Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.
Posts tonen met het label nostalgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nostalgie. Alle posts tonen

donderdag 14 maart 2019

De Zwarte Panters

Goedbedoelde adviezen op het werk


Vijf jongens van een jaar of elf rennen door de brede brandgang achter de Gratamastraat. Linksaf de scherpe bocht om, dan rechts de volgende gang door. Rijen schuurtjes van witte en bruinrode baksteen met afgebladderde deuren aan weerskanten. Op de vlucht of onderweg naar een nieuwe opdracht? In de verte blaft een hond. Ze praten niet, weten precies wat van ze verwacht wordt. Dit is hun territorium, hun Camelot.

Ze stoppen bij een van de schuurtjes. De grootste van de vijf jongens gaat met zijn rug tegen de muur staan, zakt iets door de knieën en houdt zijn handen met ineengevouwen vingers voor zijn onderbuik. Hij geeft de overige vier jongens een pootje, draait zich om, springt en trekt zich met een krachtige beweging op het dak van het schuurtje. Ze rennen over de daken verder, springen zonder enige aarzeling over een nauwe brandgang, laten zich zakken en verlaten het doolhof aan de Korrewegzijde.

Ze grijpen hun fietsen die ze een uur geleden in de heg langs een voortuintje hadden gesmeten. Ze fietsen richting de Korrewegbrug, langs de kerk boven de Hamburgervijver. Aan de overkant, in de Star Numanstraat, zien ze hun school. Voor de brug slaan ze linksaf.

Voorovergebogen over hun stuur, staande op de pedalen, raggen ze over het smalle fietspad. Losgetrapte asfaltsteentjes spatten alle kanten op. Soms bonken ze door een gat, dan weer springen ze soepel over een boomwortel. Door de dichte struiken en de eeuwenoude bomen is het donker, maar dit deert de jongens niet. Ze kennen de weg. Waarom die haast? Zijn ze op de vlucht of zijn ze onderweg naar een nieuwe opdracht?

Rechts voor hen uit, in het Van Starkenborghkanaal dat evenwijdig loopt aan het fietspad, vaart een zwaarbeladen binnenschip. De boeggolven klotsen over de gangpaden. Dit is hun geluk. Net op tijd halen de jongens het schip in. Hijgend van de inspanning zetten ze hun fietsen tegen een dikke boom. De grootste van de vijf springt over de smalle sloot, die de Eeuwige Jachtvelden afschermt van het fietspad. De anderen volgen. Een jongen zakt tot zijn enkels in de zwarte, stinkende modder. Het deert hem niet. Ze moeten verder.

Tijgerend over het terrein sluipen ze van de ene honderd jaar oude steen naar de volgende. Ze verschuilen zich voor een onzichtbare vijand. Een enkele steen staat scheef weggezakt in het hoge gras. De letters zijn onleesbaar geworden. Groen mos op het graniet. Er is geen leven, het enige dat ze horen is een hamerende specht ergens hoog in een boom.

Ze wachten op de volgende trein. Die moet eerst gepasseerd zijn, voordat ze binnen in de dikke betonnen pijlers als in een schoorsteen naar boven kunnen klimmen. Een kwartier later schuifelen ze over de stalen constructie naar het midden van de spoorbrug. Ze wachten op elkaar, willen samen deze laatste opdracht doen. Hun tenen steken over de rand. De grootste jongen geeft een teken. Met opgeheven armen storten ze zich in de diepte. Hoestend en proestend komen ze boven. Ze zwemmen naar de kant.

Zij zijn de Zwarte Panters.

Voorovergebogen over zijn stuur zwoegt hij in de vierde versnelling tegen de wind en regen in. Vandaag is de Peizerweg langer dan anders. Hij ontwijkt de gaten en de boomwortels in het fietspad. Hij fietst dwars door de grote plassen. Alleen zijn voeten worden nat. Hij heeft maatregelen getroffen. Een oude man haalt hem gemakkelijk in. Vroeger zou hij dat niet gepikt hebben, maar tegen de e-bikes kan hij niet op.

Op de drie onderste treden van de trap staat please, watch, your step. In zijn linkerhand draagt hij zijn laptoptas, in zijn rechterhand zijn toegangspasje. Hij heeft zijn regenjas halfopen geritst. Het regenwater loopt in straaltjes van zijn kleding. Bovenaan de trap heeft hij 1,8 calorieën verbrand. Hij glimlacht. Hij weet wel beter. Bij de reling langs de galerij staat hij even stil. Hij kijkt om zich heen en dan naar beneden. Onopvallend steekt hij zijn tenen over de rand. Hij sluit zijn ogen, in gedachten heft hij beide armen op en stort zich in de diepte.

