Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.
Posts tonen met het label maatschappij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maatschappij. Alle posts tonen

maandag 4 mei 2020

Doodgewoon


Maandag 20 april 2020.
Het is een gewone dag.
Een doodgewone dag.

Vanochtend ben ik gewoon weer in de sneltrein gestapt.
Achter de laptop.
De planning in mijn digitale agenda bij de hand.
Headset op.
Smartphone rechts naast me, op trilstand.
Schrijfblok en pen, een beetje ouderwets, aan de linkerkant.
Een gewone, doordeweekse werkdag.
De trein dendert door.
Kedengt over het spoor.
Het ritme monotoon.
Doodgewoon.

De trein is voller dan gisteren.
Overvol.
Ik stoor me er niet aan.
Gewone geluiden verstommen door mijn koptelefoon.
Elke zitplaats is bezet.
In de gangpaden stapelt het werk zich op.
Ik moet verdergaan.
De drang naar een voltooide dag doet de ramen beslaan.
Ik ben van de buitenwereld afgesloten.
Gewoon net als gisteren.
En morgen.

Onwerkelijk snerpende herrie.
Werpt mij voorover in mijn stoel.
Het is niet een geluid dat ik hoor, het is een gevoel.
IJzer op staal, door merg en been.
Binnen luttele seconden staat mijn leven stil.
Ik droom gewoon of beleef een film.
Nachtmerrie.
Het zwarte beeldscherm staart me aan.
Paniek en chaos in mijn brein.
Ik moet naar het doel van mijn bestaan.
In de dagelijks denderende trein.

Ik dwing mezelf uit te stappen.
De leegte in.
Zwerf doelloos op het perron.
Is dit dan het eindstation?
Heeft het leven nog wel zin?
Op een bankje snuif ik de ruimte.
Een pimpelmeesje kijkt, kopje scheef.
Geen vuiltje aan de lucht, geen spoor.
Enkel rust en stilte in mijn brein.
Ik wacht geduldig af en leef.
Ik neem later gewoon de stoptrein.

Het was een gewone dag.
Een doodgewone maandag.


© John Koster, Groningen, 2020. Inzending Groninger Archieven.

donderdag 14 maart 2019

De Zwarte Panters

Goedbedoelde adviezen op het werk


Vijf jongens van een jaar of elf rennen door de brede brandgang achter de Gratamastraat. Linksaf de scherpe bocht om, dan rechts de volgende gang door. Rijen schuurtjes van witte en bruinrode baksteen met afgebladderde deuren aan weerskanten. Op de vlucht of onderweg naar een nieuwe opdracht? In de verte blaft een hond. Ze praten niet, weten precies wat van ze verwacht wordt. Dit is hun territorium, hun Camelot.

Ze stoppen bij een van de schuurtjes. De grootste van de vijf jongens gaat met zijn rug tegen de muur staan, zakt iets door de knieën en houdt zijn handen met ineengevouwen vingers voor zijn onderbuik. Hij geeft de overige vier jongens een pootje, draait zich om, springt en trekt zich met een krachtige beweging op het dak van het schuurtje. Ze rennen over de daken verder, springen zonder enige aarzeling over een nauwe brandgang, laten zich zakken en verlaten het doolhof aan de Korrewegzijde.

Ze grijpen hun fietsen die ze een uur geleden in de heg langs een voortuintje hadden gesmeten. Ze fietsen richting de Korrewegbrug, langs de kerk boven de Hamburgervijver. Aan de overkant, in de Star Numanstraat, zien ze hun school. Voor de brug slaan ze linksaf.

Voorovergebogen over hun stuur, staande op de pedalen, raggen ze over het smalle fietspad. Losgetrapte asfaltsteentjes spatten alle kanten op. Soms bonken ze door een gat, dan weer springen ze soepel over een boomwortel. Door de dichte struiken en de eeuwenoude bomen is het donker, maar dit deert de jongens niet. Ze kennen de weg. Waarom die haast? Zijn ze op de vlucht of zijn ze onderweg naar een nieuwe opdracht?

Rechts voor hen uit, in het Van Starkenborghkanaal dat evenwijdig loopt aan het fietspad, vaart een zwaarbeladen binnenschip. De boeggolven klotsen over de gangpaden. Dit is hun geluk. Net op tijd halen de jongens het schip in. Hijgend van de inspanning zetten ze hun fietsen tegen een dikke boom. De grootste van de vijf springt over de smalle sloot, die de Eeuwige Jachtvelden afschermt van het fietspad. De anderen volgen. Een jongen zakt tot zijn enkels in de zwarte, stinkende modder. Het deert hem niet. Ze moeten verder.

Tijgerend over het terrein sluipen ze van de ene honderd jaar oude steen naar de volgende. Ze verschuilen zich voor een onzichtbare vijand. Een enkele steen staat scheef weggezakt in het hoge gras. De letters zijn onleesbaar geworden. Groen mos op het graniet. Er is geen leven, het enige dat ze horen is een hamerende specht ergens hoog in een boom.

Ze wachten op de volgende trein. Die moet eerst gepasseerd zijn, voordat ze binnen in de dikke betonnen pijlers als in een schoorsteen naar boven kunnen klimmen. Een kwartier later schuifelen ze over de stalen constructie naar het midden van de spoorbrug. Ze wachten op elkaar, willen samen deze laatste opdracht doen. Hun tenen steken over de rand. De grootste jongen geeft een teken. Met opgeheven armen storten ze zich in de diepte. Hoestend en proestend komen ze boven. Ze zwemmen naar de kant.

Zij zijn de Zwarte Panters.

Voorovergebogen over zijn stuur zwoegt hij in de vierde versnelling tegen de wind en regen in. Vandaag is de Peizerweg langer dan anders. Hij ontwijkt de gaten en de boomwortels in het fietspad. Hij fietst dwars door de grote plassen. Alleen zijn voeten worden nat. Hij heeft maatregelen getroffen. Een oude man haalt hem gemakkelijk in. Vroeger zou hij dat niet gepikt hebben, maar tegen de e-bikes kan hij niet op.

Op de drie onderste treden van de trap staat please, watch, your step. In zijn linkerhand draagt hij zijn laptoptas, in zijn rechterhand zijn toegangspasje. Hij heeft zijn regenjas halfopen geritst. Het regenwater loopt in straaltjes van zijn kleding. Bovenaan de trap heeft hij 1,8 calorieën verbrand. Hij glimlacht. Hij weet wel beter. Bij de reling langs de galerij staat hij even stil. Hij kijkt om zich heen en dan naar beneden. Onopvallend steekt hij zijn tenen over de rand. Hij sluit zijn ogen, in gedachten heft hij beide armen op en stort zich in de diepte.

