Onafscheidelijk
Naast
Elkaar
Over mij
- Papagoose
- Groningen, Netherlands
- Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.
vrijdag 18 december 2015
woensdag 16 december 2015
Stairway To Heaven [Top2000]
Stepping on stones
Trying for the top
Agonizing
Inspiring
Raging
Whispering winds
Anticipating
Yearning
Two roads to go by
One up one down
Hedgerow of bones
Echoing
Ancient
Voices
Everything turns to gold
New day is dawning
woensdag 2 december 2015
Wish You Were Here [Top2000]
Waar ben je?
Ik moet je vinden
Schrapen en graven
Houd vol
Yes!
Ontsnapt
Uit de kooi
Waar ben je?
Ergens onder
Ruwe steen
En een kruis
Hier!
Ergens onder
Ruwe steen
En een kruis
maandag 30 november 2015
Balansdagen
Het is vrijdag.
Vandaag is een balansdag. Dat heeft niets met eten te maken. Het is een vakantiedag die ik geacht word op te nemen. En dat terwijl ik door mijn vakantiedagen heen ben. Maar ja, vakantie vindt men belangrijk om te herstellen. Ik moet herstellen van een drukke werkweek. En een drukke werkweek was het zeker. Niet alleen druk in de zin van veel werk te doen, maar ook geestelijke druk. Ook wel eens stress genoemd.
Nu mag ik een dag eerder aan het weekend beginnen. Daar ben ik blij om. Heb ik eindelijk meer tijd om wat klusjes te doen. Eindelijk die lampen ophangen. De schuur opruimen. De tuin winterklaar maken. Tijd besteden aan mijn kinderen als ze uit school komen. Een kopje thee met een koek erbij. Als mijn vrouw thuis komt van haar werk kan ik mooi nu al boodschappen doen. Het liefst voor vier dagen. Dan hoeven we dinsdag pas weer. Tussendoor nog een paar wassen draaien. Moet ik wel eerst de droge was afhalen en opvouwen, anders blijft dat ook weer liggen.
Volgens mij zijn er meer mensen die vandaag een balansdag hebben. Ik kom collega’s tegen. Ze lijken blij dat zij ook op vrijdagmiddag al boodschappen mogen doen. Het is druk bij de Lidl en de Albert Heijn. Op het plein van het winkelcentrum lopen Sint en Pieten rond. Ik moet niet vergeten hooi en voer voor het konijn mee te nemen.
Zaterdagochtend sta ik vroeg op het voetbalveld. Ik mag vandaag grensrechter zijn. Het is een spannende wedstrijd die het team van mijn dochters pas wint na strafschoppen. Ze zijn door voor de beker. Wat een stress! Met een kop koffie en broodje worst bijkomen in de kantine. De boodschappen zijn in huis, dus kunnen we vanmiddag de stad in om sinterklaascadeaus te kopen. Dat hebben meer mensen bedacht. Wat een drukte.
Zondag is een rustige dag. Het enige dat we gepland hebben is een bezoekje aan mijn schoonmoeder. Om vijf uur weer thuis om lekker te koken. Ik sta op het punt de schotel in de oven te schuiven als deze totaal onverwacht de geest geeft. Na de scharnieren van de koelvriescombinatie en een kapotte vaatwasser nu dus de oven. Patatje halen dan maar.
Het is maandag.
Vandaag is een balansdag. Ik moet herstellen. De bedoeling van werken is om te herstellen van drukke weekenden. Klinkt dit belachelijk? Net zo belachelijk als beweren dat vakantiedagen bedoeld zijn om te herstellen van je werk.
Ik heb maar één leven. Een leven waarin ik werk en privé combineer, niet scheid. Als je een balans scheidt, dan werkt hij niet meer. Een balans werkt alleen bij de gratie van de verbinding.
maandag 23 november 2015
Stukken
We verlaten de
bioscoop via de uitgang aan het Zuiderdiep. Het is zondagavond half twaalf. Ik ervaar
de gezellige drukte in het centrum van Groningen niet. Ik observeer,
registreer, maar voel het niet. Ik voel niets. Ik heb mijn emoties
uitgeschakeld.