Hij blijft een Zwarte Panter.

woensdag 14 november 2018

Toboggan


De eerste keer
Neemt hij ons mee
Door de metershoge
Verse sneeuw

Op een toboggan
Glijden wij van de steile
Helling naar beneden
Zoals de Innu en Cree

Op een reddingslee
Langs de steile trap
Bewijzen wij hem
De laatste eer

toboggan is a simple sled which is a traditional form of transport used by the Innu and Cree of northern Canada.
© 2018, John Koster

vrijdag 27 februari 2015

Spookstad

Ik ben een oude man. Volgende week hoop ik 89 te worden. Dit is mijn laatste opgeschreven verhaal. Voor mijn klein- en achterkleinkinderen. Er zitten meer verhalen in mijn hoofd, maar ik laat ze daar. Ik heb geen energie ze op te schrijven.

Vorige week zijn de laatste kubieke meters kampgas gewonnen. Het definitieve einde van de mooie provincie van mijn jeugd. De KGB, Kamps GasBedrijf, zal haar laatste kleine vestiging terugtrekken uit het gebied. De hekken zullen voorgoed gesloten worden.

Ik heb een goed leven gehad. Begin jaren twintig ben ik afgestudeerd aan de Rijks Universiteit Groningen. Jarenlang heb ik als bioloog gewerkt en uiteindelijk ben ik in Australië terecht gekomen. Ik merk nu ik ouder word dat de herinneringen aan mijn jeugd sterker worden. Terugkeren naar Nederland zal ik niet. Mijn leven is hier.

In 2017 al begon de Grote Evacuatie. Door de NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij, de Nederlandse regering en het Provinciaal Bestuur van Groningen gefinancierd. Dit betekende het einde van de NAM in 2028. En het bracht Nederland in een nieuwe, desastreuze crisis. Dat de failliete NAM-boedel in datzelfde jaar tijdens het kabinet Kamp 3 werd overgenomen door de KGB was geen toeval. Het uitkopen van de bewoners van de provincie Groningen kostte honderden miljarden.

Mijn ouders en wij woonden in de stad, dicht bij het centrum. Het omstreden Groninger Forum is in 2017 in gebruik genomen, maar 5 jaar later al weer gesloten. Het was een fiasco. Tot het einde van de jaren dertig konden mijn ouders in de stad blijven wonen. De evacuatie begon in de risicogebieden in het noordoosten van de provincie. Velen uit die regio hebben een nieuw bestaan opgebouwd in Drenthe, Overijssel en zelfs Duitsland. Daarna was het westen aan de beurt. In die periode kreeg Friesland er vele duizenden bewoners bij.

Ten slotte de stad. Onze mooie stad Groningen met d’Olle Grieze, die steeds meer op de toren van Pisa ging lijken en uiteindelijk het loodje moest leggen. Nogal cynisch dat de Martinitoren in zijn val het Groninger Forum naar de ondergang meenam. De kenmerkende open bol rolde en stuiterde door de Oosterstraat, over het Zuiderdiep en belandde uiteindelijk in het verbindingskanaal vlak voor het Groninger Museum. Daar ligt zij nu, veertig jaar later, als het mooiste stuk dat het museum ooit gehad heeft. Een herinnering aan vervlogen tijden.

De meeste mensen uit de stad vonden hun toekomst in nabije steden, zoals Assen, Zwolle, Leeuwarden, Deventer. Mijn ouders kwamen in Arnhem terecht, waar hun getrouwde leven aan het einde van de twintigste eeuw ooit begon. Een mooie omgeving, hoog, droog en veilig. Geen gas in de grond.

Kamps GasBedrijf en de provincie Groningen zullen ophouden te bestaan. De gasvelden zijn uitgeput. De Nederlandse bevolking ook. Het is tijd voor vernieuwing. Totale vernieuwing. Het heeft te lang geduurd. Mijn generatie en die van mijn kinderen kunnen het niet meer. De beurt is aan mijn achterkleinkinderen en hun kinderen.

Ik ben een tevreden man. Ik hoop volgende week 89 te worden.

vrijdag 13 september 2013

De Vliegende Speeldoos

Personages.
Johanna; John; Nicht; Seb; Lot; Hanne.

Scène 1.
Vrijdagochtend aan de ontbijttafel. Er moet een boodschappenbriefje worden gemaakt voor het weekend. Iedereen is aanwezig.

Johanna: Iemand suggesties voor het eten?
Hanne: Hamburgers.
Johanna: Wat hebben we nodig?
Lot: een vliegtuig.
John: Een koffer.
Seb: Felle lampen.

Scène 2.
Zaterdagmiddag in de stad. De uitverkoop aflopen om goedkoop broeken, T-shirts en eventueel schoenen te kopen. Op de Grote Markt voor de deur van H&M.