Hij blijft een Zwarte Panter.

vrijdag 15 februari 2019

Zeester



Het zand kriebelt tussen mijn nappen. De zon schijnt lekker fel op mijn huid. Af en toe komt er verkoeling door de wind en de schuimende uitlopers van de rollende golven. Een aangename verandering. Ik voel een transformatie in mijn lijf. Te lang heb ik afgewacht. Te lang heb ik elke dag hetzelfde gedaan. Nu is het tijd, het juiste moment. Ik ben niet de enige. Om mij heen liggen tientallen familieleden en vrienden. Samen staan we sterk en kunnen we de verandering, deze stap in de evolutie van onze soort, gestalte geven.

‘Op een dag liep een filosoof over het strand toen hij een figuur zag die in de verte leek te dansen. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat het een jongeman was die iets opraapte en voorzichtig in de zee gooide. Hij liep naar de man toe en vroeg: "Wat ben je aan het doen?" De jongeman zei: "Ik gooi zeesterren terug in de zee. De zon schijnt al en het wordt eb. Als ik ze niet teruggooi, gaan ze dood."

"Maar jongeman," zei de filosoof, "besef je wel dat er kilometers en kilometers strand is vol met zeesterren? Dus die paar die jij teruggooit maken echt geen verschil!"

Nadat hij beleefd had geluisterd, raapte de jongeman er nog een op en gooide de zeester in de branding. Hij glimlachte naar de filosoof en zei: "Voor deze heb ik een verschil gemaakt".’
Naar: “The Star Thrower” van Loren Eiseley

Hé, wat gebeurt er? Ik hoor angstige kreten van soortgenoten om mij heen. Paniek maakt zich van ons meester. Plotseling verdwijnt het zand onder mijn armen en zweef ik hoog in de lucht. Na een paar tellen raak ik hard het wateroppervlak. Mijn gevoelige nappen doen pijn. Ik zak naar de bodem en blijf verward liggen. Ik ben terug in zee.
***
Het verhaal van de zeester van Loren Eiseley kom ik de laatste tijd regelmatig tegen op het internet. Het wordt als voorbeeld gebruikt om aan te tonen dat het mogelijk is om als individu het verschil te maken. Het zette mij aan het denken. In eerste instantie dacht ik: Ja, die jongeman maakt inderdaad het verschil door een paar zeesterren terug in zee te gooien.

Maar wat nu als ik die ene zeester ben die zojuist heeft besloten een verandering te willen doormaken, mijn droom te willen leven? En dat ik daarvoor de zee wil verlaten en op het strand wil liggen? De jongeman in het verhaal heeft mij niet gevraagd waarom ik op het strand lig. Hij gaat ervan uit dat ik graag terug in zee wil. Hij denkt een goede daad te verrichten, maar hij bereikt het tegenovergestelde.
Ik moet opnieuw beginnen.
***
Ik bevat nauwelijks wat me is overkomen. Ik voel me teruggeworpen, niet begrepen. Voorzichtig betast ik mijn lichaam. Alles zit er nog aan. Ik wil me niet laten ontmoedigen. Ik heb A gezegd en nu is het tijd om B te zeggen. Ik maak me los van de bodem. De stroming voert mij geleidelijk terug naar het strand.

Twee golven vooruit, één achteruit en weer twee vooruit.
Eén achteruit, twee vooruit.

donderdag 7 februari 2019

Linkse gekkie


Ik ben een linkse gekkie. Tenminste, als ik alle felle reacties op de social media moet geloven. Wij zijn van de pot gerukt. Ik indoctrineer en hersenspoel mijn kinderen, samen met de docenten van hun school. Ik span mijn kinderen voor mijn karretje. Zelf weten ze niet waar ze mee bezig zijn. De klimaatstaking is een complot van de linkse gekkies.

Ik moet mijn kinderen beter opvoeden. Ze mogen niet met het vliegtuig op vakantie, maar met de fiets naar Drenthe. Ze moeten hun mobieltjes en i-pads een maandje inleveren. Ze mogen maximaal twee minuten douchen per dag en dan niet drie handdoeken gebruiken. Ze moeten ook veel minder vlees eten, het liefst helemaal geen vlees. Ze moeten veganist worden. En als ze willen spijbelen of staken, dan moeten ze dat maar op zaterdag doen, op hun vrije dag. De kinderen moeten de uren inhalen en de ouders moeten gestraft worden. Als mijn kinderen gaan staken, dan zullen ze dat later wel in hun eigen portemonnee gaan voelen.

Mijn kinderen reizen naar Den Haag met de trein. Ze vertrekken uit Groningen om 09:18 uur en komen om 11:50 uur aan. Ze reizen op twee groepskaarten en die zijn pas na 9 uur geldig. Ze betalen de kaartjes zelf. Ze hebben een donatie gekregen van een enthousiaste tante. Enthousiast over hun initiatief, niet per se over het spijbelen zelf. Ze hebben met elkaar twee spandoeken gemaakt met pakkende teksten, die ze van het internet hebben gehaald. Ze zijn hun mening aan het vormen. Ze vragen ons. Ze overleggen met elkaar. Ze nemen actie. Gelukkig zijn hun breinen pas op hun 25e volgroeid.

Ik spijbelde vroeger ook, van Godsdienst. Ik was een jaar of 17. Magister bestond niet. We fraudeerden met het klassenboek. Valsheid in geschrifte. We kwamen ermee weg en de docent liet het erbij zitten. We gingen naar het dichtstbijzijnd café om te biljarten. Daarna frikandellen speciaal eten in de cafetaria op de hoek. We dachten geen moment aan het klimaat.

Ik ben trots op mijn kinderen.

woensdag 1 november 2017

Eerlijkheid

Een jaar geleden bezocht hij een informatiedag van de Nationale Reserve, in defensietermen NatRes. Hij wilde meer dan alleen vakkenvullen bij de supermarkt. Nieuwe uitdagingen aangaan. Fysiek bezig zijn. Hij wilde iets betekenen voor de maatschappij. Misschien had hij een te romantisch beeld voor ogen. Voor hem was het een eerlijke wens.

NatRes vertelde hem dat hij kon solliciteren.

Dat deed hij.

Hij ontving een pakket met vragenlijsten, die naar eer en geweten moesten worden ingevuld en geretourneerd.

Dat deed hij.

De beantwoorde vragen zouden dienen als achtergrond voor een antecedentenonderzoek. Niet alleen van hemzelf. Ook van zijn vriendin, ouders, zussen, grootouders, ooms en tantes, vrienden. NatRes wil weten wat voor vlees ze in de kuip krijgen. Ze wil risico’s vermijden.

Hij wilde geen informatie achterhouden of verdraaien. Eerlijkheid, daar ging het om. Want eerlijkheid duurt het langst. Voor het beantwoorden van een aantal vragen ging hij bij zijn ouders te rade. Was hij ooit in aanraking gekomen met de politie? Hij had ja geantwoord. Hij was een keer aangehouden omdat hij ’s avonds zonder licht fietste.

