Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.

vrijdag 26 november 2010

vrijdag 12 november 2010

Onbegrepen




© beeldhouwwerk “Onbegrepen” door Hilde Bolt-Rozema


Mijn kijk
op de wereld
heeft niet slechts
één gezicht.

Mijn aandacht
is soms
naar binnen
dan weer
op mensen
om mij heen
gericht.

dinsdag 9 november 2010

Ezekiel saw the wheel

Tegenover elkaar zittend, met de knieën opgetrokken, zaten mijn zus en ik in de met vloerbedekking beklede kattenbak van onze Kever. Veiligheidsgordels bestonden nog niet. Als mijn vader linksaf wilde, dan stak hij een hand uit het raam. Een latere versie van de Kever had een grappig armpje dat uit de deurstijl naar buiten klapte.

Onderweg naar misschien oom Dennis en tante Klaske of naar oom Oeds en tante Tiny, die slechts twee uurtjes rijden verderop woonden. Of gewoon een tochtje maken, omdat we er zin in hadden. Met zijn vieren zongen we dan uit volle borst:

Ezekiel saw the wheel,
Way up in the middle of the air
Now Ezekiel saw the wheel in a wheel
Way in the middle of the air.


Op een van deze vele autoritten werden we overvallen door noodweer. De regen kwam met bakken uit de hemel, vergezeld van een onweer dat ik in Nederland nog nooit zo heb meegemaakt. Ik was natuurlijk een kind van vier en misschien leken donder en bliksem heftiger dan ze in werkelijkheid waren.

We moesten een steile heuvel naar beneden en mijn vader zag het gevaar te laat. Onderaan de heuvel stond het water een halve meter hoog in de straten en daar kwamen wij met volle vaart in rijden. De auto sputterde nog wat tegen en kwam toen tot stilstand. De motor sloeg af. Daar stonden we dan, de aardappels die we vermoedelijk ergens onderweg hadden gekocht, dreven rond onze voeten. Veel konden we niet doen. Er waren meer auto’s die vast kwamen te zitten. Uiteindelijk werden we door een towtruck losgetrokken en konden we, na wat gekuch en gesnotter van onze Kever, onze weg naar huis vervolgen.

Daarna bleef de Kever bergafwaarts gaan. Hij is nooit meer de oude geworden en hij moest noodgedwongen worden afgestaan.


Voor de gehele tekst van “Ezekiel saw the Wheel”:
http://www.gospelsonglyrics.org/songs/ezekiel_saw_the_wheel.html

maandag 8 november 2010

Samen negeneneenhalve pond

Op de zevende verjaardag van onze dochters kom ik bij het uitmesten van mijn portemonnee een briefje tegen. Eigenlijk is het een plaketiket. Een witte sticker op geel papier, dubbelgevouwen. Er staat op:

1) Lot 2387
was no 2
in buik

2) Hanne 2463
was no 1
in buik

Mijn gedachten gaan terug naar het moment waarop dit briefje is geschreven.
Het is 17 mei 2003, 9 uur ’s ochtends, Martiniziekenhuis in Groningen. Onze dochters zijn zojuist geboren.

We hadden hier niet moeten zijn. Pas over zes weken volgens de planning. Maar ja, de kinderen waren niet tegen te houden. En net als bij onze oudste liep de bevalling de afgelopen 24 uur allesbehalve gesmeerd. Een déjà vu nachtmerrie. De weeën kwamen niet op gang en er was onvoldoende ontsluiting.

We hebben het idee dat er veel te lang wordt aangemodderd, geëxperimenteerd. De assistent komt regelmatig de harttoontjes van Hanne, die is ingedaald en dus onderin de buik ligt, controleren. Krijgt ze weer een vishaak in haar kale hoofdje. Lot ligt vooralsnog geduldig te wachten en met haar lijkt het goed te gaan. Maar Hanne krijgt het benauwd. Er wordt veel gepraat, gefluisterd en heen en weer gelopen. De gynaecoloog wordt naar onze mening veel te laat opgeroepen. Alsof de assistent geen gezichtsverlies wil lijden.

