Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen

vrijdag 15 februari 2019

Zeester



Het zand kriebelt tussen mijn nappen. De zon schijnt lekker fel op mijn huid. Af en toe komt er verkoeling door de wind en de schuimende uitlopers van de rollende golven. Een aangename verandering. Ik voel een transformatie in mijn lijf. Te lang heb ik afgewacht. Te lang heb ik elke dag hetzelfde gedaan. Nu is het tijd, het juiste moment. Ik ben niet de enige. Om mij heen liggen tientallen familieleden en vrienden. Samen staan we sterk en kunnen we de verandering, deze stap in de evolutie van onze soort, gestalte geven.

‘Op een dag liep een filosoof over het strand toen hij een figuur zag die in de verte leek te dansen. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat het een jongeman was die iets opraapte en voorzichtig in de zee gooide. Hij liep naar de man toe en vroeg: "Wat ben je aan het doen?" De jongeman zei: "Ik gooi zeesterren terug in de zee. De zon schijnt al en het wordt eb. Als ik ze niet teruggooi, gaan ze dood."

"Maar jongeman," zei de filosoof, "besef je wel dat er kilometers en kilometers strand is vol met zeesterren? Dus die paar die jij teruggooit maken echt geen verschil!"

Nadat hij beleefd had geluisterd, raapte de jongeman er nog een op en gooide de zeester in de branding. Hij glimlachte naar de filosoof en zei: "Voor deze heb ik een verschil gemaakt".’
Naar: “The Star Thrower” van Loren Eiseley

Hé, wat gebeurt er? Ik hoor angstige kreten van soortgenoten om mij heen. Paniek maakt zich van ons meester. Plotseling verdwijnt het zand onder mijn armen en zweef ik hoog in de lucht. Na een paar tellen raak ik hard het wateroppervlak. Mijn gevoelige nappen doen pijn. Ik zak naar de bodem en blijf verward liggen. Ik ben terug in zee.
***
Het verhaal van de zeester van Loren Eiseley kom ik de laatste tijd regelmatig tegen op het internet. Het wordt als voorbeeld gebruikt om aan te tonen dat het mogelijk is om als individu het verschil te maken. Het zette mij aan het denken. In eerste instantie dacht ik: Ja, die jongeman maakt inderdaad het verschil door een paar zeesterren terug in zee te gooien.

Maar wat nu als ik die ene zeester ben die zojuist heeft besloten een verandering te willen doormaken, mijn droom te willen leven? En dat ik daarvoor de zee wil verlaten en op het strand wil liggen? De jongeman in het verhaal heeft mij niet gevraagd waarom ik op het strand lig. Hij gaat ervan uit dat ik graag terug in zee wil. Hij denkt een goede daad te verrichten, maar hij bereikt het tegenovergestelde.
Ik moet opnieuw beginnen.
***
Ik bevat nauwelijks wat me is overkomen. Ik voel me teruggeworpen, niet begrepen. Voorzichtig betast ik mijn lichaam. Alles zit er nog aan. Ik wil me niet laten ontmoedigen. Ik heb A gezegd en nu is het tijd om B te zeggen. Ik maak me los van de bodem. De stroming voert mij geleidelijk terug naar het strand.

Twee golven vooruit, één achteruit en weer twee vooruit.
Eén achteruit, twee vooruit.

vrijdag 23 september 2016

Sociaal


Wat ben ik druk met van alles en nog wat. Vooral met sociale media. Facebook, Whatsapp, LinkedIn, Blogger. Alles op de smartphone, de laptop of de tablet. O ja, mail gebruik ik natuurlijk ook. Mijn kinderen gebruiken Snapchat, Instagram en misschien nog wel meer waar ik geen weet van heb. Op het werk hebben we nog blueKiwi. En we kijken televisie.
Nadat we zijn overgestapt naar een andere bank, lees Neo, hebben we nu televisie van XS4ALL. We hadden al internet en vast bellen daar, dus nu alles-in-één. Weer een paar tentakels minder. Echter, de tentakels van de sociale media hebben mij nog stevig in hun greep.
De monteur van XS4ALL, die bij ons alles zeer vakkundig heeft geïnstalleerd en uitgelegd, opende mij de ogen. Hij vertelde dat hij thuis geen televisie kijkt en dat hij nu tijd heeft voor allerlei leuke, sociale dingen. Vrienden bezoeken, echte vrienden. Spelletjes doen met de kinderen, echte spelletjes. Je weet wel, aan de grote tafel met een bord, dobbelstenen en pionnen.
Dit afschakelen begint me steeds beter te bevallen. Stiekem denken wij aan een tiny house, off-the-grid wonen. Geen eigen auto meer, maar private lease. Klein is het nieuwe groot. Krimp is de nieuwe groei. Ontspullen en onthaasten. Mensen verklaren ons voor gek. Je moet meer en meer. Economische groei is belangrijk.
‘Jullie takelen af,’ zeggen deze mensen. ‘Nee,’ is ons antwoord. ‘Wij tentakelen af.’
Ik heb een plan, een idee. Het is behoorlijk disruptive en dat past in deze tijd. Eén dag per maand ga ik naar mijn werk zonder smartphone en zonder laptop. Een pen en een schrijfblok zijn voldoende. Dit dwingt mij om met collega’s te praten, ideeën en ervaringen uit te wisselen. Een kop koffie te drinken. Niet de hele dag achter mijn bureau te zitten. Waarschijnlijk komen daar goede dingen uit. Voorstellen hoe we zaken efficiënter kunnen aanpakken.
Een verloren dag? Ik hoop en denk het niet. Ik ga het doen. Ik zal deze dag goed voorbereiden en nadenken hoe ik de uren ga schrijven. Ik heb nog een wbsje kwaliteit.

dinsdag 30 augustus 2016

Neo


Met een knal schiet de stugge kabel los. Ik voel dat ik naar boven drijf in …. iets. In een soort cocon, of een ei. In water. Vruchtwater. Ik moet ademhalen maar er zit iets voor mijn mond. Een slang. Met beide handen trek ik de slang uit mijn lijf. Een golf lucht vult mijn pasgeboren longen. Meer kabels, tentakels, schieten los van mijn lichaam. Ik leef.

De oude, vertrouwde wereld is verdwenen. De nieuwe wereld is angstaanjagend. Niet te begrijpen, maar echt. Ik ben Neo.

Sinds een aantal maanden zit ik in de overstapservice. Ik probeer me los te maken van de oude, vertrouwde bank. Ik stap over naar Triodos. Dat valt niet mee, overstappen. Het is niet een kwestie van een druk op de knop. De tentakels zitten muurvast. Vier rekeningen, vier betaalpassen, twee creditcards en twee kredietlimieten proberen angstvallig het overstappen te verhinderen. Ik zal de strijd niet verliezen.