Maandenlang hoorde hij niets. Hij belde en mailde. ‘Ja, we zijn met uw dossier bezig,’ werd er geantwoord. ‘We hebben het druk, personeelsproblemen. U hoort van ons.’

Eind augustus overleed zijn opa. Vrij plotseling en onverwacht. Hij had er veel verdriet van. Oprecht verdriet.

Eindelijk werd hij uitgenodigd voor gesprekken en onderzoeken. Het overlijden van zijn opa kwam ook ter sprake. Hij was er eerlijk over. Het overlijden van zijn opa deed hem verdriet. Aan het einde van de dag kwam de uitslag.

NatRes trok de conclusie dat de psychologische onderzoeken hadden uitgewezen dat hij niet goed kan handelen in stressvolle situaties. Dit bleek uit de manier waarop hij was omgegaan met de dood van zijn opa. Hij had nog aangegeven dat het verdriet voor hem geen stress betekende. Verdriet is iets anders dan stress.

Eerlijkheid heeft hem de das omgedaan.

donderdag 19 januari 2017

Laatste Mens


Maan zou een springplank zijn. Naar Mars. Misschien Venus of een maan van Jupiter. Verder weg durfden we niet kijken. Wel kijken en dromen, maar niet gaan. Honderd jaar hebben we het geprobeerd. De eerste poging tot kolonisatie van Mars in 2031 was een mislukking. Na drie jaar overleven in een biobubbel moesten de dertig pioniers noodgedwongen terugkeren naar Aarde. De tweede missie in 2054 werd vanaf Maan ondernomen. Het was desastreus. Het ruimteschip Earthfinder verdween van de radar en er is nooit meer iets van vernomen. Ik verloor mijn grootvader, een oom en een tante. Ik was een kleine jongen. Acht jaar oud.

Kennis ging verloren. Middelen waren in onvoldoende mate beschikbaar. We gaven het op. Onze dromen spatten uiteen. Terugkeren naar Aarde was geen optie. We zouden daar niet lang overleven. Natuurlijk hadden we elkaar, onze gezinnen. Maar het vuur in ons was gedoofd. Het werd een lijdensweg op Maan.

Een laatste blik op Aarde. Dat is wat ik wil. Ik ken Aarde alleen van beelden en verhalen. Ik ben tweede generatie maanbewoner. Aarde is blauw, zoals altijd. De cyclonen en branden zijn goed zichtbaar, zoals altijd. Zou er nog leven zijn? Insecten misschien, of diepzeevissen? Ik weet het niet en zal het niet te weten komen. Ik ben 82 en voel me oud. Mijn lichaam wil niet meer. Mijn geest evenmin. Ik ben de laatste mens op Maan. Ik blaas mijn laatste adem uit.

****

Earthfinder II logboek. Aardedatum 2133, 21:43 uur. Baan om Aarde met succes uitgevoerd. Visueel contact met Maan over 10 minuten mogelijk.

Earthfinder II logboek. Aardedatum 2133, 21:55 uur. Maan, hier Earthfinder II, ontvangt u mij? Maan, ontvangt u mij? Over…..

vrijdag 23 september 2016

Sociaal


Wat ben ik druk met van alles en nog wat. Vooral met sociale media. Facebook, Whatsapp, LinkedIn, Blogger. Alles op de smartphone, de laptop of de tablet. O ja, mail gebruik ik natuurlijk ook. Mijn kinderen gebruiken Snapchat, Instagram en misschien nog wel meer waar ik geen weet van heb. Op het werk hebben we nog blueKiwi. En we kijken televisie.
Nadat we zijn overgestapt naar een andere bank, lees Neo, hebben we nu televisie van XS4ALL. We hadden al internet en vast bellen daar, dus nu alles-in-één. Weer een paar tentakels minder. Echter, de tentakels van de sociale media hebben mij nog stevig in hun greep.
De monteur van XS4ALL, die bij ons alles zeer vakkundig heeft geïnstalleerd en uitgelegd, opende mij de ogen. Hij vertelde dat hij thuis geen televisie kijkt en dat hij nu tijd heeft voor allerlei leuke, sociale dingen. Vrienden bezoeken, echte vrienden. Spelletjes doen met de kinderen, echte spelletjes. Je weet wel, aan de grote tafel met een bord, dobbelstenen en pionnen.
Dit afschakelen begint me steeds beter te bevallen. Stiekem denken wij aan een tiny house, off-the-grid wonen. Geen eigen auto meer, maar private lease. Klein is het nieuwe groot. Krimp is de nieuwe groei. Ontspullen en onthaasten. Mensen verklaren ons voor gek. Je moet meer en meer. Economische groei is belangrijk.
‘Jullie takelen af,’ zeggen deze mensen. ‘Nee,’ is ons antwoord. ‘Wij tentakelen af.’
Ik heb een plan, een idee. Het is behoorlijk disruptive en dat past in deze tijd. Eén dag per maand ga ik naar mijn werk zonder smartphone en zonder laptop. Een pen en een schrijfblok zijn voldoende. Dit dwingt mij om met collega’s te praten, ideeën en ervaringen uit te wisselen. Een kop koffie te drinken. Niet de hele dag achter mijn bureau te zitten. Waarschijnlijk komen daar goede dingen uit. Voorstellen hoe we zaken efficiënter kunnen aanpakken.
Een verloren dag? Ik hoop en denk het niet. Ik ga het doen. Ik zal deze dag goed voorbereiden en nadenken hoe ik de uren ga schrijven. Ik heb nog een wbsje kwaliteit.

dinsdag 30 augustus 2016

Neo


Met een knal schiet de stugge kabel los. Ik voel dat ik naar boven drijf in …. iets. In een soort cocon, of een ei. In water. Vruchtwater. Ik moet ademhalen maar er zit iets voor mijn mond. Een slang. Met beide handen trek ik de slang uit mijn lijf. Een golf lucht vult mijn pasgeboren longen. Meer kabels, tentakels, schieten los van mijn lichaam. Ik leef.

De oude, vertrouwde wereld is verdwenen. De nieuwe wereld is angstaanjagend. Niet te begrijpen, maar echt. Ik ben Neo.

Sinds een aantal maanden zit ik in de overstapservice. Ik probeer me los te maken van de oude, vertrouwde bank. Ik stap over naar Triodos. Dat valt niet mee, overstappen. Het is niet een kwestie van een druk op de knop. De tentakels zitten muurvast. Vier rekeningen, vier betaalpassen, twee creditcards en twee kredietlimieten proberen angstvallig het overstappen te verhinderen. Ik zal de strijd niet verliezen.

De overstapservice, die Triodos biedt, werkt goed. Afschrijvingen worden automatisch gedaan van mijn nieuwe rekening. Bijschrijvingen moet ik zelf regelen. Gelukkig is dit aantal beperkt. Salarissen, belastingteruggaves, kinderbijslag. Ik heb dertien maanden de tijd.