Al vanaf het begin van de zwangerschap hebben we de deur van het ziekenhuis platgelopen. We wisten dat het twee meisjes zouden worden en we hadden hun namen al bedacht. Vlak voor de bevalling wisten we dat Hanne onder lag en Lot boven. Hanne zou dus als eerste worden geboren.

De gynaecoloog komt binnen en overziet de situatie. De beslissing is binnen twee minuten genomen. Keizersnede. Met ruggenprik. Ja, hèhè, dat zagen wij al lang aankomen. Hierna volgt een protocol waar ik bewondering voor heb, als je bedenkt dat een half uur later onze twee mooie dochters zijn geboren.

Achter het groene kleed zie ik niets maar hoor des te meer. Ongelooflijk hoe er in een mensenlichaam kan worden omgehakt als snelheid geboden is. Na een kwartier snijden, rukken en trekken, tilt iemand een kind aan beide enkels, met het hoofd naar beneden, omhoog en vraagt:
“Wie is dit?”
Alsof ik dat moet weten. Ik heb niet gezien welk kind er is uitgehaald. Twee minuten later volgt het tweede kind. Johanna en ik kijken elkaar aan en nemen snel de beslissing. Lot was de eerste, Hanne de tweede. Volgens ons precies zoals we het bedoeld hadden. Ik meld dit, aan wie weet ik niet. Een verpleegkundige ziet onze hulpeloosheid en zegt:
“Wacht maar, ik schrijf het even voor je op!”

Tot mijn laatste snik

Besef je dat ik
elk ogenblik zonder jou
tegen tranen slik?

zaterdag 6 november 2010

Giant Leap

“Cut. Ja, stop maar. Meneer Heston, we gaan even pauze houden. Jongens, zet de spullen maar vast klaar voor de volgende shoot. Na de pauze gaan we direct verder met meneer Heston. En, please, ga voorzichtig met de pakken om. Meneer Quinn en meneer Peck, u kunt ook meekomen. En vergeet niet, morgen de laatste vergadering om acht uur sharp!”

“Beste mensen, graag uw aandacht. Welkom dames en heren. We zijn gematigd tevreden over hoe het nu gaat. Dit is de laatste vergadering voor de generale van morgen. Veel zaken hebben nog aandacht nodig. Daarom is deze vergadering essentieel voor het slagen van onze missie. Meneer Kubrick, mag ik u als eerste het woord geven?”

“Dank u, voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat veel dingen al heel goed gaan. Maar inderdaad, we moeten nog de nodige puntjes op de i zetten. Het is absoluut geen eenvoudige missie, die we volgende week hopen te volbrengen. Wat zeg ik, moeten volbrengen. De president is hier heel duidelijk over. Mislukking is uitgesloten, we krijgen geen tweede kans. Mislukking zou het einde betekenen van onze geloofwaardigheid als ruimtevarende natie. Ik twijfel er niet aan dat u allen hiervan doordrongen bent. Dan nu de belangrijkste punten.”

“George, werkt de vertragingsapparatuur nu goed?”

“Jazeker, meneer Kubrick, de vertrager is ingesteld op 1.25 seconde per enkele reis, om het zo maar eens uit te drukken. We hebben het uitvoerig getest en er zijn geen problemen meer.”

“Prima."

"Alan, Wat gaan we nu doen? Gaan we werken met trapezes of gaan we toch voor de zwaartekrachtopheffer?”

“De zwaartekrachtopheffer, meneer Kubrick. Het is onmogelijk om trapezes uit het zicht te krijgen.”

“Oké. Morgen op de generale wil ik het zien.”

“Sophie, zijn er nog problemen met de pakken, het gereedschap, de vlag of andere props? Je weet het, de vlag mag pertinent niet wapperen! Op de maan is geen dampkring, dus de vlag mag niet wapperen. Is dat nu duidelijk?”