Net als de
hoofdpersoon in Son of Saul. Hij is een vader, net als ik. Het verschil is dat
ik mijn kinderen een zo goed mogelijk leven probeer te geven. Het enige dat hij
kan doen is strijden voor een goede begrafenis van zijn zoon. Daarvoor wil hij
letterlijk door het vuur gaan.
Hij moet hard
werken, zonder enig perspectief op een goede toekomst. Nadat keer op keer grote
drommen mensen in de doucheruimte zijn opgesloten, moet hij opruimen. Kleren,
koffers, schoenen. Het geschreeuw is oorverdovend. Hij lijkt het niet te horen.
Hij volgt bevelen op. Het gehuil snijdt door mijn lijf. Hij lijkt het niet te
voelen.
Hij stapelt
naakte lichamen op karren. Men noemt ze stukken. Stukken mensenvlees. De realiteit
van dat moment. Zijn werkelijkheid. De stukken worden weggevoerd en verbrand. Hij
schept grote bergen as in de rivier. Hij laat geen sporen na.
Ik denk aan de
tijd dat het laten slagen van een organisatie of bedrijf afhankelijk was van de
inzet van de drie M’s. Mensen, middelen en methoden. Tegenwoordig praten we
over resources. De nieuwe term voor middelen. Zijn mensen ook middelen? Nee, alsjeblieft
niet. Ik ga niet meer meedoen om mensen
resources te noemen. Mensen zijn mensen. Resources zijn middelen. En als ik met
collega’s in het Engels praat? Dan zal ik het hebben over people. En niet human
resources.
maandag 12 oktober 2015
Verhoor
De zware deur
valt achter me in het slot. Ik loop naar het midden van de kamer waar een tafel
en drie eenvoudige houten stoelen staan. De jongeman en de tolk hebben plaats
genomen. De kleine bureaulamp is aan. Ik loop naar de lege stoel en klik de
twee grote lampen aan die er achter staan opgesteld. De kamer wordt fel
verlicht. Twee plastic bekertjes met koffie staan op de tafel. De koffie is
heet. De bekertjes zijn aan de onderkant enigszins ingezakt. Voorzichtig
vastpakken straks, bedenk ik mij.
‘Naam.’
‘Naam.’
Eerst de jongeman
en vervolgens de tolk geven antwoord: ‘M…. D…..’
‘Geboorteland, -plaats
en -datum.’
‘Syrië, K…… ,
..-..-2003.’
Ik controleer de
gegevens in het dossier dat voor me ligt. Ze kloppen.
‘Dit verhoor vindt
plaats om vast te stellen of de opgegeven persoonsgegevens kloppen. En of je
recht hebt op asiel. Is dat duidelijk?’
Een schuchter
antwoord. Ik hoor de twijfel in zijn stem. Nu is het zaak om door te vragen. Voorzichtig
pak ik het bekertje met koffie boven aan de rand tussen duim en wijsvinger
vast. Wat een ellende is dit altijd. Ik zal toch eens vragen om een houder of
in ieder geval een extra bekertje.
‘Waarom ben je
gevlucht en met wie ben je hier gekomen?’
‘Met mijn moeder
en twee zusjes,’ hoor ik via de tolk. ‘Het is oorlog. Mijn vader en twee broers
zijn dood.’
‘Wat waren je
dagelijkse bezigheden in Syrië? Welke contacten had je vader? Wat voor werk
deed hij? En je broers? Wat was hun rol in de oorlog? Hadden jullie wapens? Heb
je die meegenomen toen je vluchtte? Wat hoop je in Nederland te vinden?’
Weer die twijfel.
Ontwijkende antwoorden. Ik zie de spanning in de jongeman toenemen. Ik maak
enkele notities in het dossier. Het verhoor zal ik de volgende dag voortzetten.
Nu eerst de moeder en de zusjes. Ik moet vaststellen of ze een consistent
verhaal hebben. Ik drink het laatste restje koffie, klik de grote lampen uit en
verlaat de kamer. De jongeman zal worden opgehaald door een van de bewakers. De
tolk zal blijven zitten. Tien minuten pauze. Even een broodje eten. Niet vergeten
om nieuwe koffie te regelen. Met een extra plastic bekertje. Bekerhouders zullen
er wel niet zijn.