Om oude rekeningen te kunnen opheffen, moet er voldoende saldo op staan. Er kunnen nog kosten aan verbonden zijn. Rood staan mag niet meer. Zonder enige mededeling zijn de creditcards geblokkeerd. Ze zijn gekoppeld aan de oude bank. Ik krijg een dreigmail. Ik moet het saldo op mijn rekeningen aanvullen. Ik houd niet van dreigementen. Ik bel de oude bank.

Dit is het hoofdmenu. Om u zo snel mogelijk van dienst te kunnen zijn, vragen we u uw rekeningnummer en pasnummer gereed te houden. Dit gesprek kan worden opgenomen voor trainingsdoeleinden. Maak nu uw keuze. Een ogenblik geduld alstublieft. Al onze medewerkers zijn in gesprek. U wordt zo spoedig mogelijk geholpen. Het is drukker dan u van ons gewend bent. De wachttijden kunnen oplopen. U kunt uw vraag ook stellen op onze website aan onze virtual assistant. Er zijn meer dan twintig wachtenden voor u. Probeert u het later nog eens. De verbinding wordt verbroken.

Nog één rekening te gaan. De laatste tentakel. Angst voor het loslaten van de oude wereld weerhoudt mij. Ik wil zekerheid. Ik bel de nieuwe bank.

Goedemiddag. Triodosbank Nederland. U spreekt met Jeroen.

Ik snak naar adem. Een levend persoon aan de andere kant van de lijn. We praten. Ik vraag. Jeroen antwoordt. We lachen om de oude wereld. Ik ben Neo.

zaterdag 30 juli 2016

zondag 13 maart 2016

Suikerspin

Mijn kinderen op de rotsen aan de Bretonse kust.


‘Mam, mogen we een suikerspin?’
‘Uhm, jawel. Of heb je liever een steekijsje? Dat is iets verderop. Een suikerspin is heel ongezond. Ziet er aan de buitenkant mooi en smakelijk uit, maar is een grote hap gebakken lucht en suiker.’
‘Nee, toch liever een suikerspin.’

Vanavond willen we niet te moraliserend zijn. Dus.

‘Oké, hier heb je geld. Ga zelf maar in de rij staan.’

Het is altijd gezellig en druk op Noorderzon, het muziek- en theaterfestival in het Noorderplantsoen in Groningen. Wij wonen op loopafstand. Vanavond zijn we op de fiets. Het is altijd leuk om een beetje rond te lopen, iets te drinken en te eten, een praatje te maken met vrienden en kennissen, zo mogelijk een voorstelling te bezoeken.

Donderdag 25 februari bezoek ik de talkshow in Groningen. ’s Morgens. Ik kan niet uitleggen waarom, maar de sfeer is gespannen. De bedoeling is goed. Een interessante klant is uitgenodigd. Met een komische noot wordt een aantal zaken van de afgelopen periode aan de kaak gesteld. De gehele familie Barbapapa komt langs. De humor landt niet bij dit publiek. Dat kun je zo hebben.

Het is gezellig druk op het Bretonse festival. Veel muziek en folklore. Dansende meisjes in klederdracht, een demonstratie van het winnen van zeewier uit zee, dat wordt gedroogd en dient als brandstof. Veel mosselen, crêpes en appelcider, heel veel appelcider. En op een prachtige locatie dicht bij de bekende ruige kust. Onze kinderen kunnen zich niet bedwingen om de rotsen te beklimmen. Zoals gewoonlijk zijn we ze snel uit het oog verloren.

Als de kinderen weer boven zijn, lopen we een laatste ronde over het terrein, op zoek naar iets lekkers. We komen bij een kraampje waar ze een soort suikerspinnen verkopen. Toevallig. Een festival met suikerspinnen. Ik wil graag twee bestellen voor onze dochters, maar suikerspin staat niet in mijn kleine woordenboek Nederlands-Frans. Wel spin, araignée en suiker, sucre. Ik wil niet afgaan, dus ik ga heus niet ‘deux araignées de sucre’ bestellen. Ik wijs het aan en vraag in mijn beste Frans, ‘qu’est-ce que vous appelez la?’, hoe zo’n ding heet.

‘Barbapapa, monsieur.’
‘Comment?’ Vraag ik verbaasd. Heb ik het goed verstaan?
‘Barbapapa.’
‘Uh, bien, deux s’il vous plaît.’

Eenmaal weer thuis van onze vakantie in Bretagne zoek ik het op. Suikerspin. Barbe à papa. Letterlijk betekent dit: de baard van papa. Nu begrijp ik ook de overeenkomst tussen Barbapapa en een suikerspin. Roze, mooi van buiten, maar van binnen is het niets. Slappe hap, geen ruggengraat.

Toeval?

maandag 22 februari 2016

Overstag

Volgens Van Dale:

over·stag (bijwoord)

1 overstag gaan (a) (scheepvaart) wenden; (b) van mening veranderen

Het is een mooie zondagmiddag. We hebben een polyvalk gehuurd en hiermee kunnen we vier uur lang met ons vijven op het Paterswoldsemeer zeilen onder de bezielende leiding van onze zoon van zestien. Hij heeft leren zeilen op scouting en hij weet precies wat er moet gebeuren. Wij volgen zijn instructies op. Er is maar één kapitein op het schip. Hij bepaalt wanneer wie aan welk touw moet trekken en wanneer we van de ene kant van de boot naar de andere moeten. En kijk uit voor de giek, anders lig je zo overboord. Vooral het overstag gaan vraagt oplettendheid en discipline. Een aantal keren komen we recht op de kust af en gaan op het juiste moment overstag. Dit geeft een fantastisch gevoel. Het is een spectaculaire middag en voor herhaling vatbaar.

Ik ga overstag en dit geeft een allesbehalve fantastisch gevoel. Ik ben niet trots op mezelf en schaam me een beetje omdat ik de energie niet heb om de strijd aan te gaan. Ik zal de verplichte vrije dagen gaan inplannen. Het schijnt dat de werkgever dit de werknemer mag opleggen. Ergens in de arbeidsvoorwaardengids staat dit. Eigenlijk wil ik een tegenvoorstel doen. Ik heb het tot in detail uitgedacht, maar ik durf het niet aan. Misschien volgend jaar.

Dit betekent dat ik moet schipperen met mijn vakanties. Ik moet overwegen om in de zomer iets minder dagen vrij te nemen om in de herfst- of kerstvakantie ook nog een weekje weg te kunnen. Wij houden van vakanties, andere landen bezoeken, actieve dingen doen. Ik heb een goede balans gevonden tussen werk en privé. Iets dat de werkgever zeer belangrijk vindt. Ik heb geen stuwmeer, houd meestal geen verlofdagen over. Vorig jaar moest ik zelfs al dagen opnemen van dit jaar.

Ik zal dit jaar niet tegenstribbelen. De werkgever dwingt mij overstag te gaan. Ik ga liever onder aansturing van mijn zestienjarige zoon overstag op het Paterswoldsemeer. Hij toont natuurlijk leiderschap in de dingen waar hij goed in is.