Hanne: Mam, zullen we hier even kijken?
Johanna: Wil jij hier naar binnen?

Scène 3.
Zondagochtend half zeven op het vliegveld van Bremen. Johanna, Lot, Hanne en een nicht gaan een weekend naar Stockholm. Voor de meiden de eerste keer vliegen. Spannend. Ze zijn een beetje druk. De nicht probeert ze gerust te stellen.

Lot: Is vliegen gevaarlijk?
Nicht: Niet gevaarlijker dan rijden in een auto.
Hanne: En als we neerstorten?
Johanna: Kom ik om, dan kom ik om.

Scène 4.
Vrijdagavond op de bank voor de televisie. De Wereld Draait Door. Gasten praten over asielzoekers en discriminatie.

Hanne: Wat is ook al weer discriminatie.
Seb: Dat je andere mensen behandelt zoals je zelf niet behandeld wilt worden.
Johanna: Dat is een mooie definitie.
John: We mogen zijn zoals we zijn.

De invloed van 20 jaar De Vliegende Speeldoos op een doorsnee gezin in Nederland.

www.devliegendespeeldoos.nl

vrijdag 6 september 2013

Camelot

vier rijen huizen
in de Korrewegwijk
tussen Diephuisstraat
en Heijmanslaan

een kasteel
met binnenplein
brandgangen en schuren
ons speelterrein

de koning te rijk
in ons eigen ridderslot
ik ben Arthur
mijn vriend is Lancelot

van gele plastic buizen
elastiek en hout
een zwaard gebouwd
Excalibur

dinsdag 3 september 2013

Sentiment

niet goed snik
en sentimenteel
maak ik
net als
veertig jaar geleden
met rode prik

nu voor
mijn dochters
van drie scheppen suiker
een scheut koffiemelk
en ginger ale
een echte spoetnik

zaterdag 1 december 2012

De komst van het schip; 115 Mr. Blue Sky

Klik op het plaatje om Mr. Blue Sky te luisteren, nr 115 in de Top2000 van 2012

Waren de goden kosmonauten. De planeet die aarde heet. Werelden in botsing.
Erich von Däniken. Hal Lindsey. Immanuel Velikovsky.

Toen ik een jaar of 17, 18 was las ik deze boeken. Ik verslond ze. Vaak lag ik 's nachts met een zaklantaarn onder de dekens stiekem te lezen. Ik kon ze simpelweg niet aan de kant leggen. Hoe zijn de piramiden gebouwd? Wie waren verantwoordelijk voor de beelden op Paaseiland? Wie bouwden Stonehenge? Ik las vele boeken die daar een antwoord op probeerden te geven.

Het lezen van deze boeken was voor mij de aanleiding om science fiction te gaan lezen. Maar dan wel verhalen waarin de science een grotere rol speelde dan de fiction. Ik las Isaac Asimov, Arthur C. Clarke, maar ook klassiekers, zoals de boeken van John Wyndham.

Het was ook de tijd van de symfonische rock, Boston, Alan Parsons Project en Electric Light Orchestra. En de lp-hoezen waren fantastisch. Ze prikkelden mijn fantasie. Eind jaren zeventig had ik zoveel lp's dat ik met alle hoezen, al dan niet uitgeklapt, één hele muur in mijn slaapkamer kon bedekken, op het behang geplakt met buddies. De hoezen van Earth, Wind & Fire waren de mooiste.

Als in de prehistorie buitenaardse kosmonauten onze Aarde hebben bezocht, dan kan ik me voorstellen dat ze zijn gekomen in een schip. Een schip als op de hoes van Out of the Blue van ELO. Met de top2000 hit Mr. Blue Sky.

woensdag 21 december 2011

599 Heaven Must Be Missing An Angel


Het is kwart voor zeven en de Nieuwe Kerk zit al bijna tot de nok vol. Vierhonderd kinderen en hun meesters en juffen, ouders, broertjes, zusjes en grootouders. Ja, dan wordt de Nieuwe Kerk te klein. Volgend jaar de Martini Plaza maar afhuren, hoor ik mensen gekscherend zeggen.

Om zeven uur begint de traditionele kerstviering. Alles is weer goed geregeld. De band, de techniek en de versiering van de kerk. Binnenkort kunnen we filmpjes op de tube kijken. Er wordt vooraf gemeld dat men niet geacht wordt na elke bijdrage van de kinderen te klappen. Dat zou de kerststemming kunnen verstoren. Tot halverwege gaat dat best goed. Maar de mensen in de zaal zijn toch niet te houden als hun kroost fantastisch staat op te treden op het podium of een ontroerend lied zingt. Ach ja, laat ook maar gaan.