De overstapservice, die Triodos biedt, werkt goed. Afschrijvingen worden automatisch gedaan van mijn nieuwe rekening. Bijschrijvingen moet ik zelf regelen. Gelukkig is dit aantal beperkt. Salarissen, belastingteruggaves, kinderbijslag. Ik heb dertien maanden de tijd.

Om oude rekeningen te kunnen opheffen, moet er voldoende saldo op staan. Er kunnen nog kosten aan verbonden zijn. Rood staan mag niet meer. Zonder enige mededeling zijn de creditcards geblokkeerd. Ze zijn gekoppeld aan de oude bank. Ik krijg een dreigmail. Ik moet het saldo op mijn rekeningen aanvullen. Ik houd niet van dreigementen. Ik bel de oude bank.

Dit is het hoofdmenu. Om u zo snel mogelijk van dienst te kunnen zijn, vragen we u uw rekeningnummer en pasnummer gereed te houden. Dit gesprek kan worden opgenomen voor trainingsdoeleinden. Maak nu uw keuze. Een ogenblik geduld alstublieft. Al onze medewerkers zijn in gesprek. U wordt zo spoedig mogelijk geholpen. Het is drukker dan u van ons gewend bent. De wachttijden kunnen oplopen. U kunt uw vraag ook stellen op onze website aan onze virtual assistant. Er zijn meer dan twintig wachtenden voor u. Probeert u het later nog eens. De verbinding wordt verbroken.

Nog één rekening te gaan. De laatste tentakel. Angst voor het loslaten van de oude wereld weerhoudt mij. Ik wil zekerheid. Ik bel de nieuwe bank.

Goedemiddag. Triodosbank Nederland. U spreekt met Jeroen.

Ik snak naar adem. Een levend persoon aan de andere kant van de lijn. We praten. Ik vraag. Jeroen antwoordt. We lachen om de oude wereld. Ik ben Neo.

zondag 13 maart 2016

Suikerspin

Mijn kinderen op de rotsen aan de Bretonse kust.


‘Mam, mogen we een suikerspin?’
‘Uhm, jawel. Of heb je liever een steekijsje? Dat is iets verderop. Een suikerspin is heel ongezond. Ziet er aan de buitenkant mooi en smakelijk uit, maar is een grote hap gebakken lucht en suiker.’
‘Nee, toch liever een suikerspin.’

Vanavond willen we niet te moraliserend zijn. Dus.

‘Oké, hier heb je geld. Ga zelf maar in de rij staan.’

Het is altijd gezellig en druk op Noorderzon, het muziek- en theaterfestival in het Noorderplantsoen in Groningen. Wij wonen op loopafstand. Vanavond zijn we op de fiets. Het is altijd leuk om een beetje rond te lopen, iets te drinken en te eten, een praatje te maken met vrienden en kennissen, zo mogelijk een voorstelling te bezoeken.

Donderdag 25 februari bezoek ik de talkshow in Groningen. ’s Morgens. Ik kan niet uitleggen waarom, maar de sfeer is gespannen. De bedoeling is goed. Een interessante klant is uitgenodigd. Met een komische noot wordt een aantal zaken van de afgelopen periode aan de kaak gesteld. De gehele familie Barbapapa komt langs. De humor landt niet bij dit publiek. Dat kun je zo hebben.

Het is gezellig druk op het Bretonse festival. Veel muziek en folklore. Dansende meisjes in klederdracht, een demonstratie van het winnen van zeewier uit zee, dat wordt gedroogd en dient als brandstof. Veel mosselen, crêpes en appelcider, heel veel appelcider. En op een prachtige locatie dicht bij de bekende ruige kust. Onze kinderen kunnen zich niet bedwingen om de rotsen te beklimmen. Zoals gewoonlijk zijn we ze snel uit het oog verloren.

Als de kinderen weer boven zijn, lopen we een laatste ronde over het terrein, op zoek naar iets lekkers. We komen bij een kraampje waar ze een soort suikerspinnen verkopen. Toevallig. Een festival met suikerspinnen. Ik wil graag twee bestellen voor onze dochters, maar suikerspin staat niet in mijn kleine woordenboek Nederlands-Frans. Wel spin, araignée en suiker, sucre. Ik wil niet afgaan, dus ik ga heus niet ‘deux araignées de sucre’ bestellen. Ik wijs het aan en vraag in mijn beste Frans, ‘qu’est-ce que vous appelez la?’, hoe zo’n ding heet.

‘Barbapapa, monsieur.’
‘Comment?’ Vraag ik verbaasd. Heb ik het goed verstaan?
‘Barbapapa.’
‘Uh, bien, deux s’il vous plaît.’

Eenmaal weer thuis van onze vakantie in Bretagne zoek ik het op. Suikerspin. Barbe à papa. Letterlijk betekent dit: de baard van papa. Nu begrijp ik ook de overeenkomst tussen Barbapapa en een suikerspin. Roze, mooi van buiten, maar van binnen is het niets. Slappe hap, geen ruggengraat.

Toeval?

maandag 30 november 2015

Balansdagen

Het is vrijdag.
Vandaag is een balansdag. Dat heeft niets met eten te maken. Het is een vakantiedag die ik geacht word op te nemen. En dat terwijl ik door mijn vakantiedagen heen ben. Maar ja, vakantie vindt men belangrijk om te herstellen. Ik moet herstellen van een drukke werkweek. En een drukke werkweek was het zeker. Niet alleen druk in de zin van veel werk te doen, maar ook geestelijke druk. Ook wel eens stress genoemd.
Nu mag ik een dag eerder aan het weekend beginnen. Daar ben ik blij om. Heb ik eindelijk meer tijd om wat klusjes te doen. Eindelijk die lampen ophangen. De schuur opruimen. De tuin winterklaar maken. Tijd besteden aan mijn kinderen als ze uit school komen. Een kopje thee met een koek erbij. Als mijn vrouw thuis komt van haar werk kan ik mooi nu al boodschappen doen. Het liefst voor vier dagen. Dan hoeven we dinsdag pas weer. Tussendoor nog een paar wassen draaien. Moet ik wel eerst de droge was afhalen en opvouwen, anders blijft dat ook weer liggen.
Volgens mij zijn er meer mensen die vandaag een balansdag hebben. Ik kom collega’s tegen. Ze lijken blij dat zij ook op vrijdagmiddag al boodschappen mogen doen. Het is druk bij de Lidl en de Albert Heijn. Op het plein van het winkelcentrum lopen Sint en Pieten rond. Ik moet niet vergeten hooi en voer voor het konijn mee te nemen.
Zaterdagochtend sta ik vroeg op het voetbalveld. Ik mag vandaag grensrechter zijn. Het is een spannende wedstrijd die het team van mijn dochters pas wint na strafschoppen. Ze zijn door voor de beker. Wat een stress! Met een kop koffie en broodje worst bijkomen in de kantine. De boodschappen zijn in huis, dus kunnen we vanmiddag de stad in om sinterklaascadeaus te kopen. Dat hebben meer mensen bedacht. Wat een drukte.
Zondag is een rustige dag. Het enige dat we gepland hebben is een bezoekje aan mijn schoonmoeder. Om vijf uur weer thuis om lekker te koken. Ik sta op het punt de schotel in de oven te schuiven als deze totaal onverwacht de geest geeft. Na de scharnieren van de koelvriescombinatie en een kapotte vaatwasser nu dus de oven. Patatje halen dan maar.
Het is maandag.
Vandaag is een balansdag. Ik moet herstellen. De bedoeling van werken is om te herstellen van drukke weekenden. Klinkt dit belachelijk? Net zo belachelijk als beweren dat vakantiedagen bedoeld zijn om te herstellen van je werk.
Ik heb maar één leven. Een leven waarin ik werk en privé combineer, niet scheid. Als je een balans scheidt, dan werkt hij niet meer. Een balans werkt alleen bij de gratie van de verbinding.

