dinsdag 30 augustus 2016

Neo


Met een knal schiet de stugge kabel los. Ik voel dat ik naar boven drijf in …. iets. In een soort cocon, of een ei. In water. Vruchtwater. Ik moet ademhalen maar er zit iets voor mijn mond. Een slang. Met beide handen trek ik de slang uit mijn lijf. Een golf lucht vult mijn pasgeboren longen. Meer kabels, tentakels, schieten los van mijn lichaam. Ik leef.

De oude, vertrouwde wereld is verdwenen. De nieuwe wereld is angstaanjagend. Niet te begrijpen, maar echt. Ik ben Neo.

Sinds een aantal maanden zit ik in de overstapservice. Ik probeer me los te maken van de oude, vertrouwde bank. Ik stap over naar Triodos. Dat valt niet mee, overstappen. Het is niet een kwestie van een druk op de knop. De tentakels zitten muurvast. Vier rekeningen, vier betaalpassen, twee creditcards en twee kredietlimieten proberen angstvallig het overstappen te verhinderen. Ik zal de strijd niet verliezen.

De overstapservice, die Triodos biedt, werkt goed. Afschrijvingen worden automatisch gedaan van mijn nieuwe rekening. Bijschrijvingen moet ik zelf regelen. Gelukkig is dit aantal beperkt. Salarissen, belastingteruggaves, kinderbijslag. Ik heb dertien maanden de tijd.

Om oude rekeningen te kunnen opheffen, moet er voldoende saldo op staan. Er kunnen nog kosten aan verbonden zijn. Rood staan mag niet meer. Zonder enige mededeling zijn de creditcards geblokkeerd. Ze zijn gekoppeld aan de oude bank. Ik krijg een dreigmail. Ik moet het saldo op mijn rekeningen aanvullen. Ik houd niet van dreigementen. Ik bel de oude bank.

Dit is het hoofdmenu. Om u zo snel mogelijk van dienst te kunnen zijn, vragen we u uw rekeningnummer en pasnummer gereed te houden. Dit gesprek kan worden opgenomen voor trainingsdoeleinden. Maak nu uw keuze. Een ogenblik geduld alstublieft. Al onze medewerkers zijn in gesprek. U wordt zo spoedig mogelijk geholpen. Het is drukker dan u van ons gewend bent. De wachttijden kunnen oplopen. U kunt uw vraag ook stellen op onze website aan onze virtual assistant. Er zijn meer dan twintig wachtenden voor u. Probeert u het later nog eens. De verbinding wordt verbroken.

Nog één rekening te gaan. De laatste tentakel. Angst voor het loslaten van de oude wereld weerhoudt mij. Ik wil zekerheid. Ik bel de nieuwe bank.

Goedemiddag. Triodosbank Nederland. U spreekt met Jeroen.

Ik snak naar adem. Een levend persoon aan de andere kant van de lijn. We praten. Ik vraag. Jeroen antwoordt. We lachen om de oude wereld. Ik ben Neo.

dinsdag 16 augustus 2016

Perfect timing!


Ik bel voor de derde keer. Ik houd het knopje iets langer vast dan de vorige twee keren. We worden ongeduldig. We zijn moe van de reis en willen ons graag installeren in onze kamer voordat we de stad in gaan.
We horen gestommel achter de voordeur en een zacht gemompel. Ik meen dat er ‘yes, yes, I’m coming’ wordt gezegd. Een sleutel wordt aan de binnenkant van de deur in het slot omgedraaid. Klinken worden boven en onder weggeschoven en een ketting uit de sleuf gehaald. Ongetwijfeld worden we door het oog in de deur bespied. De deur wordt met luid gepiep geopend.
‘Ah, perfect timing!’ Een Oost-Europees accent.
Ze zuigt gulzig een lange trek uit haar sigaret en blaast de rook langs onze hoofden naar buiten. Slierten onverzorgd en vet haar vallen over haar wangen tot op haar schouders. Met één hand frommelt ze haar groezelige ochtendjas iets verder dicht. Aan haar blote voeten draagt ze versleten pantoffels. In de gang achter haar staat een wit mormel te grommen. Het is 6 uur ’s middags.
‘Perfect timing, perfect timing. I was expecting you. Come in, dears. You’re from Holland, right? I have the family room for you. It is almost ready. Do come in. Perfect timing!’
Ze schuifelt door de lange gang en wij volgen haar maar. Het witte mormel krabt en snuift achter ons aan. Ze opent de deur van onze kamer. Er staan drie bedden. De deuren van de kledingkast hangen scheef aan de scharnieren. Vlekken in het vaalgrijze tapijt. Voor het raam, dat open staat, hangen oude ooit witte vitrages. Onze tassen ploffen op de grond. Ze neemt nog een trek van haar sigaret. Het witte mormel springt tegen ons op. Budget B&B in een gezellige wijk net buiten het centrum van Londen, stond in de advertentie.
‘I still have to make the beds, dears,’ roept ze terwijl ze het witte mormel achteloos een trap geeft. Jankend verlaat het onze kamer.
Wij zeggen dat dit niet zo erg is. Over een uur moeten we al bij de theaterzaal zijn. Veel tijd om te rusten of ons even op te frissen hebben we niet. We zijn blij dat we het pand kunnen verlaten. We zeggen dat we verwachten om middernacht terug te zijn.
‘No problem.’
Rond middernacht komen we terug bij onze B&B. De terugweg in de Underground speelt één regel continue door onze hoofden: ‘I’m Martin Guerre. I don’t live here but over there.’ Een mooie musical in het prachtige Prince Edward Theatre. Zachtjes openen we de voordeur met de sleutel die we van onze landlady hebben gekregen. Ze staat ons in de gang al op te wachten. Aan haar uiterlijk is niets veranderd. Een sigaret in de hand. Het witte mormel gromt.
‘Perfect timing! Everything is fine. I just have to make the beds. It won’t take a minute. Would you like a cup of tea?’
We knikken. Een kopje thee gaat er wel in. Maar doe eerst de bedden, proberen we beleefd. We lopen onze kamer binnen. Het witte mormel schiet langs ons en rent als een gek rondjes door de kamer, over de bedden, onder de houten stoelen door, onderweg witte haren op onze bedden achterlatend.
Drie musicals en twee nachten in onze B&B rijker zitten we in het vliegtuig terug naar huis nog na te genieten. Uit volle borst trakteren we onze medepassagiers op: ‘I’m Martin Guerre. I don’t live here but over there.’ Precies op tijd landen we op Schiphol.
‘Perfect timing! roepen we in koor.