Het thema van dit jaar is: Engelen. In de gekozen liederen en het verhaal dat door een groepzesser wordt voorgelezen komt dat thema terug. Is ook niet zo moeilijk in het kerstverhaal. Volgens de liturgie doet groep vier een engelendans op het podium. Van Tavares, staat er achter. Het past prima in het thema natuurlijk, maar ik vraag me af wie van de leraren dit nummer gekozen heeft. Moet wel een oudere jongere zijn, waarschijnlijk een top2000-luisteraar. Even voor de duidelijkheid: ik was het niet.

Terwijl ik mijn ogen sluit, dwalen mijn gedachten onwillekeurig af naar eind jaren zeventig. Ik zing zachtjes mee. De dansvloer is vol met veel meisjes en een paar jongens. Alle pasjes en bewegingen van de mannen van Tavares worden feilloos uitgevoerd. Bij “Showers, your love comes in showers” staat iedereen met de handen in de lucht en wordt een regen van liefde uitgebeeld.

Ik open mijn ogen. De lieve engeltjes van groep vier dansen op het schaarsverlichte podium. Tavares zingt:

Ooh I'm captured by your spell (Ooh, ooh)
You're different, girl, I can tell (Oohoohooh)
When you're layin' on my pillow, baby
Above your pretty head, there's a halo, that's why I know

Heaven must be missin' an angel (Heaven)
Missin' one angel, child, 'cause you're here with me right now (Mmm ha)
Your love is heavenly, baby
Heavenly to me, baby (Ooh my sweet little angel)

Wij hadden ruim dertig jaar geleden vast en zeker andere engeltjes in gedachten bij het horen van deze tekst. Maar dat mag de pret niet drukken. Het was weer een gezellige kerstviering.

maandag 19 december 2011

702 The Power Of Love

Klik op het plaatje om de special extended version te luisteren

Het lijkt wel of iedere zichzelf respecterende band een kerstnummer moet uitbrengen. Ik moet eerlijk zeggen dat de meeste bij mij een behoorlijke irritatie opwekken. Ik kan niet uitleggen waar dat door komt.
The Power Of Love van Frankie goes to Hollywood is daarop een uitzondering. Ook dit kan ik niet uitleggen. Ik vind de muziek mooi, de tekst spreekt tot mijn verbeelding en ik vind de originele clip goed in deze kersttijd passen. Misschien komt het omdat ik dit nummer niet zoetsappig of moraliserend vind.

vrijdag 16 december 2011

58 The Sounds Of Silence


Het is begin jaren negentig als wij met een groep vrienden vanuit Arnhem een weekend Groningen doen. Veel van die Arnhemse vrienden, met wie we een aantal jaren een eetclub hebben, vinden Zwolle al ver, laat staan Groningen. En wij scheppen nogal op over hoe mooi het in het Noorden is en hoe leuk de stad Groningen is.

Het is hartje winter en het vriest dat het kraakt. We zitten in vier trekkershutten op het terrein van landgoed Ekestein, dichtbij Appingedam aan het Damsterdiep. Groningser kan bijna niet. De hutten zijn primitieve, vierpersoons blokhutten, gelukkig wel met een kachel, maar verder zonder enige luxe. De warmte moeten we halen uit elkaars gezelschap, de verhitte discussies over van alles en nog wat en de ene fles Kalmoes Berenburger van Hooghoudt na de ander, afgewisseld met Jägermeister. De vrieskou zorgt ervoor dat deze zonder ijskast toch ijs- en ijskoud is.

Op de vrijdagavond, het is al na middernacht, wagen de heren zich naar buiten. De dames zitten gezellig in één van de hutten. De kou en de overweldigende sterrenpracht doen onze luidruchtigheid verstommen. Het geluid van de stilte beneemt ons de adem. De adem die op onze jassen kristalliseert in een witrijpe waas.

Ik sta bekend als zijnde behoorlijk tekstvast, vooral als het gaat om muziek uit de jaren zestig en zeventig. Ik zet dan ook spontaan in:
“Hello darkness, my old friend. I’ve come to talk with you again.”

Tot in de kleine uurtjes zingen we uit volle borst het gehele repertoire van Simon & Garfunkel en nog heel veel meer.

woensdag 14 december 2011

866 Alone


Ik ben 18, 19 jaar en ik houd van hard! Hard! Heart!

Een band uit Seattle met twee ongelooflijk stoere rockmeiden, Nancy en Ann Wilson. Eigenlijk ken ik maar twee nummers: Crazy On You en Magic Man. In onze jeugdsoos worden ze elke avond gedraaid.

Ik ben 51 en ik houd nog steeds van hard. Maar wel hard met een hart. Ik kan genoeg voorbeelden bedenken van nummers van rockbands, rustige nummers, ballads, die me enorm aanspreken. Ik denk dat het de ingetogenheid is, de wolf in schaapskleren. Je weet dat het hard kan gaan, maar ze houden de deksel op de pan. Cold As Ice van Foreigner, Nothing Else Matters van Metallica, Dust In The Wind van Kansas zijn goede voorbeelden.