maandag 23 november 2015

Stukken

We verlaten de bioscoop via de uitgang aan het Zuiderdiep. Het is zondagavond half twaalf. Ik ervaar de gezellige drukte in het centrum van Groningen niet. Ik observeer, registreer, maar voel het niet. Ik voel niets. Ik heb mijn emoties uitgeschakeld.

Net als de hoofdpersoon in Son of Saul. Hij is een vader, net als ik. Het verschil is dat ik mijn kinderen een zo goed mogelijk leven probeer te geven. Het enige dat hij kan doen is strijden voor een goede begrafenis van zijn zoon. Daarvoor wil hij letterlijk door het vuur gaan.

Hij moet hard werken, zonder enig perspectief op een goede toekomst. Nadat keer op keer grote drommen mensen in de doucheruimte zijn opgesloten, moet hij opruimen. Kleren, koffers, schoenen. Het geschreeuw is oorverdovend. Hij lijkt het niet te horen. Hij volgt bevelen op. Het gehuil snijdt door mijn lijf. Hij lijkt het niet te voelen.

Hij stapelt naakte lichamen op karren. Men noemt ze stukken. Stukken mensenvlees. De realiteit van dat moment. Zijn werkelijkheid. De stukken worden weggevoerd en verbrand. Hij schept grote bergen as in de rivier. Hij laat geen sporen na.

Ik denk aan de tijd dat het laten slagen van een organisatie of bedrijf afhankelijk was van de inzet van de drie M’s. Mensen, middelen en methoden. Tegenwoordig praten we over resources. De nieuwe term voor middelen.  Zijn mensen ook middelen? Nee, alsjeblieft niet.  Ik ga niet meer meedoen om mensen resources te noemen. Mensen zijn mensen. Resources zijn middelen. En als ik met collega’s in het Engels praat? Dan zal ik het hebben over people. En niet human resources.

Mijn realiteit op dit moment is het centrum van Groningen, het Zuiderdiep. We fietsen naar huis. In stilte. Als we thuis komen slapen de kinderen. Ik kan het nog niet en zet de televisie aan. Het nieuws toont keer op keer beelden van grote drommen mensen die onze grenzen overstromen. Mensen die zichzelf en hun kinderen een goed leven proberen te geven. Dit zal niet iedereen lukken.

maandag 12 oktober 2015

Verhoor

De zware deur valt achter me in het slot. Ik loop naar het midden van de kamer waar een tafel en drie eenvoudige houten stoelen staan. De jongeman en de tolk hebben plaats genomen. De kleine bureaulamp is aan. Ik loop naar de lege stoel en klik de twee grote lampen aan die er achter staan opgesteld. De kamer wordt fel verlicht. Twee plastic bekertjes met koffie staan op de tafel. De koffie is heet. De bekertjes zijn aan de onderkant enigszins ingezakt. Voorzichtig vastpakken straks, bedenk ik mij.

‘Naam.’

Eerst de jongeman en vervolgens de tolk geven antwoord: ‘M…. D…..’

‘Geboorteland, -plaats en -datum.’

‘Syrië, K…… , ..-..-2003.’

Ik controleer de gegevens in het dossier dat voor me ligt. Ze kloppen.

‘Dit verhoor vindt plaats om vast te stellen of de opgegeven persoonsgegevens kloppen. En of je recht hebt op asiel. Is dat duidelijk?’

Een schuchter antwoord. Ik hoor de twijfel in zijn stem. Nu is het zaak om door te vragen. Voorzichtig pak ik het bekertje met koffie boven aan de rand tussen duim en wijsvinger vast. Wat een ellende is dit altijd. Ik zal toch eens vragen om een houder of in ieder geval een extra bekertje.

‘Waarom ben je gevlucht en met wie ben je hier gekomen?’

‘Met mijn moeder en twee zusjes,’ hoor ik via de tolk. ‘Het is oorlog. Mijn vader en twee broers zijn dood.’

‘Wat waren je dagelijkse bezigheden in Syrië? Welke contacten had je vader? Wat voor werk deed hij? En je broers? Wat was hun rol in de oorlog? Hadden jullie wapens? Heb je die meegenomen toen je vluchtte? Wat hoop je in Nederland te vinden?’

Weer die twijfel. Ontwijkende antwoorden. Ik zie de spanning in de jongeman toenemen. Ik maak enkele notities in het dossier. Het verhoor zal ik de volgende dag voortzetten. Nu eerst de moeder en de zusjes. Ik moet vaststellen of ze een consistent verhaal hebben. Ik drink het laatste restje koffie, klik de grote lampen uit en verlaat de kamer. De jongeman zal worden opgehaald door een van de bewakers. De tolk zal blijven zitten. Tien minuten pauze. Even een broodje eten. Niet vergeten om nieuwe koffie te regelen. Met een extra plastic bekertje. Bekerhouders zullen er wel niet zijn.

Is dit de juiste manier van verhoren?

Of verhoren wij hun bede? Hun schreeuw om hulp en veiligheid?