Het is een paar maanden later en onze zoon gaat op een grote driemaster een half jaar de wereld over. Hij zit in de vierde klas van het gymnasium en zal zijn schoolwerk en het harde werken aan boord combineren. Een zware klus, maar hij zal het kunnen. Hij zal vaak overstag gaan. Ik ben trots op mijn zoon.


Onze zoon is inmiddels achttien, heeft na terugkomst van zijn wereldreis zijn middelbare school afgemaakt en studeert nu Biologie aan de RuG.

maandag 30 november 2015

Balansdagen

Het is vrijdag.
Vandaag is een balansdag. Dat heeft niets met eten te maken. Het is een vakantiedag die ik geacht word op te nemen. En dat terwijl ik door mijn vakantiedagen heen ben. Maar ja, vakantie vindt men belangrijk om te herstellen. Ik moet herstellen van een drukke werkweek. En een drukke werkweek was het zeker. Niet alleen druk in de zin van veel werk te doen, maar ook geestelijke druk. Ook wel eens stress genoemd.
Nu mag ik een dag eerder aan het weekend beginnen. Daar ben ik blij om. Heb ik eindelijk meer tijd om wat klusjes te doen. Eindelijk die lampen ophangen. De schuur opruimen. De tuin winterklaar maken. Tijd besteden aan mijn kinderen als ze uit school komen. Een kopje thee met een koek erbij. Als mijn vrouw thuis komt van haar werk kan ik mooi nu al boodschappen doen. Het liefst voor vier dagen. Dan hoeven we dinsdag pas weer. Tussendoor nog een paar wassen draaien. Moet ik wel eerst de droge was afhalen en opvouwen, anders blijft dat ook weer liggen.
Volgens mij zijn er meer mensen die vandaag een balansdag hebben. Ik kom collega’s tegen. Ze lijken blij dat zij ook op vrijdagmiddag al boodschappen mogen doen. Het is druk bij de Lidl en de Albert Heijn. Op het plein van het winkelcentrum lopen Sint en Pieten rond. Ik moet niet vergeten hooi en voer voor het konijn mee te nemen.
Zaterdagochtend sta ik vroeg op het voetbalveld. Ik mag vandaag grensrechter zijn. Het is een spannende wedstrijd die het team van mijn dochters pas wint na strafschoppen. Ze zijn door voor de beker. Wat een stress! Met een kop koffie en broodje worst bijkomen in de kantine. De boodschappen zijn in huis, dus kunnen we vanmiddag de stad in om sinterklaascadeaus te kopen. Dat hebben meer mensen bedacht. Wat een drukte.
Zondag is een rustige dag. Het enige dat we gepland hebben is een bezoekje aan mijn schoonmoeder. Om vijf uur weer thuis om lekker te koken. Ik sta op het punt de schotel in de oven te schuiven als deze totaal onverwacht de geest geeft. Na de scharnieren van de koelvriescombinatie en een kapotte vaatwasser nu dus de oven. Patatje halen dan maar.
Het is maandag.
Vandaag is een balansdag. Ik moet herstellen. De bedoeling van werken is om te herstellen van drukke weekenden. Klinkt dit belachelijk? Net zo belachelijk als beweren dat vakantiedagen bedoeld zijn om te herstellen van je werk.
Ik heb maar één leven. Een leven waarin ik werk en privé combineer, niet scheid. Als je een balans scheidt, dan werkt hij niet meer. Een balans werkt alleen bij de gratie van de verbinding.

maandag 23 november 2015

Stukken

We verlaten de bioscoop via de uitgang aan het Zuiderdiep. Het is zondagavond half twaalf. Ik ervaar de gezellige drukte in het centrum van Groningen niet. Ik observeer, registreer, maar voel het niet. Ik voel niets. Ik heb mijn emoties uitgeschakeld.

Net als de hoofdpersoon in Son of Saul. Hij is een vader, net als ik. Het verschil is dat ik mijn kinderen een zo goed mogelijk leven probeer te geven. Het enige dat hij kan doen is strijden voor een goede begrafenis van zijn zoon. Daarvoor wil hij letterlijk door het vuur gaan.

Hij moet hard werken, zonder enig perspectief op een goede toekomst. Nadat keer op keer grote drommen mensen in de doucheruimte zijn opgesloten, moet hij opruimen. Kleren, koffers, schoenen. Het geschreeuw is oorverdovend. Hij lijkt het niet te horen. Hij volgt bevelen op. Het gehuil snijdt door mijn lijf. Hij lijkt het niet te voelen.

Hij stapelt naakte lichamen op karren. Men noemt ze stukken. Stukken mensenvlees. De realiteit van dat moment. Zijn werkelijkheid. De stukken worden weggevoerd en verbrand. Hij schept grote bergen as in de rivier. Hij laat geen sporen na.

Ik denk aan de tijd dat het laten slagen van een organisatie of bedrijf afhankelijk was van de inzet van de drie M’s. Mensen, middelen en methoden. Tegenwoordig praten we over resources. De nieuwe term voor middelen.  Zijn mensen ook middelen? Nee, alsjeblieft niet.  Ik ga niet meer meedoen om mensen resources te noemen. Mensen zijn mensen. Resources zijn middelen. En als ik met collega’s in het Engels praat? Dan zal ik het hebben over people. En niet human resources.

Mijn realiteit op dit moment is het centrum van Groningen, het Zuiderdiep. We fietsen naar huis. In stilte. Als we thuis komen slapen de kinderen. Ik kan het nog niet en zet de televisie aan. Het nieuws toont keer op keer beelden van grote drommen mensen die onze grenzen overstromen. Mensen die zichzelf en hun kinderen een goed leven proberen te geven. Dit zal niet iedereen lukken.

maandag 12 oktober 2015

Verhoor

De zware deur valt achter me in het slot. Ik loop naar het midden van de kamer waar een tafel en drie eenvoudige houten stoelen staan. De jongeman en de tolk hebben plaats genomen. De kleine bureaulamp is aan. Ik loop naar de lege stoel en klik de twee grote lampen aan die er achter staan opgesteld. De kamer wordt fel verlicht. Twee plastic bekertjes met koffie staan op de tafel. De koffie is heet. De bekertjes zijn aan de onderkant enigszins ingezakt. Voorzichtig vastpakken straks, bedenk ik mij.

‘Naam.’

Eerst de jongeman en vervolgens de tolk geven antwoord: ‘M…. D…..’

‘Geboorteland, -plaats en -datum.’

‘Syrië, K…… , ..-..-2003.’

Ik controleer de gegevens in het dossier dat voor me ligt. Ze kloppen.

‘Dit verhoor vindt plaats om vast te stellen of de opgegeven persoonsgegevens kloppen. En of je recht hebt op asiel. Is dat duidelijk?’