In de Top2000 van 2011 staat Crazy On You op 1008 en Magic Man op 1587. Dat is mooi. Ik ontdek dat op 866 het nummer Alone staat. Ik ken het niet. Het is van 1987, een andere periode in mijn leven. Ik zoek op Youtube en vind het gelijk. Ik ben verbaasd. Heart treedt nog regelmatig op. Alone is prachtig.

Ik weet nu eindelijk waarom ik het ene nummer mooier, beter vind dan het andere. Wat is mijn criterium om over een favoriet nummer te schrijven. Heart geeft het antwoord in één regel uit Alone:

“It chills me to the bone.”

Ik neem de proef op de som. Het klopt. Alle nummers die ik mooi vind en die de moeite waard zijn om over te schrijven, bezorgen me koude rillingen.

Luister naar deze live versie van Alone uit 2003. Zet het volume op 10. Luister en huiver.




Een toegift voor de nieuwsgierigen. Hoe klonk Heart in 1977?

dinsdag 13 december 2011

871 Fly Like An Eagle


Het zal jullie niet zijn ontgaan. Ik heb iets met vogels. De naam Papagoose is niet toevallig gekozen. Die heb ik geleend uit de film ‘Fly Away Home’, over een meisje dat bij haar vader, een uitvinder, in Canada gaat wonen, nadat haar moeder is omgekomen bij een auto-ongeluk. Zij vindt een nest met ganzeneieren en in een kast in de schuur worden ze uitgebroed. De kuikens beschouwen haar als hun moeder. Ze brengt de ganzen groot en met hulp van haar vader, Papagoose, die twee vliegtuigjes bouwt, begeleidt ze de ganzen naar het zuiden. Zo herstelt ze de natuur en leert ze de ganzen te trekken. Na de winter komen ze terug naar Canada. Eén van mijn favoriete films met prachtige beelden van de Canadese wildernis en mooie muziek.

Ganzen, maar ook zwanen, komen terug in een aantal gedichten die ik heb geschreven. Als mijn kinderen vragen wat mijn lievelingsdier is, dan antwoord ik dat het de adelaar is. Het heeft te maken met de vrijheid die dit dier uitstraalt, denk ik. En het van grote hoogte kunnen overzien van de wereld.

In mijn middelbareschooltijd heb ik de popmuziek leren kennen. Het begon met de standaard klassiekers. Platen die iedereen kocht en waar we het nu nog over hebben. The Eagles, Pink Floyd, Supertramp, Fleetwood Mac, Queen. Toen ik die klassiekers allemaal had, ging mijn aandacht uit naar de meer onbekende muziek, zoals Manfred Mann’s Earth Band, America, Steely Dan. Mijn topper uit die serie was Fly Like An Eagle van de Steve Miller Band.

I want to fly like an eagle
To the sea
Fly like an eagle
Let my spirit carry me.

maandag 12 december 2011

1016 Hair


De drie grote rockopera’s/musicals van eind jaren zestig leerde ik pas een aantal jaren later kennen.

Jesus Christ Superstar was een grote hit, maar in onze protestantse kringen nogal omstreden. Geloofsgenoten kwamen in hun opvattingen tegenover elkaar te staan. Mijn moeder kocht de originele Broadway versie op dubbel lp. Ian Gillan van Deep Purple zingt de partij van Jezus. Het nummer Gethsemane kan me nu nog ontroeren. Het zou niet misstaan in de Top2000. Gillan heeft nooit op de planken gestaan in deze rol. Als gezin hebben we de film gezien toen deze in Nederland uitkwam, met Ted Neeley als Jezus. De teksten kende ik uit mijn hoofd en regelmatig speelden wij scènes in de huiskamer na. Pilate’s Dream was mijn favoriet. Later kocht ik de filmversie op lp.

De twee andere grote rockopera’s uit die tijd zijn Tommy van The Who en Hair. Tommy hebben wij eind jaren negentig live gezien in Londen, met Kim Wilde. Verder weet ik er niet meer zoveel van.

Hair paste uitstekend in de flowerpower periode van de jaren zestig en zeventig. Ik had net zo goed het nummer Aquarius/Let The Sunshine In kunnen kiezen, maar één regel uit Hair verbindt deze plaat met Jesus Christ Superstar:

‘My hair like Jesus wore it. Hallelujah, I adore it.’