Citaat uit de Volkskrant:
‘De IND verhoort iedere asielmigrant uitvoerig, om na te gaan of de verstrekte gegevens over identiteit en land van herkomst kloppen en het vluchtmotief geloofwaardig is. Daarnaast probeert de IND te achterhalen of onder de asielmigranten oorlogsmisdadigers zijn. Die hebben op basis van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag geen recht op asiel.

donderdag 20 augustus 2015

Bazen

‘Hé, Hector, kijk! Daar komen weer twee. Ik ken ze niet. Jij?’
‘Eh, nee, ze ruiken niet bekend.’
‘Heb jij ook zin in een beetje actie? Kom, we laten ze even schrikken. Kun je lachen. Ze reageren altijd zo paniekerig.’
‘Ik weet het niet. Het mag niet. De baas is daar altijd heel duidelijk over.’
‘Ach, kom. Niet zo benauwd en volgzaam. De baas is niet in de buurt. De baas stelt een beetje initiatief wel op prijs. We blijven op ons eigen terrein. Dat beloof ik.’
Hector en ik rennen over het grasveld. Twee enthousiaste jonge honden. We maken veel lawaai. De twee mensen rijden nu naast elkaar. Sneller. We ruiken nog geen paniek. We naderen de uitgang van ons terrein. De twee mensen negeren ons. Wat denken ze wel? Wij bewaken ons territorium. Wij zijn hier de baas. Nou ja, onder de grote baas dan.
‘Wat doe je nu? Niet verder. Ben je gek geworden?’
‘Ja, Hector. Die mensen maken we gek. Ze ruiken niet bang. Ik zal ze een lesje leren.’
‘Als de baas er achter komt, dan zwaait er wat.’
‘Maar jij gaat het hem niet vertellen. Toch, Hector?’

De Triodosbank heeft een interessant programma en website. Het onderwerp is: “Vijf dingen die ze je niet vertellen over de economie.” Nummer vier uit deze reeks is: “Bazen zijn uit.”
Waar zijn de grote leiders gebleven? De bazen, de bestuurders en politici die het voortouw nemen. En de vernieuwing komen brengen. Die voor ons beslissen hoe de toekomst eruit gaat zien.
Het zou fijn zijn, iemand die ons de weg wijst. Maar echte verandering is zelden het werk van zo’n grote man of vrouw. Het zijn grote ideeën die de wereld veranderen. Ideeën die groot worden, zodra steeds meer mensen ze omarmen. En ernaar gaan handelen.
Dus laten we niet wachten op een baas, een leider. Maar beginnen. Vandaag. Iedereen kan meedenken en doen. Dat is het mooie van deze tijd. Met elkaar maken we nieuwe ideeën en initiatieven groot. Daar hebben we geen grote baas meer voor nodig.
Dit is zeker iets om over na te denken. Het is mogelijk in een volwassen organisatie en voor mensen die een gezonde onderlinge verstandhouding hebben.
Voor mensen, ja. Voor honden ben ik niet overtuigd. Heb ik toch liever een strenge baas. Een baas naar wie geluisterd wordt.

Ze zijn nu heel dichtbij. Een snelle uitval moet kunnen. Daarvoor hoef ik maar twee meter het erf af. De naakte enkel draait voor mijn ogen. Draait en draait steeds sneller. Ik stoot een vervaarlijke grom uit en doe een goed gerichte hap. Mijn krachtige kaken klappen dicht. Mijn scherpe tanden doorboren het vlees. Het menselijk  bloed is zoet. Het wordt me rood voor de ogen. Dit smaakt naar meer. Nog een hap?
‘Satan, HIER!’
De grote baas. Zou hij iets gezien hebben?

woensdag 29 april 2015

B-Pas-Akkoord



Elf jaar na het Bed-Bad-Brood-Akkoord van 2015 hebben we nu eindelijk het B-Pas-Akkoord. Drie kabinetten hebben er over onderhandeld. Er zijn felle demonstraties geweest en het ging hard tegen hard tussen voor- en tegenstanders van dit akkoord. Ten slotte is het ons kabinet gelukt tot dit akkoord te komen. Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft nu steun betuigd. Hardnekkige tegenstanders is de mond gesnoerd.

Het doel van het B-Pas-Akkoord was en is om van alle mensen die zich op Nederlands grondgebied bevinden de rechten in klassen in te delen. Het resultaat is een B-Pas voor iedereen met een registratie in welke rechtenklasse men zich bevindt.

Rechten moet je verdienen. Eenmaal verdiende rechten kun je weer verliezen door slecht gedrag of tegenvallende prestaties. Gebeurt dit dan valt men terug in een lagere rechtenklasse.
Als de B-Pas volledig is geïntroduceerd en ingevoerd dan maakt deze de grondwet in principe overbodig.

Hier volgt een beknopte opsomming van de twaalf rechtenklassen van de B-Pas, in omgekeerde volgorde van uitgifte. Gedetailleerde informatie is te vinden op de website van de Nederlandse Staat.

B-10: Begrafenis
Tevens het laatste recht. Recht op een goede dood en uitvaart.

B-09: Baby’s
Recht op kinderen. Beperkt tot burgers van de Nederlandse Staat.

B-08: Burger
Recht om zich burger te noemen van de Nederlandse Staat.

B-07: Baan
Recht op werk. Hetzij in loondienst, zelfstandig of vrijwillig. Verdiensten mogen worden behouden, na aftrek belastingen, bovenop het basisloon.

B-06: Basisloon
Recht op minimum uitkering voor iedereen vanaf 16 jaar. Vervangt alle toeslagen. Over het Basisloon wordt geen belasting betaald. Elk jaar wordt de hoogte van het Basisloon getoetst.

B-05: Boeken
Recht op onderwijs. Na afronding van de eerste leerplicht volgt klasse B-06 voor alle 16-jarigen. Onderwijs wordt door de Nederlandse Staat geboden.

B-04: Bescherming
Recht op veiligheid, deelname in de rechtstaat. Recht op bestuur en verzekeringen.
Klasse B-04 is de instroomklasse voor asielzoekers. Na toetsing en toelating tot Nederland gaan asielzoekers naar klasse B-05 en mogen dan onderwijs volgen.
Klasse B-04 is de instroomklasse voor alle kinderen van ouders die beide minimaal in klasse B-08 zijn geregistreerd.

B-03: Bad
Recht op hygiëne.
Asielzoekers vallen van klasse B-04 terug naar klasse B-03 als afwijzing plaatsvindt na de eerste toetsingsprocedure van één jaar.
Badbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-02: Bed
Recht op onderdak.
Asielzoekers vallen van klasse B-03 terug naar klasse B-02 als afwijzing plaatsvindt na de tweede toetsingsprocedure van één jaar.
Bedbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-01: Brood
Recht op voedsel.
Asielzoekers vallen van klasse B-02 terug naar klasse B-01 als afwijzing plaatsvindt na de derde toetsingsprocedure van één jaar.
Broodbonnen worden verstrekt door de Nederlandse Staat.

B-00: Bestaan
Recht op bestaan. Dit geldt ook voor dieren. Alle dieren die geregistreerd zijn in Nederland krijgen klasse B-00.
Klasse B-00 vervangt de basis mensenrechten zoals in de grondwet beschreven.
Asielzoekers vallen van klasse B-01 terug naar klasse B-00 als afwijzing plaatsvindt na de vierde toetsingsprocedure van één jaar.