“Ja meneer, dat is duidelijk.”

“Verder wil ik dat er gekeken wordt naar de sterrenhemel. NASA heeft alle hemelkaarten aangeleverd. Projectie op het dak moet 100% zijn. Peter, daar zorg jij voor.”

“Ja, komt goed.”

“Tenslotte, meneer Heston, wil ik dat u uw tekst blijft oefenen. Ik was gisteren nog niet helemaal tevreden. De zin luidt: one small step for a man, one giant leap for mankind. Vergeet niet de a voor man duidelijk uit te spreken, anders krijgt de zin niet de gewenste impact. Dit waren mijn punten, meneer de voorzitter.”

“Dank u, meneer Kubrick. Ik wil afsluiten met iedereen heel veel succes te wensen. Houdt vast aan de gedachte dat dit one giant leap voor de filmindustrie is, hoewel het nooit bekend mag en zal worden. Gelukkig hebben we een president die verrekte goed is in cover-ups.”

woensdag 3 november 2010

Gedragen weten



© beeldhouwwerk “Gedragen weten” door Hilde Bolt-Rozema


Voor mijn geboorte
was ik geborgen
omringd en beschermd
zonder zorgen.

Als kind
heb ik gereisd
door het leven
gepolijst
tot glans gewreven.

Als mens
ben ik compleet
als ik mij
aan de wereld
blootgesteld
gedragen weet.

maandag 1 november 2010

Vader en zoon



© beeldhouwwerk “Vader en zoon” door Hilde Bolt-Rozema


Kom,
mijn zoon.
Ik leid je
door het begin
van je leven.
Vertrouw
op de toekomst.

Ga,
vader.
Ik volg je
naar het einde
van je bestaan.
Steun
op het verleden.

maandag 18 oktober 2010

Eenzaam




De pijn
van eenzaam zijn
drukt
als een steen
in mijn binnenste.

De leegte
schreeuwt zich
een weg naar buiten.




(c) Beeldhouwwerk "Eenzaam" door Hilde

donderdag 14 oktober 2010

Mr Riley

Het is begin maart 1972.
In het Nieuwsblad van het Noorden staat de volgende aankondiging:

Op zaterdag 1 april 1972 zal Mr Riley uit de Verenigde Staten een demonstratie bowlen geven in het Bowlingcentrum aan het Gedempte Kattendiep in Groningen.

Mr Riley speelt in Amerika in de hoogste divisie en staat al jaren aan de top.
De directeur van het Bowlingcentrum is een goede bekende van Mr Riley en is trots en blij dat hij hem heeft kunnen overhalen naar Groningen te komen.

Wilt u een hoogstaand staaltje bowlingkunst zien, kom dan naar Groningen op zaterdag 1 april. De demonstratie begint om 14:00 uur. De toegang is gratis.


Mijn vader is een goede bekende van de directeur van het Bowlingcentrum en is altijd in voor een goede grap. Omdat hij tien jaar in Canada heeft gewoond, voortreffelijk Engels spreekt en een aardig potje kan bowlen, is mijn vader de aangewezen persoon. De details worden in een voorafgaand gesprek goed doorgenomen. Er wordt niets aan het toeval overgelaten. De mensen die achter de coulissen aan de touwtjes moeten trekken zijn geïnstrueerd.

Op zaterdag 1 april is het druk in het Bowlingcentrum in Groningen. Mensen zijn uit het gehele land toegestroomd om Mr Riley aan het werk te zien. Zodra mijn vader in ruitjesbroek en streepjesshirt op de baan staat om de eerste bal te gooien, verstomt het geroezemoes. Keurig draait de bal vanaf de rechterkant naar het midden. De middelste kegel wordt net gemist. De mensen achter de baan, onzichtbaar voor het publiek, trekken op het juiste moment alle kegels omver. De eerste strike is binnen. Het publiek heeft niets in de gaten en oeht en aaht van bewondering. Zolang Mr Riley de bal niet in de goot gooit gaat het uitstekend.