De drie dubbelalbums heb ik uiteraard nog en zitten in mijn inmiddels beroemde kist.

vrijdag 9 december 2011

330 Dust In The Wind


Ik heb een live uitvoering van Dust In The Wind van Kansas op de dubbel lp ‘Two For The Show’. Het nummer is uitgebracht in 1978. Ik hoorde van Kansas via een jongen met wie ik vakkenvulde in de supermarkt. Dat vakkenvullen had voor mij twee grote voordelen. Ik verdiende een aardig centje bij om muziek te kunnen kopen en het was een welkome afwisseling van het schoolwerk.

Op de dinsdag- en de vrijdagavond vanaf zes uur totdat het werk klaar was. Hard werken werd afgesloten met een beugel Grolsch. De gehele avond schalde onze favoriete muziek, die we zelf op cassette mochten meenemen, keihard door de winkel en was van een ander kaliber dan de Richard Clayderman en James Last die overdag te horen waren. Twee jongens hielden nogal van stevige rock, Kansas bijvoorbeeld. Ik moet eerlijk toegeven dat het mooie, rustige Dust In The Wind mij meer deed dan alle andere nummers bij elkaar.

De herinnering brengt me terug naar begin 1979. Inderdaad, dé strenge winter van 1979. Vele dorpen in het noorden van de provincie Groningen waren dagen afgesloten van de buitenwereld. Ik overdrijf niet als ik zeg dat de sneeuw overal tussen de een en twee meter hoog lag. We konden niet naar school. Werken in de supermarkt kon wel, want die was bij ons om de hoek. Maar er was niet veel te doen. De aanvoer van goederen stagneerde. De voorraden waren danig geslonken. Mensen hadden al dagen gehamsterd, goed voorbereid op het einde der tijden leek het wel. Wat ik komisch vond was dat de kratten bier het eerst op waren.

In deze barre dagen kwam bij iedereen in de wijk het wij-gevoel naar boven. We hielpen elkaar. Politiemensen die op de gevaarlijkste kruispunten het weinige verkeer regelden, werden door omwonenden voorzien van koffie en snert. We werden ons bewust van onze nietigheid in het grote omniversum. We zijn uiteindelijk slechts Dust In The Wind.

woensdag 7 december 2011

531 Love Hurts


Zeker als je tiener bent. Nee, juist als je tiener bent. Kalverliefde bestaat niet, in ieder geval niet in de betekenis die volwassenen geneigd zijn te geven. Open deuren en dooddoeners als ‘je bent nog jong’, ‘geen hand vol, maar een land vol’ verzachten heus de kramp in je maag niet.

In mijn tienerjaren ben ik twee, drie keer echt verliefd geweest en dat was voor mij heel serieus. Op school en op de soos was het verkering willen, krijgen en weer verliezen een heftig onderwerp en ook een spel. We hadden veel lol, maar ook verdriet.

Dit nummer van Nazareth sneed door ons binnenste. Toch werd het veel gedraaid. De gevoelens van pijn en plezier werden gekoesterd. Ze hebben ons gevormd tot wie we nu zijn.

dinsdag 6 december 2011

45 Nights In White Satin


De ultieme schuifelplaat van The Moody Blues.

Groningen, eind jaren zeventig. De jeugdsociëteiten van de protestantse kerken in de stad bloeiden. Zo had je De Lichtbak van de Goede-Herderkerk, De Barkas van de Oosterkerk en aan het Damsterdiep De Stormlantaarn voor de nieuwe buitenwijk Lewenborg, een grote betonnen wijk waar veel kinderen en pubers kwamen wonen. Je ontmoette elkaar als buren, als klasgenoten of achterin de kerk in het wijkcentrum Het Dok.

In navolging van de sociëteiten in de stad werd onze eigen soos gestart in, ik denk, 1976. In een mooi oud gebouwtje ergens achter een aantal woonhuizen, hadden we een echte dansvloer met verlichting, een zitgedeelte en een bar met keukentje.

Wat muziek betreft leefden we in de gouden eeuw. Bee Gees, Pointer Sisters, soul, voorlopers van de echte disco, Earth, Wind & Fire, Tavares. Te veel om allemaal op te noemen. En niet te vergeten de echte jarenzeventig muziek. Supertramp, Pink Floyd, The Animals, Procol Harum. Allen terecht vertegenwoordigd in de top2000.

De disco-avond begon met dansmuziek. Meisjes dansten vaak met elkaar, jongens deden dat natuurlijk niet. Alleen de jongens die echt goed konden dansen, durfden zich tussen de meisjes op de dansvloer te begeven. De rest zat op de barkrukken langs de bar te keuren en af te tasten. Viel er wat te halen die avond?

Aan het einde van de avond, als de lucht bol stond van de rook en de zweterige hormonen, die na een aantal biertjes iets gemakkelijker werden vrijgelaten, werden de lichten gedimd. Tijd voor het schuifelhalfuurtje. Nights In White Satin was daarin de absolute topper.

zondag 4 december 2011

20 Old And Wise


Rummikub. Daar denk ik aan als ik dit nummer hoor. En niet alleen dit nummer, maar het gehele album Eye In The Sky van The Alan Parsons Project.