Asielzoekers vallen uit klasse B-00 als afwijzing plaatsvindt na de vijfde toetsingsprocedure van één jaar. Ze zijn uitgeprocedeerd en worden illegalen genoemd. Hun B-Pas wordt ingenomen. Ze worden uitgezet naar hun land van herkomst.

Ze hebben binnen de Nederlandse Staat geen bestaansrecht. In de volksmond wordt over deze illegalen gesproken als:

Ze hebben geen B-0, geen benul.

dinsdag 24 maart 2015

Goedkeuring


We zitten goed en wel op de koningsblauwe pluche stoelen in de grote zaal van het Academiegebouw, als mijn telefoon trilt. Een whatsapp bericht van onze dochter. Dat kan ik nog net lezen en beantwoorden voordat de introductiedag voor ouders van aankomende studenten aan de RuG begint.

Mogen we een eitje bakken
Ga je gang wel alles opruimen

Onze dochters van bijna twaalf vragen bijna overal goedkeuring voor. We hebben thuis natuurlijk bepaalde regels. Toch proberen we hier flexibel mee om te gaan en we proberen ze eigen initiatief en verantwoordelijkheid bij te brengen.

Het vragen van goedkeuring zal ergens vandaan komen. Zijn we te streng? Durven ze niet zelf beslissen? Weten ze niet zeker of het wel mag? Zijn ze bang dat we boos worden als ze iets ongevraagd doen?

Het vragen van goedkeuring gebeurt vooral als wij niet thuis zijn. Een greep uit de whatsapps die we dan krijgen.

Mogen wij Merlin kijken
Mogen we er nog een kijken
Mag ik pannenkoeken bakken als we niks weten te eten
Mogen we zo’n choco koekje
Oké en mogen J J M en H ook want die komen net binnen gelopen

Op het werk doen we hetzelfde. Goedkeuring vragen. We gaan zelfs een stap verder. Het bewijs van goedkeuring slaan we het liefst ergens op. Om narigheid achteraf te voorkomen. Om bewijs te hebben. De whatsapps van onze kinderen gooien we regelmatig weg.

Een kwartiertje later trilt mijn telefoon opnieuw. We zitten juist een interessant filmpje te kijken over hoe mooi de stad Groningen is. Toch even stiekem lezen.

Mmmmmm lekker ondbijtje

Gelukkig hebben ze meer gedaan dan een simpel eitje bakken. En dat zonder goedkeuring te vragen.

vrijdag 13 februari 2015

Vrije Partnerkeuze

‘Meneer Jozefs, bedankt voor het wachten. Ik heb het voor u nagevraagd. De door u gewenste datingsite zit niet in het contract. U kunt alleen kiezen uit de door ons gecontracteerde LiefEnLeed partnersites.’

‘Ja, maar……’

‘En dat is natuurlijk breed gecommuniceerd vorig jaar in 2026, toen de nieuwe LiefEnLeed verzekeringswet door de Eerste Kamer is aangenomen.’

‘Dan ga ik toch maar overstappen. Bedankt. Goedemiddag.’

In 2019 werd de nieuwe LiefEnLeed (LEL) verzekeringswet geïntroduceerd. Deze wet bepaalde dat iedereen verplicht is een LEL-verzekering af te sluiten. Het grondrecht van vrije partnerkeuze werd in deze wet verankerd.

Maar net als in de zorgverzekeringswet van 2015, waarin de vrije artsenkeuze werd beperkt, wilde het kabinet in 2025 de vrije partnerkeuze aan banden leggen. Ondanks hevige protesten werd de nieuwe wet in 2026 aangenomen. Het gevolg is dat nu de hoogte van de vergoeding voor ingekocht LiefEnLeed afhangt van contractuele afspraken. De verzekeringsmaatschappijen hebben de macht in handen en controleren in hoge mate waar wij als burgers onze LEL-partners halen. Dit is een verontrustende ontwikkeling. Bovendien is het eigen risico verhoogd tot €15.000 per kalenderjaar.

Ons advies is om uw keuze voor een verzekeringsmaatschappij weloverwogen te maken. De keuze voor een huispartner blijft vrij, maar voor specialisten gelden de polisvoorwaarden en de contractafspraken. En deze kunnen per maatschappij behoorlijk verschillen. Let vooral op de volgende vier grootste specialistische partnergroepen:
  • Voortplantingspartners
  •  Opvoedingspartners
  • Verzorgingspartners
  • Vrijetijdspartners

‘Goedemorgen, dé LiefEnLeed partnersite voor hoogopgeleiden, met Anja. Hoe kan ik u helpen?’

‘Goedemorgen, met Jozefs spreekt u, klantnummer 45888433. Ik zoek een opvoedingspartner voor twee jaar.’

‘Moment, meneer Jozefs, ik pak uw gegevens er even bij. Ja, ik zie het. Vorig jaar heeft u een voortplantingspartner gehad. Was u daar tevreden over?’

‘Ja, erg tevreden. Is allemaal vlekkeloos verlopen, figuurlijk gesproken dan. Haha.’

‘Erg leuke woordspeling, meneer Jozefs. Voor twee jaar zei u? Dat kan. Zullen we de specificaties samen doorlopen? Ik zie dat u een huispartner heeft. Deze voldoet niet aan uw wensen voor de opvoeding?’

‘Niet echt. Ze doet het uitstekend voor de huis-, tuin- en keukenzaken. Van opvoeden heeft ze niet veel kaas gegeten.’

‘Prima. Ik zal u zo spoedig mogelijk een shortlist van opvoedingspartners sturen, waaruit u dan uw keuze kunt maken. U weet dat u een eigen risico van €15.000 per kalenderjaar moet betalen?’

‘Ja, dat weet ik. O ja, ik wil ook graag een vrijetijdspartner voor drie weken in de zomervakantie. Mijn huispartner houdt niet van kamperen.’

maandag 15 december 2014

Bezit

Onze buren rechts hebben een heggenschaar. Een oudje, dat gewoon zijn werk doet. Niets bijzonders. Wij hebben, toen we in dit huis kwamen wonen, een nieuwe heggenschaar gekocht. Van een goed merk, met uitschuifbare handgrepen, zodat we de vervelende hoeken goed kunnen bereiken. Onze buren aan de linkerkant hebben een elektrische heggenschaar. Met groot gemak glijdt deze door de heg. Hij maakt wel veel lawaai en mist de charme van de knipbeweging. Deze buren wonen op de hoek en hebben meer heg dan wij en onze rechterburen.

Met onze buren delen wij de heggen. Wij delen niet onze heggenscharen. We bezitten elk onze eigen. Maximaal vier keer per jaar worden de heggen bijgeknipt. Dan worden de drie scharen uit de kast of de schuur gehaald.