Een schuchter antwoord. Ik hoor de twijfel in zijn stem. Nu is het zaak om door te vragen. Voorzichtig pak ik het bekertje met koffie boven aan de rand tussen duim en wijsvinger vast. Wat een ellende is dit altijd. Ik zal toch eens vragen om een houder of in ieder geval een extra bekertje.

‘Waarom ben je gevlucht en met wie ben je hier gekomen?’

‘Met mijn moeder en twee zusjes,’ hoor ik via de tolk. ‘Het is oorlog. Mijn vader en twee broers zijn dood.’

‘Wat waren je dagelijkse bezigheden in Syrië? Welke contacten had je vader? Wat voor werk deed hij? En je broers? Wat was hun rol in de oorlog? Hadden jullie wapens? Heb je die meegenomen toen je vluchtte? Wat hoop je in Nederland te vinden?’

Weer die twijfel. Ontwijkende antwoorden. Ik zie de spanning in de jongeman toenemen. Ik maak enkele notities in het dossier. Het verhoor zal ik de volgende dag voortzetten. Nu eerst de moeder en de zusjes. Ik moet vaststellen of ze een consistent verhaal hebben. Ik drink het laatste restje koffie, klik de grote lampen uit en verlaat de kamer. De jongeman zal worden opgehaald door een van de bewakers. De tolk zal blijven zitten. Tien minuten pauze. Even een broodje eten. Niet vergeten om nieuwe koffie te regelen. Met een extra plastic bekertje. Bekerhouders zullen er wel niet zijn.

Is dit de juiste manier van verhoren?

Of verhoren wij hun bede? Hun schreeuw om hulp en veiligheid?



Citaat uit de Volkskrant:
‘De IND verhoort iedere asielmigrant uitvoerig, om na te gaan of de verstrekte gegevens over identiteit en land van herkomst kloppen en het vluchtmotief geloofwaardig is. Daarnaast probeert de IND te achterhalen of onder de asielmigranten oorlogsmisdadigers zijn. Die hebben op basis van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag geen recht op asiel.

donderdag 20 augustus 2015

Bazen

‘Hé, Hector, kijk! Daar komen weer twee. Ik ken ze niet. Jij?’
‘Eh, nee, ze ruiken niet bekend.’
‘Heb jij ook zin in een beetje actie? Kom, we laten ze even schrikken. Kun je lachen. Ze reageren altijd zo paniekerig.’
‘Ik weet het niet. Het mag niet. De baas is daar altijd heel duidelijk over.’
‘Ach, kom. Niet zo benauwd en volgzaam. De baas is niet in de buurt. De baas stelt een beetje initiatief wel op prijs. We blijven op ons eigen terrein. Dat beloof ik.’
Hector en ik rennen over het grasveld. Twee enthousiaste jonge honden. We maken veel lawaai. De twee mensen rijden nu naast elkaar. Sneller. We ruiken nog geen paniek. We naderen de uitgang van ons terrein. De twee mensen negeren ons. Wat denken ze wel? Wij bewaken ons territorium. Wij zijn hier de baas. Nou ja, onder de grote baas dan.
‘Wat doe je nu? Niet verder. Ben je gek geworden?’
‘Ja, Hector. Die mensen maken we gek. Ze ruiken niet bang. Ik zal ze een lesje leren.’
‘Als de baas er achter komt, dan zwaait er wat.’
‘Maar jij gaat het hem niet vertellen. Toch, Hector?’

De Triodosbank heeft een interessant programma en website. Het onderwerp is: “Vijf dingen die ze je niet vertellen over de economie.” Nummer vier uit deze reeks is: “Bazen zijn uit.”
Waar zijn de grote leiders gebleven? De bazen, de bestuurders en politici die het voortouw nemen. En de vernieuwing komen brengen. Die voor ons beslissen hoe de toekomst eruit gaat zien.
Het zou fijn zijn, iemand die ons de weg wijst. Maar echte verandering is zelden het werk van zo’n grote man of vrouw. Het zijn grote ideeën die de wereld veranderen. Ideeën die groot worden, zodra steeds meer mensen ze omarmen. En ernaar gaan handelen.
Dus laten we niet wachten op een baas, een leider. Maar beginnen. Vandaag. Iedereen kan meedenken en doen. Dat is het mooie van deze tijd. Met elkaar maken we nieuwe ideeën en initiatieven groot. Daar hebben we geen grote baas meer voor nodig.
Dit is zeker iets om over na te denken. Het is mogelijk in een volwassen organisatie en voor mensen die een gezonde onderlinge verstandhouding hebben.
Voor mensen, ja. Voor honden ben ik niet overtuigd. Heb ik toch liever een strenge baas. Een baas naar wie geluisterd wordt.

Ze zijn nu heel dichtbij. Een snelle uitval moet kunnen. Daarvoor hoef ik maar twee meter het erf af. De naakte enkel draait voor mijn ogen. Draait en draait steeds sneller. Ik stoot een vervaarlijke grom uit en doe een goed gerichte hap. Mijn krachtige kaken klappen dicht. Mijn scherpe tanden doorboren het vlees. Het menselijk  bloed is zoet. Het wordt me rood voor de ogen. Dit smaakt naar meer. Nog een hap?
‘Satan, HIER!’
De grote baas. Zou hij iets gezien hebben?

woensdag 29 april 2015

B-Pas-Akkoord



Elf jaar na het Bed-Bad-Brood-Akkoord van 2015 hebben we nu eindelijk het B-Pas-Akkoord. Drie kabinetten hebben er over onderhandeld. Er zijn felle demonstraties geweest en het ging hard tegen hard tussen voor- en tegenstanders van dit akkoord. Ten slotte is het ons kabinet gelukt tot dit akkoord te komen. Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft nu steun betuigd. Hardnekkige tegenstanders is de mond gesnoerd.

Het doel van het B-Pas-Akkoord was en is om van alle mensen die zich op Nederlands grondgebied bevinden de rechten in klassen in te delen. Het resultaat is een B-Pas voor iedereen met een registratie in welke rechtenklasse men zich bevindt.

Rechten moet je verdienen. Eenmaal verdiende rechten kun je weer verliezen door slecht gedrag of tegenvallende prestaties. Gebeurt dit dan valt men terug in een lagere rechtenklasse.
Als de B-Pas volledig is geïntroduceerd en ingevoerd dan maakt deze de grondwet in principe overbodig.

Hier volgt een beknopte opsomming van de twaalf rechtenklassen van de B-Pas, in omgekeerde volgorde van uitgifte. Gedetailleerde informatie is te vinden op de website van de Nederlandse Staat.

B-10: Begrafenis
Tevens het laatste recht. Recht op een goede dood en uitvaart.

B-09: Baby’s
Recht op kinderen. Beperkt tot burgers van de Nederlandse Staat.

B-08: Burger
Recht om zich burger te noemen van de Nederlandse Staat.