Na een eindscore van 284 is het tijd voor vragen stellen en handen schudden. Eén meneer, speciaal voor Mr Riley uit het westen van het land gekomen, kijkt enigszins verbaasd naar de schoenen van mijn vader, die gewoon uit het rek van het Bowlingcentrum komen. Hij vraagt of het niet gebruikelijk is voor een professioneel bowler zijn eigen schoenen en bowlingbal mee te nemen. Mijn vader bedenkt zich geen moment en antwoordt:

“I left my shoes and my balls in the States.”

Als de directeur aan het einde van de middag vertelt dat het allemaal een grap is, neemt iedereen het sportief op. Behalve die ene meneer.


Ter ere van mijn vader, die overmorgen 80 jaar wordt. Gefeliciteerd Dad.

dinsdag 12 oktober 2010

Herfsthaiku

Lage zon werpt van
bomen en vroege vogels
lange schaduwen

Op groene velden
spelen witte wieven hun
koude ochtendspel

maandag 11 oktober 2010

Onduigend

Vroeger was
ik klein
en onduigend
Ik deed de cd
in me mond
en ik deed
de radiejo heel
hard aan
ik dansde op de
muuziek


geschreven door Lot op 10-10-10

vrijdag 24 september 2010

With the works

Het is een uitdrukking die is meegekomen uit Canada, “with the works”. Net als in de Verenigde Staten is in Canada de hamburger volksvoedsel nummer één. En een hamburger “with the works” betekent het ultieme vreetgenot. Een hamburger met alles erop en eraan. De twee ingrediënten die de Canadese hamburger onderscheiden van de Hollandse zijn relish en piccalilly. In geen enkel opzicht lijkt deze hamburger op die je krijgt bij the big M of B King.

Toen ik met mijn ouders en zus in 1965 terugkeerde naar Nederland hebben we deze hamburger uit Canada bij wijze van spreken in de hutkoffer meegenomen en liefdevol omarmd. Gasten konden er niet aan ontkomen. Iedereen moest meegenieten van een hamburger with the works.

“Jongens, wat zullen we dit weekend eten? Zondag doen we Hollandse pot, maar wie heeft een idee voor zaterdag?”
“Burrito’s!”
“Nee, hamburgers.”
“Ja, hamburgers!”
“Oké, hamburgers it is.”

Voor acht hamburgers hebben wij met ons vijven aan 500 gram rundergehakt genoeg. De hamburger hoeft echt niet 100 gram te wegen. Een zakje hamburgerkruiden erdoor en een eitje. De kunst is de hamburgers zo plat mogelijk te krijgen, omdat ze altijd in de koekenpan dikker worden.

Verder hebben we vier eieren nodig. Een blikje ananasschijven, 10 stuks. Sla en twee of drie tomaten in mooie, dunne plakken gesneden. Plakjes kaas en natuurlijk grote witte bollen. Het is toch al ongezond, dus geen bruine bollen.

De hamburgers en de eieren worden gebakken. Ondertussen doen we de plakjes tomaat, blaadjes sla en de ananasschijven in aparte bakjes. De plakjes kaas komen op een bordje. De witte bollen snijden we alvast door en doen we in een broodmandje. Als de hamburgers en de eieren klaar zijn, zetten we alles op tafel. Plus flessen cola, nobubbles, ice tea, de mayo, curry en ketchup. En vijf grote, platte borden. Geen bestek! Hamburgers with the works eet je met je handen. En niet te vergeten de keukenrol.

Een hamburger with the works stel je als volgt samen. Je kunt ingrediënten weglaten, als het je allemaal te veel wordt. Een doorgesneden bolletje, een paar blaadjes sla op één kant, hamburger erop. Stukje gebakken ei, plakje kaas, ananasschijf, tomaat. De andere kant van het bolletje smeer je in met mayo, curry en/of ketchup naar keuze. Als alles op elkaar gestapeld is, dan is de hamburger ongeveer twaalf centimeter dik. Dus even goed de boel pletten en smullen maar!