In dezelfde jaren dat ik de lp’s van Pink Floyd en Supertramp aanschafte, kocht ik ook alle platen van deze band. Voor mij een mysterieuze groep van voornamelijk studiomuzikanten, die je toen bijna nooit live kon horen optreden. Alan Parsons was producer geweest van Dark Side Of The Moon van Pink Floyd.

Arnhem, eind jaren tachtig. Net getrouwd en onze eerste eigen woning gekocht. Een bovenwoning in een van de oude wijken dichtbij park Sonsbeek. Johanna studeerde aan de Hoge School voor de Kunsten in Arnhem en ik werkte bij KPN Telecom in Utrecht. De aanschaf van de woning en vooral de hoogte van de benodigde hypotheek hadden ons slapeloze nachten gekost. Moesten we dit wel doen? Het was een bouwval, het huis zelf kostte ons ruim 40.000 gulden en de verbouwing zou zeker 20.000 kosten. We hebben het gedaan en achteraf hebben we nooit spijt gehad.

Johanna had al twee jaar op kamers gewoond, dus spulletjes hadden we wel. Een oude bank van mijn schoonouders, twee ongelijke matrassen op de grond in het achterkamertje. De zolderverdieping zou later tot twee slaapkamers en een badkamer worden omgetoverd. Een oud zwart-wit tv-tje van mijn zus. Mijn oude stereo-installatie natuurlijk en de kist met lp’s.

Wassen en tandenpoetsen deden we in het oude keukentje. Douchen moest in het omgebouwde kolenhok op het balkon, waar in de winter de paddenstoelen door de tegelvloer kwamen.

Avonden lang hebben we op de grond liggen rummikubben. Altijd begeleid door de muziek van Alan Parsons. We hebben hier allebei dierbare herinneringen aan. Af en toe zet ik de plaat nu nog wel eens op.

“Wat is dit voor muziek?” Vraagt een van de kinderen.

“Rummikubmuziek,” is het antwoord.

vrijdag 2 december 2011

7 Wish You Were Here


Ik was zestien en ik had genoeg geld gespaard met het werken in de supermarkt, zodat ik mijn eigen pick-up kon kopen. Dit was een alles-in-een pick-up met versterker. Nog geen radio en cassettedeck. Een paar eenvoudige boxen er bij. Ik was zo trots.

Op school was ik door een aantal vrienden al bekend gemaakt met popmuziek. De eerste lp die ik aanschafte, bij Elpee in de Steentilstraat, was Hotel California van The Eagles. Ik denk dat ik een jaar later twintig lp’s had, allemaal zelf betaald of gekregen op verjaardag en sinterklaas.

Het was mijn lust en mijn leven om op mijn kamer lp’s te draaien. Niet zomaar opzetten en dan een hele kant luisteren. Nee, mijn lievelingsplaten had ik om mij heen op de vloer uitgestald. Ik draaide dan van elke plaat één of twee nummers. Een DJ in de dop, niet dat dat ooit iets geworden is.

Ik was heel zuinig op mijn platen. Ik kocht zelfs nieuwe, beschermende binnenhoezen. Met een dymotang kneep ik strookjes met mijn naam, adres en telefoonnummer, die ik achterop de hoes plakte. En om de passie voor de lp’s compleet te maken, hield ik een kaartensysteem bij in een bruine doos. Elk nummer van elke plaat op een kaartje. Achterop hield ik door turven bij hoe vaak ik een nummer draaide.

Het kaartensysteem, dat ik jammer genoeg niet meer heb, bewees dat Wish You Were Here van Pink Floyd mijn favoriete nummer was. De gelijknamige lp was ook mijn eerste Pink Floyd plaat. Daarna volgden heel snel de anderen: Dark Side Of The Moon, Meddle, Animals, Atom Heart Mother, Ummagumma en als laatste The Wall. Mijn Wish You Were Here lp heb ik een keer uitgeleend aan een vriend. Ik kreeg hem terug met een dikke kras, precies op het titelnummer. Ik was ontroostbaar. Verhaal halen deed ik niet. Ik heb de lp gewoon opnieuw aangeschaft. Weer twintig gulden.

Een aantal jaren geleden heb ik opnieuw een draaitafel gekocht, zoals dat nu heet. Met USB-aansluiting. Mijn kist met lp’s heb ik altijd bewaard en is vijf keer meeverhuisd. De binnenhoezen zitten nog om de platen, de adresstrookjes nog achterop. Tot mijn grote verdriet kwam ik er achter dat al mijn Pink Floyd lp’s waren verdwenen. Een groot mysterie.

