Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.

donderdag 27 mei 2010

Kijk, een eland

Het is de laatste avond op de camping. We hebben een aantal voorbereidingen getroffen om de volgende ochtend op tijd te kunnen vertrekken. Zo hebben we de twee slaaptenten al ingepakt en de tent van Seb. Dit betekent dat we met ons vijven in de grote leeftent overnachten.

We hebben een fantastische tijd in Zweden gehad. Veel gezien en gedaan. Kanotochten gemaakt, elke avond kampvuur gestookt voor de tent en marsh mellows geroosterd. We zijn naar een berenkamp geweest, hebben een wolventroep gezien en hebben een elandenpark bezocht.

Jammer genoeg hebben we deze dieren niet in het wild gezien. We willen een laatste poging wagen om elanden op te sporen. Van medecampinggasten krijgen we de tip om rond half negen ’s avonds een onverharde weg te nemen, die ons diep het bos in zal voeren. De kans om elanden te zien op dit tijdstip en op deze plaats is groter dan nul. De moeite van het proberen waard.

Vol goede moed nemen we de weg die ons is aangeraden. Als enige bagage een gedetailleerde kaart van de omgeving en de lievelingsknuffels van onze meiden. Geen probleem als ze onderweg in slaap sukkelen. De kinderen vinden het een avontuur. Nu gaan we eindelijk echt elanden zien.

Stapvoets rijden we door de invallende schemering. De schaduwen van de bomen worden langer en lijken te bewegen in het licht van de koplampen. Af en toe staan we stil, doen de lampen uit en turen tussen de bomen door.

“Ik zie een eland,” roept Lot.
“Waar?”
“Daar,” en ze wijst links het bos in. Onze blikken volgen haar vinger. Wij zien niets. In ieder geval beweegt er niets. Maar dat is normaal, zo weten we van de elandenparkbeheerder. Als elanden gevaar vermoeden, dan draaien ze hun achterste naar je toe en blijven doodstil staan. Hun poten zijn net boomstammen. Je moet een kenner zijn om dan een eland te kunnen onderscheiden.
“Volgens mij is het een boomstronk,” zegt Seb. Volgens ons heeft hij gelijk.
“Kijk, kijk, een olifant,” roept Hanne.
“Is vast een boomstronk,” zegt Johanna. “Ik denk niet dat hier olifanten leven.”
We moeten alle vijf lachen. Het volgende uur van onze nu bijna nachtelijke rit zien we alleen maar boomstronken. Het kunnen ook wolven, beren, elanden en olifanten zijn.

Het is half elf. De kaart geeft niet veel duidelijkheid over onze locatie. We zijn niet verdwaald, maar het duurt allemaal langer dan ons lief is. Stel je voor dat we nu hier pech met de auto krijgen. Wat doe je dan? De laatste twee uur hebben we geen mensen gezien. Een telefoon hebben we niet meegenomen. Wij, de volwassenen, beginnen ons enigszins zorgen te maken en willen zo snel mogelijk terug naar de camping. De kinderen niet, zij hebben andere kaders.

“Wil er iemand een slokje water?” vraagt Hanne.
“Water, hoe kom je daar aan?” vraag ik.
“Zit in m’n rugzak,” zegt ze triomfantelijk. “Ik heb ook nog koekjes en cakejes, een zaklantaarn, pleisters en een schaartje. En nog meer knuffels en schone sokken. Misschien moeten we wel hier slapen.”
Wat een geweldig kind. Heeft ze op eigen initiatief een overlevingspakket meegenomen.

We halen opgelucht adem en drinken om de beurt uit de bidon. Onze zorgen zijn vergeten. Als we eindelijk een verharde weg opdraaien en op de kaart zien dat we nog een kwartiertje moeten rijden, zegt Lot:
“Ik ga slapen, ik ben moe. Een eland komen we nu niet meer tegen.”
En ze valt direct in slaap.