Onze buren links hebben een handbediende grasmaaier. Wij ook. Onze rechterburen hebben een elektrische. We snappen niet zo goed waarom. Hun gazon is niet groter dan het onze. Wij hebben een elektrische grasknipper. Om de randjes keurig bij te houden. Dat dan weer wel.

Wij delen niet onze gazons en dus ook niet onze grasmaaiers.

Op mijn werk hebben we flexwerkplekken. Van een aantal gebouwen worden de huurcontracten opgezegd. We werken meer thuis en delen onze werkplekken. Eigen spullen laten we niet op de bureaus achter. Morgen kan er wel iemand anders zitten. Laptops kunnen ’s avonds worden meegenomen of veilig opgeborgen in een kluis met pincode. De kluisjes worden gedeeld. Er zijn niet genoeg voor iedereen.

Mijn werkgever moet de kosten in bedwang houden. Op de kleintjes letten. Hij streeft naar minder bezit. Werknemers moeten vaker zelf voor de benodigde spullen zorgen. Het bring-your-own-principe.

Misschien is het de leeftijd. Vroeger wilde ik eigen dingen. Zelf voor gespaard, zelf gekocht. Maar de spullen stapelen zich op en drukken op mijn schouders. Ik wil streven naar minder bezit. Wat mijn werkgever kan, kan ik zelf thuis ook. Ik weet nog niet zo goed hoe ik het moet aanpakken. Een praatje met de buren kan geen kwaad.

Wij hebben een Kärcher terrasreiniger met hogedrukspuit. Hooguit eens per jaar wordt hij gebruikt. Ook handig om de fietsen schoon te maken of de wielkasten van de auto.

De buren mogen hem wel lenen.

donderdag 9 oktober 2014

Dat mag niet

Zaterdag zou de laatste zomerse dag worden. Een goede gelegenheid voor ons om een rondje provincie te fietsen. Na de kinderen bij scouting te hebben afgeleverd aan het Reitdiep fietsen wij door richting Garnwerd. We hebben de wind in de rug en peddelen rustig over de bekende fietspaden en B-weggetjes door de mooiste dorpen van de provincie Groningen. Het terras van Café Hamming is het doel.

Het lijkt alsof ik deze drie woorden de laatste tijd vaker hoor: dat mag niet. Misschien let ik er meer op. Het is net als met een nieuwe auto. Heb je een bepaald type aangeschaft, dan zie je deze ook regelmatig rijden.

In Nederland mag veel niet. We hebben overal regels voor. Gisteren hoorde ik het ongelooflijke verhaal dat vanaf 1 januari 2015 kalveren, die bestemd zijn voor consumptie en lichter dan 36 kilo en/of ouder dan 35 dagen zijn, geweigerd worden op verzamelplaatsen. Het gevolg is dat kalveren die te licht of te oud zijn dan maar worden vernietigd.

‘U hebt een kalfje van 34 kilo? Dat mag niet.’

Ik maak mij er ook schuldig aan. Thuis en op mijn werk. Ik ga de thermometer in mijn eigen gedrag en dienstverlening steken. Mezelf een spiegel voorhouden. Elke keer als ik mezelf hoor zeggen:

‘Dat mag niet’, ga ik nadenken:

‘Waarom zeg ik dit nu? Is het wel terecht? Heeft mijn kind of mijn klant wellicht een punt?’

We zijn geneigd te hechten aan bestaande, vertrouwde werkwijzen. Maar de wereld verandert. Het enige dat blijft is de verandering. Ik moet voortdurend zaken zelf regelen. Het wordt niet meer voor me gedaan. Ik ben verantwoordelijk. Informatie wordt mij niet meer aangeleverd. Ik moet het zelf halen. Ik kan het niemand kwalijk nemen als ik iets mis. Alleen mezelf.

Het is druk op het terras. De plekjes in de zon zijn bezet. We vragen de serveerster of we een tafel mogen verschuiven zodat wij in de zon kunnen zitten.

‘Dat mag niet. De tafels laten we staan.’

We pakken twee stoelen en zetten ze in de zon. Onze drankjes en hapjes houden we wel in de hand. Over stoelen verplaatsen heeft ze niets gezegd. Dat mag wel.

donderdag 28 augustus 2014

Ice Bucket

Wacht! Even terug naar de basis. Ik ben de draad kwijt.

Ik ben genomineerd. Niet voor de Nobelprijs voor de vrede. Niet voor de AKO literatuurprijs, of voor de titel dichter des vaderlands. Nee, voor wat eigenlijk? Als ik wil doneren, moet ik dan wel of niet een emmer met ijswater over mijn hoofd gooien? Ik dacht dat de bedoeling was dat je doneert en dan dus niet die emmer hoeft leeggooien. Ik zal het wel verkeerd begrepen hebben.

Een filmpje op Facebook van mij met ontbloot bovenlichaam zal er niet komen. Andere mensen moeten dat voor zichzelf uitmaken. En ik nomineer niet. Of ik doneer is mijn zaak.

Twee maanden voor ons trouwen, nu bijna 26 jaar geleden, overleed mijn schoonvader. Nog geen twee jaar daarvoor was de diagnose gesteld. ALS, Amyotrophic Lateral Sclerosis. Binnen de familie had niemand er van gehoord. De vooruitzichten waren slecht en dat is gebleken.

Mijn schoonvader heeft onze trouwerij niet gehaald. Natuurlijk had hij er graag bij willen zijn, maar het ging niet meer. Hij was niet bang voor de dood, maar zijn grootste angst was dat hij door verstikking zou sterven. ALS tast de spieren aan, veroorzaakt door degeneratie van het zenuwstelsel. Bij hem begon het met slecht lopen. Moeilijk slikken, ademhalen en praten.

Op het laatst zat hij in een rolstoel en communiceerde met ons via een klein apparaatje. Met één vinger typte hij woorden die op een smal strookje papier werden afgedrukt. In de nacht van 10 oktober is hij rustig ingeslapen. Het was goed zo.

ALS is een rotziekte. Er is veel geld nodig voor onderzoek.

Een aantal jaren geleden schreef ik dit gedicht.


Pa

Dag pa,
ik heb een belangrijke vraag.
Hoe zou je het vinden
als ik met je dochter
trouwen ga?

Gekluisterd
aan rolstoel en bed.
Zijn lichaam dat,
door ziekte gebroken,
naar zijn heldere geest
niet meer luistert.
Verdriet.
Onuitgesproken.

Zijn ogen spreken.
Plezier.
Het antwoord verschijnt,
met één vinger
zorgvuldig getypt,
op een flinterdun
wit strookje papier:

ik vind het goed ik mag je graag.