Na een half uur schransen, het slagveld overziend, buiken we altijd even lekker uit.

maandag 20 september 2010

Billetjes bloot

Onze twee dochters van zeven zitten op voetbal. Ze spelen in F5. Lot staat in de verdediging en Hanne op het middenveld. Ze laten zich niet kennen en bijten op hun tanden als ze keihard een bal tegen een been of in de buik krijgen. Ze zijn de enige meiden in het team, dus moeten ze wel iets stoerder zijn dan de jongens, vinden ze zelf.

Lot staat tijdens de wedstrijd graag een beetje te kletsen met één van haar beste vriendjes van het team, die ook nog bij haar in de klas zit. Op deze leeftijd mag een voetbalwedstrijd nog gezellig zijn, vinden de kinderen en hun ouders. Hoewel, het fanatieke geschreeuw langs de lijn suggereert soms anders.

Zaterdag was het weer raak. Hanne kreeg tot twee keer toe een bal hard tegen de benen. Ik zag aan haar gezicht dat het haar pijn deed, maar ze gaf geen krimp. Lots vriendje kreeg een bal in zijn kruis. Na de wedstrijd legden we Lot uit dat dat voor een jongen wel heel pijnlijk is. Ze knikte begrijpend. Ze kon zich er wel iets bij voorstellen.

Op zondag, voor ons de enige rustdag na een drukke werkweek en een nog drukkere zaterdag, doen we vaak spelletjes. Seb en Lot doen het spel “Met de billetjes bloot”. Dit is een spel van kaarten waar vragen op staan die je zo eerlijk mogelijk moet beantwoorden. Met dit spel zijn er geen winnaars of verliezers en foute antwoorden bestaan niet. Het doel is om kinderen te leren hun gedachten en mening onder woorden te brengen.

Lot krijgt de volgende vragen. Haar antwoorden zijn kort:

Vraag: “Vind je jezelf leuk?”
Lot: “Eh, jawel.”

Vraag: “Als een vriendje op school wordt gepest, zeg je dit dan tegen de juf?”
Lot: “Nee, dat is toch klikken?”

Vraag: “Vind je jezelf eerlijk?”
Lot: “Ja.”

Vraag: “Denk je dat dieren kunnen voelen?”
Lot: “Ja hoor.”

Vraag: “Denk je dat jongens net zo gevoelig zijn als meisjes?”
Lot: “Ja, vooral in hun kruis!”

vrijdag 17 september 2010

Spaghetti

Vanavond is het weer eens tijd om spaghetti te eten. Een gerecht waar we allemaal van smullen. Spaghettisaus uit een pakje hebben we lang geleden afgezworen. Deze maken we zelf. Toegegeven, een aantal ingrediënten voor deze eigengemaakte saus komt wel uit een pakje of blikje.

Voordat ik begin met koken, zet ik altijd alles klaar op het aanrecht. Een grote pan, halfgevuld met water, zet ik alvast op het gas. Scheutje olie er in. Zout pas toevoegen als het water kookt, anders wordt de pan blauw, zegt men. Tegen de tijd dat het water kookt, ben ik klaar om de saus te bereiden.

Ik leg een paar winterpenen klaar om te raspen. Een bouillonblokje, rund of groente, los ik op in 300 ml gekookt water. Een blikje gepelde tomaten in blokjes en twee blikjes tomatenpuree maak ik open en zet ik klaar. Teentje knoflook, kleingesneden. Potje Italiaanse kruiden. Suiker. De fles rode wijn onder handbereik. Ik neem een glaasje om te keuren of het goede wijn is. O ja, het gehakt uit de koelkast. Ik begin met het raspen van de winterpenen.

“Pap, mag ik dat doen,” vraagt Lot.