B-07: Baan
Recht op werk. Hetzij in loondienst, zelfstandig of vrijwillig. Verdiensten mogen worden behouden, na aftrek belastingen, bovenop het basisloon.

B-06: Basisloon
Recht op minimum uitkering voor iedereen vanaf 16 jaar. Vervangt alle toeslagen. Over het Basisloon wordt geen belasting betaald. Elk jaar wordt de hoogte van het Basisloon getoetst.

B-05: Boeken
Recht op onderwijs. Na afronding van de eerste leerplicht volgt klasse B-06 voor alle 16-jarigen. Onderwijs wordt door de Nederlandse Staat geboden.

B-04: Bescherming
Recht op veiligheid, deelname in de rechtstaat. Recht op bestuur en verzekeringen.
Klasse B-04 is de instroomklasse voor asielzoekers. Na toetsing en toelating tot Nederland gaan asielzoekers naar klasse B-05 en mogen dan onderwijs volgen.
Klasse B-04 is de instroomklasse voor alle kinderen van ouders die beide minimaal in klasse B-08 zijn geregistreerd.

B-03: Bad
Recht op hygiëne.
Asielzoekers vallen van klasse B-04 terug naar klasse B-03 als afwijzing plaatsvindt na de eerste toetsingsprocedure van één jaar.
Badbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-02: Bed
Recht op onderdak.
Asielzoekers vallen van klasse B-03 terug naar klasse B-02 als afwijzing plaatsvindt na de tweede toetsingsprocedure van één jaar.
Bedbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-01: Brood
Recht op voedsel.
Asielzoekers vallen van klasse B-02 terug naar klasse B-01 als afwijzing plaatsvindt na de derde toetsingsprocedure van één jaar.
Broodbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-00: Bestaan
Recht op bestaan. Dit geldt ook voor dieren. Alle dieren die geregistreerd zijn in Nederland krijgen klasse B-00.
Klasse B-00 vervangt de basis mensenrechten zoals in de grondwet beschreven.
Asielzoekers vallen van klasse B-01 terug naar klasse B-00 als afwijzing plaatsvindt na de vierde toetsingsprocedure van één jaar.

Asielzoekers vallen uit klasse B-00 als afwijzing plaatsvindt na de vijfde toetsingsprocedure van één jaar. Ze zijn uitgeprocedeerd en worden illegalen genoemd. Hun B-Pas wordt ingenomen. Ze worden uitgezet naar hun land van herkomst.

Ze hebben binnen de Nederlandse Staat geen bestaansrecht. In de volksmond wordt over deze illegalen gesproken als:

Ze hebben geen B-0, geen benul.

dinsdag 24 maart 2015

Goedkeuring


We zitten goed en wel op de koningsblauwe pluche stoelen in de grote zaal van het Academiegebouw, als mijn telefoon trilt. Een whatsapp bericht van onze dochter. Dat kan ik nog net lezen en beantwoorden voordat de introductiedag voor ouders van aankomende studenten aan de RuG begint.

Mogen we een eitje bakken
Ga je gang wel alles opruimen

Onze dochters van bijna twaalf vragen bijna overal goedkeuring voor. We hebben thuis natuurlijk bepaalde regels. Toch proberen we hier flexibel mee om te gaan en we proberen ze eigen initiatief en verantwoordelijkheid bij te brengen.

Het vragen van goedkeuring zal ergens vandaan komen. Zijn we te streng? Durven ze niet zelf beslissen? Weten ze niet zeker of het wel mag? Zijn ze bang dat we boos worden als ze iets ongevraagd doen?

Het vragen van goedkeuring gebeurt vooral als wij niet thuis zijn. Een greep uit de whatsapps die we dan krijgen.

Mogen wij Merlin kijken
Mogen we er nog een kijken
Mag ik pannenkoeken bakken als we niks weten te eten
Mogen we zo’n choco koekje
Oké en mogen J J M en H ook want die komen net binnen gelopen

Op het werk doen we hetzelfde. Goedkeuring vragen. We gaan zelfs een stap verder. Het bewijs van goedkeuring slaan we het liefst ergens op. Om narigheid achteraf te voorkomen. Om bewijs te hebben. De whatsapps van onze kinderen gooien we regelmatig weg.

Een kwartiertje later trilt mijn telefoon opnieuw. We zitten juist een interessant filmpje te kijken over hoe mooi de stad Groningen is. Toch even stiekem lezen.

Mmmmmm lekker ondbijtje

Gelukkig hebben ze meer gedaan dan een simpel eitje bakken. En dat zonder goedkeuring te vragen.

vrijdag 27 februari 2015

Spookstad

Ik ben een oude man. Volgende week hoop ik 89 te worden. Dit is mijn laatste opgeschreven verhaal. Voor mijn klein- en achterkleinkinderen. Er zitten meer verhalen in mijn hoofd, maar ik laat ze daar. Ik heb geen energie ze op te schrijven.

Vorige week zijn de laatste kubieke meters kampgas gewonnen. Het definitieve einde van de mooie provincie van mijn jeugd. De KGB, Kamps GasBedrijf, zal haar laatste kleine vestiging terugtrekken uit het gebied. De hekken zullen voorgoed gesloten worden.

Ik heb een goed leven gehad. Begin jaren twintig ben ik afgestudeerd aan de Rijks Universiteit Groningen. Jarenlang heb ik als bioloog gewerkt en uiteindelijk ben ik in Australië terecht gekomen. Ik merk nu ik ouder word dat de herinneringen aan mijn jeugd sterker worden. Terugkeren naar Nederland zal ik niet. Mijn leven is hier.

In 2017 al begon de Grote Evacuatie. Door de NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij, de Nederlandse regering en het Provinciaal Bestuur van Groningen gefinancierd. Dit betekende het einde van de NAM in 2028. En het bracht Nederland in een nieuwe, desastreuze crisis. Dat de failliete NAM-boedel in datzelfde jaar tijdens het kabinet Kamp 3 werd overgenomen door de KGB was geen toeval. Het uitkopen van de bewoners van de provincie Groningen kostte honderden miljarden.

Mijn ouders en wij woonden in de stad, dicht bij het centrum. Het omstreden Groninger Forum is in 2017 in gebruik genomen, maar 5 jaar later al weer gesloten. Het was een fiasco. Tot het einde van de jaren dertig konden mijn ouders in de stad blijven wonen. De evacuatie begon in de risicogebieden in het noordoosten van de provincie. Velen uit die regio hebben een nieuw bestaan opgebouwd in Drenthe, Overijssel en zelfs Duitsland. Daarna was het westen aan de beurt. In die periode kreeg Friesland er vele duizenden bewoners bij.