zaterdag 30 juli 2016

zondag 13 maart 2016

Suikerspin

Mijn kinderen op de rotsen aan de Bretonse kust.


‘Mam, mogen we een suikerspin?’
‘Uhm, jawel. Of heb je liever een steekijsje? Dat is iets verderop. Een suikerspin is heel ongezond. Ziet er aan de buitenkant mooi en smakelijk uit, maar is een grote hap gebakken lucht en suiker.’
‘Nee, toch liever een suikerspin.’

Vanavond willen we niet te moraliserend zijn. Dus.

‘Oké, hier heb je geld. Ga zelf maar in de rij staan.’

Het is altijd gezellig en druk op Noorderzon, het muziek- en theaterfestival in het Noorderplantsoen in Groningen. Wij wonen op loopafstand. Vanavond zijn we op de fiets. Het is altijd leuk om een beetje rond te lopen, iets te drinken en te eten, een praatje te maken met vrienden en kennissen, zo mogelijk een voorstelling te bezoeken.

Donderdag 25 februari bezoek ik de talkshow in Groningen. ’s Morgens. Ik kan niet uitleggen waarom, maar de sfeer is gespannen. De bedoeling is goed. Een interessante klant is uitgenodigd. Met een komische noot wordt een aantal zaken van de afgelopen periode aan de kaak gesteld. De gehele familie Barbapapa komt langs. De humor landt niet bij dit publiek. Dat kun je zo hebben.

Het is gezellig druk op het Bretonse festival. Veel muziek en folklore. Dansende meisjes in klederdracht, een demonstratie van het winnen van zeewier uit zee, dat wordt gedroogd en dient als brandstof. Veel mosselen, crêpes en appelcider, heel veel appelcider. En op een prachtige locatie dicht bij de bekende ruige kust. Onze kinderen kunnen zich niet bedwingen om de rotsen te beklimmen. Zoals gewoonlijk zijn we ze snel uit het oog verloren.

Als de kinderen weer boven zijn, lopen we een laatste ronde over het terrein, op zoek naar iets lekkers. We komen bij een kraampje waar ze een soort suikerspinnen verkopen. Toevallig. Een festival met suikerspinnen. Ik wil graag twee bestellen voor onze dochters, maar suikerspin staat niet in mijn kleine woordenboek Nederlands-Frans. Wel spin, araignée en suiker, sucre. Ik wil niet afgaan, dus ik ga heus niet ‘deux araignées de sucre’ bestellen. Ik wijs het aan en vraag in mijn beste Frans, ‘qu’est-ce que vous appelez la?’, hoe zo’n ding heet.

‘Barbapapa, monsieur.’
‘Comment?’ Vraag ik verbaasd. Heb ik het goed verstaan?
‘Barbapapa.’
‘Uh, bien, deux s’il vous plaît.’

Eenmaal weer thuis van onze vakantie in Bretagne zoek ik het op. Suikerspin. Barbe à papa. Letterlijk betekent dit: de baard van papa. Nu begrijp ik ook de overeenkomst tussen Barbapapa en een suikerspin. Roze, mooi van buiten, maar van binnen is het niets. Slappe hap, geen ruggengraat.

Toeval?