(c) Het gedicht 'Pa' is gepubliceerd in de gedichtenbundel 'Magische blaadjes'; uitgeverij Boekscout.nl

dinsdag 1 juli 2014

Brommertje

We hebben onze dochter bij een vriendinnetje afgeleverd voor een verjaardagsfeestje. We kletsen buiten nog wat na met de vader. Vanaf de Wilhelminakade komt een politieauto met hoge snelheid zonder licht- en geluidsignalen de hoek om en stuitert over de kinderkopjes richting Zeezandje aan het Nassauplein. De auto komt met een schok naast ons tot stilstand. Het raampje aan de bestuurderskant gaat naar beneden. Met een geforceerd strenge stem, die niet past bij het uiterlijk van de bestuurder, wordt de vraag gesteld:

“Is hier een witte op een brommertje langs gekomen?”

 Ik hoop dat we het verkeerd verstaan hebben. Wij kijken elkaar even aan en halen de schouders op.

“Een witte op een brommertje? Nee, die is hier niet langs gekomen.”
“Weet u zeker dat u niets gezien hebt?”
“We hebben wel iets gezien, maar geen witte op een brommertje. Hoe zag hij er uit?”
“Goh, gewoon, een witte die heel hard op een brommertje rijdt.”
“Nee, sorry.”

Zonder verder iets te zeggen scheuren de politiemensen in hun auto terug naar de Wilhelminakade en verdwijnen uit het zicht. Ook goedendag.

We beseffen nu pas wat zich werkelijk heeft afgespeeld. Een vreemde vraag eigenlijk. Een witte op een brommertje. Niet een man of een jongen of een meisje. Niet met of zonder helm. Niets over de kleding. Niets over de kenmerken van het brommertje. Niets over de toedracht van de achtervolging.

Deze vraag krijg je in werkelijkheid nooit als het om een blanke gaat die op een brommertje de politie probeert te ontlopen. Dit was dan ook niet echt de vraag.
De vraag was:

“Is hier een neger op een brommertje langs gekomen?”

Ik ben bang dat we het goed verstaan hebben.
En de politiemensen waren twee vrouwen.

vrijdag 15 maart 2013

Smiley (2): Een blik op de toekomst van kamperen


Lees eerst de eerste Smiley-column.


“Pap, mogen we onze zomerjas aan? Het is best lekker weer.”

“Ja, dat is goed. Vergeet dan niet je button van je winterjas af te halen en op je zomerjas te spelden. Anders mag je straks niet naar binnen.”

“Oké.”

Voor de meivakantie hebben we zonder al te veel moeite een leuke, rustige camping kunnen vinden. Een camping toegespitst op onze wensen. Als vijftigplussers hebben we de tijd van het gekruip in een tent, het ’s nachts in de kou honderd meter naar de toilet moeten lopen en het constante lawaai van spelende kinderen om ons heen wel gehad. Onze luxe caravan is van alle gemakken voorzien. We nemen als het ware ons thuis met ons mee. Dat is een geruststellende gedachte.

Onze eigen kinderen gaan al jaren niet meer met ons mee. Gelukkig zijn er tegenwoordig overal campings te vinden voor kinderen in alle leeftijdscategorieën en voor de meest uiteenlopende interesses en behoeften. Ook een geruststellende gedachte.

Naast de vele campings is er in Europa ook opvang beschikbaar voor de allerkleinsten, de baby-dump. Voor peuters en kleuters zijn er de kinderboerderijen. Onze meiden zijn nu tieners en hebben in de afgelopen jaren al een survival-camping , een disco-camping en een chill-camping bezocht.

Dit jaar gaan ze iets nieuws proberen. Ze zitten beiden in het examenjaar van het VWO. Een drukke tijd voor ze. Ook zij hebben deze vakantie behoefte aan rust. We hebben een camping gevonden waar ze, naast uitrusten, zich kunnen voorbereiden op hun eindexamen.

“Meiden, opschieten nu, anders mis je je trein nog.”

“Ja, we komen.”

Zoals altijd brengen wij ze naar het station om ze uit te zwaaien en een goede tijd te wensen. De treinen naar de verschillende campings staan klaar. Die naar de disco- en de games-campings zijn het drukst. Het perronpersoneel helpt een handje om alle kinderen de treinen in te krijgen.

De trein waar onze meiden in moeten is relatief rustig. Ze hebben zelfs nog zitplaatsen. Als na het fluitsignaal de wagons langzaam op gang komen, zien we hun blonde haren uit het raam wapperen. We zwaaien. Op de achterkant van de nu snel in de verte verdwijnende trein, lezen we de bestemming. Een vaag gevoel van herkenning en herinnering maakt zich van mij meester. Maar ik kan er niet de vinger op leggen.

Concentratie-camping ‘De Goede Toekomst’.

woensdag 13 maart 2013

Smiley

We vinden met ons allen dat een ambtenaar niet mag weigeren een homohuwelijk te sluiten. Eigenlijk vinden we ook dat de SGP vrouwen op hun kieslijst, of als lid van de partij moet toelaten. We moeten tolerant zijn en accepteren dat mensen verschillende normen- en waardenstelsels hebben. Maar hoe zit het dan met onze acceptatie van de normen en waarden van de SGP? Of van de ambtenaar? Dan moet hij of zij maar een ander beroep kiezen.

Mag een sportvereniging leden weigeren om wat voor reden dan ook? Mag een kerkgenootschap leden weigeren die zich niet aan alle regels willen houden? Moeilijke, vaak ethische kwesties. Gelukkig zijn we in Nederland goed in discussiëren. We zullen er misschien niet helemaal uitkomen met elkaar, maar we blijven in gesprek.

Als wij voor de zomervakantie een camping zoeken, dan selecteren wij op rustig, groen, grote plaatsen. Wij zijn niet op zoek naar campings waar de chalets, campers, caravans en tenten een meter van elkaar vandaan staan. Wij wensen geen animatieteam, dat onze kinderen bezighoudt. Ze kunnen zich prima zelf vermaken.

Tijdens deze zoektocht stuitte ik op een site met rustige campings. Echt iets voor ons. Maar tot mijn verbazing hadden enkele van deze campings op de lijst een vinkje. Bovenaan de pagina wordt dit uitgelegd: 

‘Er zijn ook campings die “kindvrij” zijn. Deze kunt u herkennen aan het tekentje V.’

Een van de campings meldt: ‘Kinderen onder de zestien jaar worden niet toegelaten.’

Bij een andere staat: ‘We hebben geen speeltoestellen en geen spel- en sportactiviteiten. Gezinnen met kinderen laten wij dan ook niet toe, ook niet in het hoogseizoen. Uiteraard is bezoek met kinderen wel welkom.’ Ik zie in mijn verbeelding het bordje bij de ingang al staan:

VERBODEN VOOR GEZINNEN MET KINDEREN

Misschien is een gele button, een smiley met een grote letter K, op de jas van alle kinderen onder de zestien jaar gespeld, een idee? Dan zijn die mensen in ieder geval  gemakkelijk als kinderen te identificeren.

donderdag 29 november 2012

Aarde


Ergens in de stad waar ik woon heb ik een kavel gekocht. Ik heb er voor betaald. Dit betekent dat ik eigenaar ben van een stukje Aarde. De grond is van mij!