“Ja, dat mag, maar doe voorzichtig. Denk om je vingers.”

“Ja, ja. Wat is dat?” Lot wijst op de maatbeker met gekookt water.

“Daar zit een bouillonblokje in. Dat maakt de saus lekkerder,” leg ik uit.

“O.”

Het water voor de pasta kookt. Ik doe een scheut zout in de pan. Hij wordt niet blauw. Ik breek een pak spaghetti van 500 gram doormidden en gooi het voorzichtig in de pan. Onze kinderen zijn nog niet zo bedreven in het draaien van die lange slierten met de vork in de lepel.

Zo, nu kan ik de saus klaarmaken. Scheutje olie in de wokpan. Knoflook even bakken. Dan het gehakt er bij en rul braden. Geraspte winterpeen er door en op hoog vuur goed rondscheppen. Tomatenblokjes en tomatenpuree, beste scheut rode wijn en bouillon er bij. Italiaanse kruiden en een schepje suiker om het zuur van de tomaten te neutraliseren. De saus ongeveer tien minuten laten pruttelen.

Als ik goed getimed heb, dan zijn de pasta en de saus gelijktijdig klaar. Meestal lukt dat. Ik giet de pasta af. Even laten schrikken onder de koude kraan. De tafel is gedekt. Geraspte kaas, water en wijn voor de liefhebbers. Wij hebben de gewoonte om pas te beginnen met eten als iedereen heeft opgeschept en op de billen zit. Dat duurt een paar minuten.

We hebben net de eerste hap in de mond, als Lot vraagt:

“Pap, wat is eigenlijk een miljoenblokje?”

De spetters rode spaghettisaus vliegen over tafel, als wij het uitproesten. Gelukkig lacht Lot zelf het hardst. Ze heeft er een hekel aan om uitgelachen te worden.

maandag 16 augustus 2010

Denk om de kinderen



Het is half twaalf ’s avonds. Het is zojuist opgehouden met regenen. Onze poncho’s hebben we uitgetrokken. Ik worstel en kreun mij een weg terug naar de parkeerplaats. Deze terugtocht is langer dan de heenreis zo’n veertien uur geleden was. Ik heb natte voeten en ik probeer de moed er in te houden door te lopen op het ritme van het liedje dat zich in mijn hoofd heeft vastgeketend. Het liedje vertelt dat het toch eigenlijk maar een kleine wereld is. Ik ben het daar niet mee eens. De parkeerplaats lijkt nog mijlen ver weg.

Als toefje slagroom op de vakantie hebben we op een uur treinen vanaf Parijs op een legbatterijcamping voor Zonnige Vakanties een stacaravan gehuurd voor drie nachten. Een dag Parijssnuiven zit er al op. Vandaag was Eurodisney aan de beurt. Morgen gaan we weer naar huis.

Om het voor de kinderen niet te vermoeiend te maken allemaal, hebben we gisteren in Parijs rustig aan gedaan. Om zoveel mogelijk te kunnen zien en beleven hebben we gebruik gemaakt van de metro en de batobus. Als een stel Japanners hebben we foto’s gemaakt voor de Notre Dame, de Eiffeltoren, de Sacré Coeur en de Arc de Triomph, om thuis bewijs te kunnen leveren dat we dit werkelijk in één dag hebben gedaan. Gisteravond om half elf waren we terug in onze caravan, hopend dat de kinderen genoeg energie over zouden hebben voor de dag van hun leven.

Kwart over negen vanochtend zaten we in de auto. Kwart over tien liepen we het park in, onze ANWB-kortingskaarten ingewisseld voor echte toegangskaartjes. Met de kinderen spraken we af dat we voldoende pauzes zouden nemen, om uit te rusten en bij te tanken. Bij de eerste de beste attractie “Thunder Mountain” stonden we gelijk drie kwartier in de rij. Gedeelde smart is halve smart. Toen wij, uitgelaten door deze belevenis, de attractie verlieten, was de wachttijd uitgegroeid tot zeventig minuten.

