Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.

maandag 23 november 2015

Stukken

We verlaten de bioscoop via de uitgang aan het Zuiderdiep. Het is zondagavond half twaalf. Ik ervaar de gezellige drukte in het centrum van Groningen niet. Ik observeer, registreer, maar voel het niet. Ik voel niets. Ik heb mijn emoties uitgeschakeld.

Net als de hoofdpersoon in Son of Saul. Hij is een vader, net als ik. Het verschil is dat ik mijn kinderen een zo goed mogelijk leven probeer te geven. Het enige dat hij kan doen is strijden voor een goede begrafenis van zijn zoon. Daarvoor wil hij letterlijk door het vuur gaan.

Hij moet hard werken, zonder enig perspectief op een goede toekomst. Nadat keer op keer grote drommen mensen in de doucheruimte zijn opgesloten, moet hij opruimen. Kleren, koffers, schoenen. Het geschreeuw is oorverdovend. Hij lijkt het niet te horen. Hij volgt bevelen op. Het gehuil snijdt door mijn lijf. Hij lijkt het niet te voelen.

Hij stapelt naakte lichamen op karren. Men noemt ze stukken. Stukken mensenvlees. De realiteit van dat moment. Zijn werkelijkheid. De stukken worden weggevoerd en verbrand. Hij schept grote bergen as in de rivier. Hij laat geen sporen na.

Ik denk aan de tijd dat het laten slagen van een organisatie of bedrijf afhankelijk was van de inzet van de drie M’s. Mensen, middelen en methoden. Tegenwoordig praten we over resources. De nieuwe term voor middelen.  Zijn mensen ook middelen? Nee, alsjeblieft niet.  Ik ga niet meer meedoen om mensen resources te noemen. Mensen zijn mensen. Resources zijn middelen. En als ik met collega’s in het Engels praat? Dan zal ik het hebben over people. En niet human resources.

Mijn realiteit op dit moment is het centrum van Groningen, het Zuiderdiep. We fietsen naar huis. In stilte. Als we thuis komen slapen de kinderen. Ik kan het nog niet en zet de televisie aan. Het nieuws toont keer op keer beelden van grote drommen mensen die onze grenzen overstromen. Mensen die zichzelf en hun kinderen een goed leven proberen te geven. Dit zal niet iedereen lukken.

maandag 12 oktober 2015

Verhoor

De zware deur valt achter me in het slot. Ik loop naar het midden van de kamer waar een tafel en drie eenvoudige houten stoelen staan. De jongeman en de tolk hebben plaats genomen. De kleine bureaulamp is aan. Ik loop naar de lege stoel en klik de twee grote lampen aan die er achter staan opgesteld. De kamer wordt fel verlicht. Twee plastic bekertjes met koffie staan op de tafel. De koffie is heet. De bekertjes zijn aan de onderkant enigszins ingezakt. Voorzichtig vastpakken straks, bedenk ik mij.

‘Naam.’

Eerst de jongeman en vervolgens de tolk geven antwoord: ‘M…. D…..’

‘Geboorteland, -plaats en -datum.’

‘Syrië, K…… , ..-..-2003.’

Ik controleer de gegevens in het dossier dat voor me ligt. Ze kloppen.

‘Dit verhoor vindt plaats om vast te stellen of de opgegeven persoonsgegevens kloppen. En of je recht hebt op asiel. Is dat duidelijk?’

Een schuchter antwoord. Ik hoor de twijfel in zijn stem. Nu is het zaak om door te vragen. Voorzichtig pak ik het bekertje met koffie boven aan de rand tussen duim en wijsvinger vast. Wat een ellende is dit altijd. Ik zal toch eens vragen om een houder of in ieder geval een extra bekertje.

‘Waarom ben je gevlucht en met wie ben je hier gekomen?’

‘Met mijn moeder en twee zusjes,’ hoor ik via de tolk. ‘Het is oorlog. Mijn vader en twee broers zijn dood.’

‘Wat waren je dagelijkse bezigheden in Syrië? Welke contacten had je vader? Wat voor werk deed hij? En je broers? Wat was hun rol in de oorlog? Hadden jullie wapens? Heb je die meegenomen toen je vluchtte? Wat hoop je in Nederland te vinden?’

Weer die twijfel. Ontwijkende antwoorden. Ik zie de spanning in de jongeman toenemen. Ik maak enkele notities in het dossier. Het verhoor zal ik de volgende dag voortzetten. Nu eerst de moeder en de zusjes. Ik moet vaststellen of ze een consistent verhaal hebben. Ik drink het laatste restje koffie, klik de grote lampen uit en verlaat de kamer. De jongeman zal worden opgehaald door een van de bewakers. De tolk zal blijven zitten. Tien minuten pauze. Even een broodje eten. Niet vergeten om nieuwe koffie te regelen. Met een extra plastic bekertje. Bekerhouders zullen er wel niet zijn.