Er staat ook een huis op die kavel. Dat huis is mijn eigendom, want het is gebouwd door een aannemer die daarvoor geld van mij heeft gekregen.

Nu is mij één ding niet duidelijk. Mijn kavel is 6 bij 35 meter, dus 210 m2.
Maar tot welke diepte is de grond van mij?
1 meter?
5 meter?
En is de lucht boven de kavel ook van mij?
En zo ja, tot welke hoogte dan?

De heipalen die in de grond werden geslagen om het huis te bouwen zijn volgens mij 9 meter lang. Ik mag dan aannemen dat de grond tot 9 meter diepte van mij is, anders zitten mijn heipalen in andermans grond. Misschien is de grond op 9 meter diepte wel van niemand. Of van de gemeente waarin ik woon. En worden mijn heipalen daar gedoogd. En als de grond op 9 meter diepte van de gemeente is, of van de provincie of van Nederland, tot welke diepte is dat dan?
20 meter?
100?

Je vraagt je misschien af waar ik me druk over maak. Maar dit vraagstuk houdt mij bezig.

In de jaren negentig van de vorige eeuw zijn grote stukken grond in het noorden van Canada teruggegeven aan de oorspronkelijke bevolking, de Inuït. Maar deze mensen kennen het begrip grondeigendom niet. Ze hadden geen grond en hebben het in hun ogen nog steeds niet. Ze gebruiken het, leven en wonen er op, zorgen er voor.

Toen de Canadese regering haar edelmoedige daad stelde en de grond teruggaf, werd ze dan ook totaal niet begrepen door de nieuwe eigenaren.
In hun verbaasde blikken stond te lezen:
“Were these lands yours to give in the first place?”

Toch ben ik blij met mijn stukje Aarde.



Schrijfveer "Aarde"

maandag 12 september 2011

Gereserveerd

“Dé Nederlander bestaat niet,” zei Maxima eens.
Ik was het met haar eens en dat ben ik nu nog. Toch is er een eigenschap, die misschien niet alle maar dan toch 95% van de Nederlanders hebben:
Nederlanders houden van reserveren.

Jaren geleden, toen ik regelmatig met mijn ouders naar de gereformeerde kerk ging, viel het me op dat de meeste mensen in de kerk het liefst altijd op dezelfde plaats zaten. De favoriete stoelen waren achterin en op de hoeken, vooral populair bij tieners. En als er dan eens iemand ging zitten op de plek die eigenlijk van jou was, dan werd er niets gezegd, maar wel dwingend gekeken. Zo van:
“Weet u wel dat ik hier altijd zit?”

Dit reserveergedrag levert kostelijke taferelen op in de bioscoop. Tegenwoordig heb je twee soorten bioscoopkaartjes. Met rij- en stoelnummer en zonder. Ik heb het idee dat het afhangt van de drukte wanneer je welk kaartje krijgt. Op een avond als de plaatsen vrij zijn is er geen probleem. Maar als er wel vaste plaatsen zijn, dan gebeurt het regelmatig dat iemand zo maar ergens is gaan zitten. De rechtmatige, tijdelijke eigenaar van de betreffende stoel kan dan of boos worden en de stoel opeisen, of schaapachtig staande aan het begin van de rij op zijn of haar kaartje kijken. Als deze persoon uiteindelijk ook ergens anders gaat zitten, dan heb je de poppen aan het dansen.

Maar het ergste van alles is het gedrag in het zwembad. De mensen die direct na openingstijd zo snel mogelijk het bad in rennen en hun badlakens van één bij twee meter met hun tassen en koelboxen verdelen over tenminste vijf van de keurig op een rij opgestelde ligstoelen.
Even uitblazen en met de handen in de zij rondkijken en lijken te willen zeggen:
“Zo, deze stoelen zijn van mij voor de rest van de dag. Als iemand van jullie het waagt hier te gaan zitten, die sla ik persoonlijk op de bek!”


zondag 13 maart 2011

Bananenbladerendoos


Bananen en dozen blijven mij achtervolgen. Het lijkt of die twee onafscheidelijk zijn. Een aantal maanden geleden heb ik me opgewonden over de bananedoos, die kinderen mee naar school krijgen om hun banaan heelhuids op school te krijgen. Ik verbeeld me dat de bananedoosdictatuur toeneemt. ’s Ochtends op de school van de kinderen constateer ik dat het aantal bananedozen gestaag groeit. Het zijn gelukkig wel het meest gele dozen. Eén van mijn dochters heeft een rode, maar die zou nu uit de toon vallen. Deze rode doos ligt bij ons thuis ongebruikt in de kast.

Ik loop met Johanna en kinderen in een grote bouwmarkt. Spulletjes kopen om ons huis verkoopklaar te maken. De kinderen leven zich helemaal uit om ons te bespioneren. Op zoek naar een leuke plant, die een mooi plaatsje bij de voordeur moet krijgen om potentiële kopers over de streep te trekken, loop ik tegen een pot aan met grote groene bladeren er in. Bananenblad, lees ik op het kaartje. Ik kijk schichtig om me heen of ik misschien meer tekenen ontdek van een bananensamenzwering. Gelukkig zie ik alleen mijn kinderen, die zich in het naastgelegen gangpad angstvallig proberen onzichtbaar te maken. Ik speel het spel mee. Ik doe net of ik ze niet zie. Ik haal opgelucht adem. Het gevaar is voorlopig geweken.

Weer thuis sla ik de krant open bij een willekeurige pagina. Mijn blik wordt getrokken naar een foto. Ik lees met belangstelling het bijbehorende artikel. Zie je wel, ik heb gelijk. Nu willen ze dode mensen ook al in bananedozen stoppen. Nee, laat ik het goed zeggen: bananenbladerendozen. Met twee tussen-ennen, want de doos wordt gemaakt van meerdere bladeren van tientallen bananen.

Het bedrijf dat deze dozen maakt heet Ecoffins, dat pretendeert volledig natuurvriendelijk te produceren. De dozen van bananenbladeren zijn er in twee varianten, een ronde en een traditionele. De traditionele is voorgevormd, zodat het lichaam er maar op één manier in kan. Mocht het lichaam niet geheel passen, dan kun je altijd de voeten eraf zagen. In de ronde doos lig je iets flexibeler, je hebt iets meer bewegingsvrijheid. Wil je je bijvoorbeeld eens omdraaien, dan is daar ruimte voor.

Het vooruitzicht om later in een groene doos te liggen spreekt me vreemd genoeg toch aan. Moet ik eerst mijn bananenbladerendozenfobie overwinnen. Daar word ik momenteel voor behandeld.