Wish You Were Here draai ik nog regelmatig, nu van cd. Thuis of keihard in de auto. De prachtige tekst, de eenvoud van het gitaarspel. Het nummer is precies kort genoeg om het iedere keer weer opnieuw te willen luisteren. Ik krijg er nog steeds een brok van in mijn keel.

donderdag 1 december 2011

Blindedarm

Ik denk dat ik droom. Het is geen nare droom, maar wel een beetje een rare. Ik lig in een groot bed. Ik kijk wat om me heen. Ik zie van alles, maar het dringt niet echt door. Mijn oren suizen. Ik hoor geluiden, maar deze lijken van ver te komen. Licht, wit licht, doet me zeer aan de ogen. Ik blijf maar gewoon lekker liggen en verder dromen.

Dan hoor ik een bekende stem: “Volgens mij komt hij bij.”
Is het dus toch geen droom. Ik probeer me een beetje om te draaien, maar een steek in mijn buik doet mij weer terugvallen op mijn rug. Dat doet pijn.

“Is alles goed gegaan?” Vraagt de bekende stem.
“Jazeker, geen complicaties.”
Die stem komt van de andere kant van het bed. Daar staat een meneer met een witte jas aan en een raar apparaat om zijn nek.

Van Mommy en Daddy krijg ik een cadeautje. Het is een doosje met cowboytjes en indianen. Leuk. Maar nu ben ik moe. Het liefst wil ik slapen, maar ik moet opeens nodig naar de wc. Uit bed stappen lukt wel met een beetje hulp. Ik krijg een badjas over mijn pyjama aan en iemand ondersteunt me met een hand in mijn nek. Ik loop nog wel wiebelig, maar het gaat.

In de wc ben ik plotseling alleen. Nou ja, dat geeft niet. Ik ben al drie en kan heus wel alleen plassen. Staande plassen gaat me normaal best goed af, maar nu ben ik nog te duf. Voor de zekerheid ga ik toch maar zitten. En dat is maar goed ook, want ik moet poepen. Als ik klaar ben en Mommy wil roepen, merk ik dat ik per ongeluk in mijn badjas heb gepoept. Deze heb ik vergeten omhoog te doen. Mijn pyjamabroek heb ik keurig naar beneden getrokken. Het zweet breekt me uit. Ik vind dit heel erg en schaam me rot. Gelukkig is Mommy snel bij me en trekt de badjas uit.

Terug in mijn bed, denk ik dat ik deze gebeurtenis wel nooit zal vergeten. Ik vraag me af wat Mommy met de vieze badjas heeft gedaan. Ze zal hem toch niet aan die meneer met de witte jas hebben gegeven? Hopelijk heeft ze hem ergens stiekem in gestopt. Ik moet maar proberen er niet meer aan te denken.

woensdag 16 maart 2011

Uncle Kurt

Ik kan me het leven in Canada niet voorstellen zonder uncle Kurt. Waarschijnlijk heeft hij niet de volledige vijf jaren dat ik vanaf mijn geboorte daar woonde, bij ons doorgebracht. Maar hij heeft er voor mij altijd bijgehoord. Ik heb geen idee waar hij vandaan kwam, zijn naam verraadt een duitstalige achtergrond. Mijn ouders hebben nog enkele oude foto’s waar hij op staat. Een verlegen man met zwart, achterovergekamd haar.

Uncle Kurt was onze buurman, eerst onze beneden-, daarna onze bovenbuurman. Of in omgekeerde volgorde, dat weet ik niet meer. Vreemd, op een gegeven moment hebben mijn ouders dus met hem geruild van huis. En of hij nu bij ons of wij bij hem woonden, is mij ook niet bekend.

Er was alleen uncle Kurt, daar hoorde geen auntie bij. Hoelang hij al in Canada woonde, wat voor werk hij deed, of hij nog familie had? Ik heb geen idee. Deze vragen zouden best door mijn ouders beantwoord kunnen worden, want ze leven beide nog. Maar, weet je, ik laat het lekker zo. Het heeft iets mysterieus.

Totdat natuurlijk iemand via Spoorloos op zoek is naar zijn of haar halfbroer en vervolgens bij mij terecht komt. Of mijn ouders aan het einde van hun leven tegen mij zeggen:
“We moeten je ook iets vertellen….”
Als dat zou gebeuren, dan zou ik het mysterie uncle Kurt willen oplossen.

Het enige tastbare wat van hem is overgebleven is een rood met witte raceauto, die ik met Kerstmis van hem heb gekregen. Deze heb ik nog steeds. Als je er mee rijdt maakt hij een diep brommend geluid. Hij heeft de tand des tijds glorieus doorstaan. Zo wordt speelgoed tegenwoordig niet meer gemaakt.