Is dit de juiste manier van verhoren?

Of verhoren wij hun bede? Hun schreeuw om hulp en veiligheid?



Citaat uit de Volkskrant:
‘De IND verhoort iedere asielmigrant uitvoerig, om na te gaan of de verstrekte gegevens over identiteit en land van herkomst kloppen en het vluchtmotief geloofwaardig is. Daarnaast probeert de IND te achterhalen of onder de asielmigranten oorlogsmisdadigers zijn. Die hebben op basis van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag geen recht op asiel.

donderdag 20 augustus 2015

Bazen

‘Hé, Hector, kijk! Daar komen weer twee. Ik ken ze niet. Jij?’
‘Eh, nee, ze ruiken niet bekend.’
‘Heb jij ook zin in een beetje actie? Kom, we laten ze even schrikken. Kun je lachen. Ze reageren altijd zo paniekerig.’
‘Ik weet het niet. Het mag niet. De baas is daar altijd heel duidelijk over.’
‘Ach, kom. Niet zo benauwd en volgzaam. De baas is niet in de buurt. De baas stelt een beetje initiatief wel op prijs. We blijven op ons eigen terrein. Dat beloof ik.’
Hector en ik rennen over het grasveld. Twee enthousiaste jonge honden. We maken veel lawaai. De twee mensen rijden nu naast elkaar. Sneller. We ruiken nog geen paniek. We naderen de uitgang van ons terrein. De twee mensen negeren ons. Wat denken ze wel? Wij bewaken ons territorium. Wij zijn hier de baas. Nou ja, onder de grote baas dan.
‘Wat doe je nu? Niet verder. Ben je gek geworden?’
‘Ja, Hector. Die mensen maken we gek. Ze ruiken niet bang. Ik zal ze een lesje leren.’
‘Als de baas er achter komt, dan zwaait er wat.’
‘Maar jij gaat het hem niet vertellen. Toch, Hector?’

De Triodosbank heeft een interessant programma en website. Het onderwerp is: “Vijf dingen die ze je niet vertellen over de economie.” Nummer vier uit deze reeks is: “Bazen zijn uit.”
Waar zijn de grote leiders gebleven? De bazen, de bestuurders en politici die het voortouw nemen. En de vernieuwing komen brengen. Die voor ons beslissen hoe de toekomst eruit gaat zien.
Het zou fijn zijn, iemand die ons de weg wijst. Maar echte verandering is zelden het werk van zo’n grote man of vrouw. Het zijn grote ideeën die de wereld veranderen. Ideeën die groot worden, zodra steeds meer mensen ze omarmen. En ernaar gaan handelen.
Dus laten we niet wachten op een baas, een leider. Maar beginnen. Vandaag. Iedereen kan meedenken en doen. Dat is het mooie van deze tijd. Met elkaar maken we nieuwe ideeën en initiatieven groot. Daar hebben we geen grote baas meer voor nodig.
Dit is zeker iets om over na te denken. Het is mogelijk in een volwassen organisatie en voor mensen die een gezonde onderlinge verstandhouding hebben.
Voor mensen, ja. Voor honden ben ik niet overtuigd. Heb ik toch liever een strenge baas. Een baas naar wie geluisterd wordt.

Ze zijn nu heel dichtbij. Een snelle uitval moet kunnen. Daarvoor hoef ik maar twee meter het erf af. De naakte enkel draait voor mijn ogen. Draait en draait steeds sneller. Ik stoot een vervaarlijke grom uit en doe een goed gerichte hap. Mijn krachtige kaken klappen dicht. Mijn scherpe tanden doorboren het vlees. Het menselijk  bloed is zoet. Het wordt me rood voor de ogen. Dit smaakt naar meer. Nog een hap?
‘Satan, HIER!’
De grote baas. Zou hij iets gezien hebben?

woensdag 19 augustus 2015

woensdag 29 april 2015

B-Pas-Akkoord



Elf jaar na het Bed-Bad-Brood-Akkoord van 2015 hebben we nu eindelijk het B-Pas-Akkoord. Drie kabinetten hebben er over onderhandeld. Er zijn felle demonstraties geweest en het ging hard tegen hard tussen voor- en tegenstanders van dit akkoord. Ten slotte is het ons kabinet gelukt tot dit akkoord te komen. Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft nu steun betuigd. Hardnekkige tegenstanders is de mond gesnoerd.