Is dit de juiste
manier van verhoren?
Of verhoren wij
hun bede? Hun schreeuw om hulp en veiligheid?
Citaat uit de Volkskrant:
‘De IND verhoort iedere asielmigrant uitvoerig, om na te gaan of de
verstrekte gegevens over identiteit en land van herkomst kloppen en het
vluchtmotief geloofwaardig is. Daarnaast probeert de IND te achterhalen of
onder de asielmigranten oorlogsmisdadigers zijn. Die hebben op basis van
artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag geen recht op asiel.’
donderdag 20 augustus 2015
Bazen
‘Hé, Hector,
kijk! Daar komen weer twee. Ik ken ze niet. Jij?’
‘Eh, nee, ze
ruiken niet bekend.’
‘Heb jij ook zin
in een beetje actie? Kom, we laten ze even schrikken. Kun je lachen. Ze
reageren altijd zo paniekerig.’
‘Ik weet het
niet. Het mag niet. De baas is daar altijd heel duidelijk over.’
‘Ach, kom. Niet
zo benauwd en volgzaam. De baas is niet in de buurt. De baas stelt een beetje
initiatief wel op prijs. We blijven op ons eigen terrein. Dat beloof ik.’
Hector en ik
rennen over het grasveld. Twee enthousiaste jonge honden. We maken veel lawaai.
De twee mensen rijden nu naast elkaar. Sneller. We ruiken nog geen paniek. We
naderen de uitgang van ons terrein. De twee mensen negeren ons. Wat denken ze
wel? Wij bewaken ons territorium. Wij zijn hier de baas. Nou ja, onder de grote
baas dan.
‘Wat doe je nu?
Niet verder. Ben je gek geworden?’
‘Ja, Hector. Die
mensen maken we gek. Ze ruiken niet bang. Ik zal ze een lesje leren.’
‘Als de baas er
achter komt, dan zwaait er wat.’
‘Maar jij gaat
het hem niet vertellen. Toch, Hector?’
De Triodosbank
heeft een interessant programma en website. Het onderwerp is: “Vijf dingen die ze je niet
vertellen over de economie.” Nummer vier uit deze reeks is: “Bazen zijn uit.”
Waar zijn de grote leiders gebleven? De bazen, de
bestuurders en politici die het voortouw nemen. En de vernieuwing komen
brengen. Die voor ons beslissen hoe de toekomst eruit gaat zien.
Het zou fijn zijn, iemand die ons de weg wijst.
Maar echte verandering is zelden het werk van zo’n grote man of vrouw. Het zijn
grote ideeën die de wereld veranderen. Ideeën die groot worden, zodra steeds
meer mensen ze omarmen. En ernaar gaan handelen.
Dus laten we niet wachten op een baas, een leider.
Maar beginnen. Vandaag. Iedereen kan meedenken en doen. Dat is het mooie van
deze tijd. Met elkaar maken we nieuwe ideeën en initiatieven groot. Daar hebben
we geen grote baas meer voor nodig.
Dit is zeker iets
om over na te denken. Het is mogelijk in een volwassen organisatie en voor
mensen die een gezonde onderlinge verstandhouding hebben.
Voor mensen, ja.
Voor honden ben ik niet overtuigd. Heb ik toch liever een strenge baas. Een
baas naar wie geluisterd wordt.
Ze zijn nu heel
dichtbij. Een snelle uitval moet kunnen. Daarvoor hoef ik maar twee meter het
erf af. De naakte enkel draait voor mijn ogen. Draait en draait steeds sneller.
Ik stoot een vervaarlijke grom uit en doe een goed gerichte hap. Mijn krachtige
kaken klappen dicht. Mijn scherpe tanden doorboren het vlees. Het menselijk bloed is zoet. Het wordt me rood voor de
ogen. Dit smaakt naar meer. Nog een hap?
‘Satan, HIER!’
De grote baas. Zou hij iets gezien hebben?
Abonneren op:
Posts (Atom)