Ten slotte de stad. Onze mooie stad Groningen met d’Olle Grieze, die steeds meer op de toren van Pisa ging lijken en uiteindelijk het loodje moest leggen. Nogal cynisch dat de Martinitoren in zijn val het Groninger Forum naar de ondergang meenam. De kenmerkende open bol rolde en stuiterde door de Oosterstraat, over het Zuiderdiep en belandde uiteindelijk in het verbindingskanaal vlak voor het Groninger Museum. Daar ligt zij nu, veertig jaar later, als het mooiste stuk dat het museum ooit gehad heeft. Een herinnering aan vervlogen tijden.

De meeste mensen uit de stad vonden hun toekomst in nabije steden, zoals Assen, Zwolle, Leeuwarden, Deventer. Mijn ouders kwamen in Arnhem terecht, waar hun getrouwde leven aan het einde van de twintigste eeuw ooit begon. Een mooie omgeving, hoog, droog en veilig. Geen gas in de grond.

Kamps GasBedrijf en de provincie Groningen zullen ophouden te bestaan. De gasvelden zijn uitgeput. De Nederlandse bevolking ook. Het is tijd voor vernieuwing. Totale vernieuwing. Het heeft te lang geduurd. Mijn generatie en die van mijn kinderen kunnen het niet meer. De beurt is aan mijn achterkleinkinderen en hun kinderen.

Ik ben een tevreden man. Ik hoop volgende week 89 te worden.

vrijdag 13 februari 2015

Vrije Partnerkeuze

‘Meneer Jozefs, bedankt voor het wachten. Ik heb het voor u nagevraagd. De door u gewenste datingsite zit niet in het contract. U kunt alleen kiezen uit de door ons gecontracteerde LiefEnLeed partnersites.’

‘Ja, maar……’

‘En dat is natuurlijk breed gecommuniceerd vorig jaar in 2026, toen de nieuwe LiefEnLeed verzekeringswet door de Eerste Kamer is aangenomen.’

‘Dan ga ik toch maar overstappen. Bedankt. Goedemiddag.’

In 2019 werd de nieuwe LiefEnLeed (LEL) verzekeringswet geïntroduceerd. Deze wet bepaalde dat iedereen verplicht is een LEL-verzekering af te sluiten. Het grondrecht van vrije partnerkeuze werd in deze wet verankerd.

Maar net als in de zorgverzekeringswet van 2015, waarin de vrije artsenkeuze werd beperkt, wilde het kabinet in 2025 de vrije partnerkeuze aan banden leggen. Ondanks hevige protesten werd de nieuwe wet in 2026 aangenomen. Het gevolg is dat nu de hoogte van de vergoeding voor ingekocht LiefEnLeed afhangt van contractuele afspraken. De verzekeringsmaatschappijen hebben de macht in handen en controleren in hoge mate waar wij als burgers onze LEL-partners halen. Dit is een verontrustende ontwikkeling. Bovendien is het eigen risico verhoogd tot €15.000 per kalenderjaar.

Ons advies is om uw keuze voor een verzekeringsmaatschappij weloverwogen te maken. De keuze voor een huispartner blijft vrij, maar voor specialisten gelden de polisvoorwaarden en de contractafspraken. En deze kunnen per maatschappij behoorlijk verschillen. Let vooral op de volgende vier grootste specialistische partnergroepen:
  • Voortplantingspartners
  •  Opvoedingspartners
  • Verzorgingspartners
  • Vrijetijdspartners

‘Goedemorgen, dé LiefEnLeed partnersite voor hoogopgeleiden, met Anja. Hoe kan ik u helpen?’

‘Goedemorgen, met Jozefs spreekt u, klantnummer 45888433. Ik zoek een opvoedingspartner voor twee jaar.’

‘Moment, meneer Jozefs, ik pak uw gegevens er even bij. Ja, ik zie het. Vorig jaar heeft u een voortplantingspartner gehad. Was u daar tevreden over?’

‘Ja, erg tevreden. Is allemaal vlekkeloos verlopen, figuurlijk gesproken dan. Haha.’

‘Erg leuke woordspeling, meneer Jozefs. Voor twee jaar zei u? Dat kan. Zullen we de specificaties samen doorlopen? Ik zie dat u een huispartner heeft. Deze voldoet niet aan uw wensen voor de opvoeding?’

‘Niet echt. Ze doet het uitstekend voor de huis-, tuin- en keukenzaken. Van opvoeden heeft ze niet veel kaas gegeten.’

‘Prima. Ik zal u zo spoedig mogelijk een shortlist van opvoedingspartners sturen, waaruit u dan uw keuze kunt maken. U weet dat u een eigen risico van €15.000 per kalenderjaar moet betalen?’

‘Ja, dat weet ik. O ja, ik wil ook graag een vrijetijdspartner voor drie weken in de zomervakantie. Mijn huispartner houdt niet van kamperen.’

woensdag 7 januari 2015

Stuwmeer


Gelukkig hebben we een stapel dvd’s meegenomen. Merlin seizoen 1, de remake van V voor de kinderen. Voor ons The Sandhamn Murders en Real Humans seizoenen 1 en 2. Wij zijn verslaafd aan Scandinavische series de laatste jaren. Op de tv in het appartement kunnen we alleen de landelijke en regionale zenders ontvangen. Zonder ondertiteling is het niet voor iedereen gemakkelijk te volgen.

Er is geen Wi-Fi en als ik een sms naar mijn ouders wil sturen om te melden dat we gezond en veilig zijn aangekomen, moet ik 200 meter richting het dorp lopen. De laptop hadden we net zo goed thuis kunnen laten.

Tussen Kerst en Nieuwjaarsdag knijpen we er vijf dagen tussenuit. Lekker, ruim twee weken vrij. Ik ben toch gedwongen mijn stuwmeer aan verlofdagen op te maken. Niet dat ik daar ooit een probleem mee heb. Ik heb eerder dagen te kort dan dat ik overhoud. Aan het einde van het jaar ligt mijn stuwmeer droog.

Het sneeuwt en het is ijzig koud. Ideale omstandigheden om te wandelen in de heuvels. Met rode wangen vervolgens aan de warme chocolademelk ergens in een restaurantje. ’s Avonds eerst lekker eten en dan dvd’s kijken. De voeten met dikke sokken tegen de radiator. Hier is geen vloerverwarming. Als afsluiting van de dag even naar het dorp lopen om te checken of er nog sms’jes zijn. Nog geen vijf uur rijden van huis en het voelt als het einde van de wereld.

De Edersee is een stuwmeer. Gelegen in een prachtige omgeving wordt de rivier de Eder in zijn loop tegengehouden door een stuwdam. Grote turbines aan de voet van de dam zorgen voor de opwekking van energie. In 1943 werd de stuwdam door een bombardement van de Britten verwoest. Een vloedgolf met golven van zes tot acht meter spoelde door de vallei tot wel 30 km stroomafwaarts, een leeg stuwmeer achterlatend.

Om constant energie op te wekken moet de Edersee vol zijn. Mijn verlofstuwmeer is leeg. De energie is uitgeput. 2015 is begonnen. Een nieuwe voorraad verlofdagen ligt klaar.

Gelukkig maar.