Het doel van het B-Pas-Akkoord was en is om van alle mensen die zich op Nederlands grondgebied bevinden de rechten in klassen in te delen. Het resultaat is een B-Pas voor iedereen met een registratie in welke rechtenklasse men zich bevindt.

Rechten moet je verdienen. Eenmaal verdiende rechten kun je weer verliezen door slecht gedrag of tegenvallende prestaties. Gebeurt dit dan valt men terug in een lagere rechtenklasse.
Als de B-Pas volledig is geïntroduceerd en ingevoerd dan maakt deze de grondwet in principe overbodig.

Hier volgt een beknopte opsomming van de twaalf rechtenklassen van de B-Pas, in omgekeerde volgorde van uitgifte. Gedetailleerde informatie is te vinden op de website van de Nederlandse Staat.

B-10: Begrafenis
Tevens het laatste recht. Recht op een goede dood en uitvaart.

B-09: Baby’s
Recht op kinderen. Beperkt tot burgers van de Nederlandse Staat.

B-08: Burger
Recht om zich burger te noemen van de Nederlandse Staat.

B-07: Baan
Recht op werk. Hetzij in loondienst, zelfstandig of vrijwillig. Verdiensten mogen worden behouden, na aftrek belastingen, bovenop het basisloon.

B-06: Basisloon
Recht op minimum uitkering voor iedereen vanaf 16 jaar. Vervangt alle toeslagen. Over het Basisloon wordt geen belasting betaald. Elk jaar wordt de hoogte van het Basisloon getoetst.

B-05: Boeken
Recht op onderwijs. Na afronding van de eerste leerplicht volgt klasse B-06 voor alle 16-jarigen. Onderwijs wordt door de Nederlandse Staat geboden.

B-04: Bescherming
Recht op veiligheid, deelname in de rechtstaat. Recht op bestuur en verzekeringen.
Klasse B-04 is de instroomklasse voor asielzoekers. Na toetsing en toelating tot Nederland gaan asielzoekers naar klasse B-05 en mogen dan onderwijs volgen.
Klasse B-04 is de instroomklasse voor alle kinderen van ouders die beide minimaal in klasse B-08 zijn geregistreerd.

B-03: Bad
Recht op hygiëne.
Asielzoekers vallen van klasse B-04 terug naar klasse B-03 als afwijzing plaatsvindt na de eerste toetsingsprocedure van één jaar.
Badbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-02: Bed
Recht op onderdak.
Asielzoekers vallen van klasse B-03 terug naar klasse B-02 als afwijzing plaatsvindt na de tweede toetsingsprocedure van één jaar.
Bedbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-01: Brood
Recht op voedsel.
Asielzoekers vallen van klasse B-02 terug naar klasse B-01 als afwijzing plaatsvindt na de derde toetsingsprocedure van één jaar.
Broodbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-00: Bestaan
Recht op bestaan. Dit geldt ook voor dieren. Alle dieren die geregistreerd zijn in Nederland krijgen klasse B-00.
Klasse B-00 vervangt de basis mensenrechten zoals in de grondwet beschreven.
Asielzoekers vallen van klasse B-01 terug naar klasse B-00 als afwijzing plaatsvindt na de vierde toetsingsprocedure van één jaar.

Asielzoekers vallen uit klasse B-00 als afwijzing plaatsvindt na de vijfde toetsingsprocedure van één jaar. Ze zijn uitgeprocedeerd en worden illegalen genoemd. Hun B-Pas wordt ingenomen. Ze worden uitgezet naar hun land van herkomst.

Ze hebben binnen de Nederlandse Staat geen bestaansrecht. In de volksmond wordt over deze illegalen gesproken als:

Ze hebben geen B-0, geen benul.

zondag 5 april 2015

A je to



Een stuk (zwart) landbouwplastic van 4x4 meter (dus geen 2x6 meter!).

Dit staat op de paklijst van Lot en Hannes scoutingkamp HIT in Dwingeloo. Landbouwplastic heb ik niet in huis, dus moet ik het kopen. Bij de Welkoop hebben ze het, zij het zes meter breed. Ik koop een stuk van vier bij zes meter.

Omdat ze alles in een rugzak mee moeten nemen en het landbouwplastic best zwaar is, besluit ik er twee meter van af te knippen, zodat ze vier bij vier overhouden. Fluitje van een cent.

Eh, ja, de kamer is niet zo groot. We kunnen het niet helemaal uitleggen.
Nee, hoeft ook niet. Kijk, we laten het zo opgevouwen. Dit is zes meter.
Weet je het zeker?
Ja, zie je. Hier staan twee pijlen met 6 m er tussen. Dus zo is het zes meter dan toch?
Ja, precies. Zo is het zes meter. We knippen aan deze kant twee meter er af, toch?
Eh, ja. We knippen hier twee meter er af en dan houden we vier bij vier over.
Heel goed, kijk, ik heb een schaar en een rolmaat.
Ja, goed gedaan, ik houd het hier vast.
Ja, knippen maar. Moet het precies vier bij vier zijn?
Ach, komt niet op de centimeter aan, denk ik.
Oké. Ja, gaat goed.
Hartstikke goed. Dus dit stuk is twee bij vier en dat kunnen we wegleggen. Hebben we later nog wel wat aan. Voor onder een tent of zo.
Ja, en dit is vier bij vier en nemen Lot en Hanne mee.
We hebben het toch goed gedaan? We zijn toch niet gek?
Nee joh, goed zo.
En toch twijfel ik. Voel maar. Het lijkt wel of beide stukken even zwaar zijn. Dat kan toch niet?
Nee, even uitvouwen dan maar.
Verrek zeg. Ze zijn even groot. Beide stukken zijn twee bij zes meter. Hoe kan dat?
Hebben we het toch verkeerd gedaan. Of de twee pijlen met 6 m er tussen stond verkeerd.
Dat denk ik. Wat nu?
Ik ga niet een nieuw stuk kopen. Veel te duur.
Hoeft ook niet, joh. We knippen van beide stukken twee meter af. Dan hebben we twee stukken van twee bij twee meter. Die leggen we aan de kant. En we hebben twee stukken van twee bij vier. Die plakken we aan elkaar met gaffa tape.
Goed idee. Gaat dat lukken denk je?
Ja, natuurlijk.
Moeten we het wel aan twee kanten plakken anders is het niet waterdicht.
Inderdaad, ja, we moeten het aan twee kanten plakken.
Oké, jij rolt langzaam de gaffa tape af en ik plak het er op. Knietje er op.
Ja, gaat goed. Er zitten wel een beetje bobbels onder.
Geeft niet. Het is maar voor scoutingkamp.
O ja.
Zo, nu de andere kant. Dat gaat gemakkelijker.
Heel goed. Klaar.
Dus dit stuk in de tas en de twee stukken van twee bij twee leg ik in de kast.
Mooi, zijn wel te klein trouwens voor onder een tent.
Ja, maar misschien kunnen we er nog iets anders mee.
Zo, niets meer aan doen.

A je to.
A je to.

dinsdag 24 maart 2015

Goedkeuring


We zitten goed en wel op de koningsblauwe pluche stoelen in de grote zaal van het Academiegebouw, als mijn telefoon trilt. Een whatsapp bericht van onze dochter. Dat kan ik nog net lezen en beantwoorden voordat de introductiedag voor ouders van aankomende studenten aan de RuG begint.

Mogen we een eitje bakken
Ga je gang wel alles opruimen

Onze dochters van bijna twaalf vragen bijna overal goedkeuring voor. We hebben thuis natuurlijk bepaalde regels. Toch proberen we hier flexibel mee om te gaan en we proberen ze eigen initiatief en verantwoordelijkheid bij te brengen.

Het vragen van goedkeuring zal ergens vandaan komen. Zijn we te streng? Durven ze niet zelf beslissen? Weten ze niet zeker of het wel mag? Zijn ze bang dat we boos worden als ze iets ongevraagd doen?

Het vragen van goedkeuring gebeurt vooral als wij niet thuis zijn. Een greep uit de whatsapps die we dan krijgen.

Mogen wij Merlin kijken
Mogen we er nog een kijken
Mag ik pannenkoeken bakken als we niks weten te eten
Mogen we zo’n choco koekje
Oké en mogen J J M en H ook want die komen net binnen gelopen

Op het werk doen we hetzelfde. Goedkeuring vragen. We gaan zelfs een stap verder. Het bewijs van goedkeuring slaan we het liefst ergens op. Om narigheid achteraf te voorkomen. Om bewijs te hebben. De whatsapps van onze kinderen gooien we regelmatig weg.

Een kwartiertje later trilt mijn telefoon opnieuw. We zitten juist een interessant filmpje te kijken over hoe mooi de stad Groningen is. Toch even stiekem lezen.

Mmmmmm lekker ondbijtje

Gelukkig hebben ze meer gedaan dan een simpel eitje bakken. En dat zonder goedkeuring te vragen.