Achttien attracties voor jong en oud, twintig winkeltjes, flesjes drinken, hotdogs, kopjes koffie, een heus diner later en vele honderden euro’s lichter, restten ons alleen nog de parade en het afsluitend vuurwerk. En toen begon het te regenen. Op de valreep hebben we vijf regenponcho’s aangeschaft voor dertig euro. Van het vuurwerk was niet veel te zien en het paleis van Doornroosje was in rook gehuld, maar dat mocht de pret niet drukken.

Zingend en huppelend lopen onze dochters van zeven jaar voor ons uit naar de uitgang. Onze zoon van dertien en wij, goede veertigers, strompelen achter hen aan.
“Hé, denk alsjeblieft om ons. Wij zijn kapot. En we moeten morgen nog naar huis rijden.”

donderdag 12 augustus 2010

woensdag 11 augustus 2010

donderdag 15 juli 2010

Noorderwind


(c) schilderij door Torcque, www.torcque-art.com

Wuivende rietpluimen
fluisteren
Zeilers ruimen
op noorderwinden
Thuishaven
laat zich vinden

maandag 12 juli 2010

Stil land


(c) schilderij door Torcque, www.torcque-art.com


Boerderijen, kerk en molen
Liggen in stilte verscholen

Vogelpaar op verkenningsvlucht
Doorklieft de lentewarme lucht

Een hek weerspiegeld in de sloot
Legt menselijke inbreng bloot

donderdag 8 juli 2010

Leven en Dood



De geest
verenigt
het leven

De tijd
stenigt
ons gezicht

De dood
lenigt
alle pijn






(c) schilderij door Torcque, www.torcque-art.com

Jabulani

Feestelijk vieren
als zwabberende ballen
het doel in zwieren


Jabulani in het Zoeloe betekent: feestelijk vieren

Oranje

Zes voetballanden
verslagen door 't dragen van
balansarmbanden

dinsdag 6 juli 2010

Eindeloze einder


Met strakke penseelstreek
schept de schilder
vrijspel van
water en wind



(c) schilderij door Torcque, www.torcque-art.com

maandag 5 juli 2010

Zwanenleed

Karper is op jacht
Naar zeven jonge zwanen
Gisteren nog acht

Rat mag ook leven
Jacht op zes jonge zwanen
Eerst acht, toen zeven

Vijf jonge zwanen
Voor karper en rat te groot
Ontgroeiden die dood

Drie zwanengeesten
Mogen na hun laatste vlucht
Voor eeuwig feesten

vrijdag 2 juli 2010

Gaan!

Prachtige pa zwaan
jaagt met machtig vleugelslaan
eend bij kroost vandaan

donderdag 1 juli 2010

Ode aan Pieps


Mijn hoofd gebogen,
handen geketend.
Ik draag niet de zonden
van alle knuffels,
de gehele knuffelheid.
Die last rust niet op mij.

Ik ben bespot,
neergeworpen en bespuugd.
Dan weer opgenomen,
vertroeteld.
Gereinigd en gedroogd.

Mijn liefde is onvoorwaardelijk,
hier houdt elke vergelijking op.

Vakantieheksensoep voor kinderen

Zoek je al tijden naar een lekkere vakantieheksensoep, die biologisch verantwoord is en niet te veel kost? Dan volgt hier het ideale recept.

Hoofdgerecht: 6 kinderen en/of kleinkinderen
Voorbereidingstijd: 4 dagen
Bereidingstijd: 30 minuten op gas, 2 uur in de volle zon
Voedingswaarde: 0 Kcal
Kosten: 0 EUR

Voorwaarden
Zoek een niet te grote camping, waar je je gang kunt gaan. Regel dit van te voren met je ouders. Je moet de mogelijkheid hebben in het geheim de soep voor te bereiden en klaar te maken. Een speelhut met toebehoren, zoals grote pannen, pollepels en een gaspot met pit zijn aan te bevelen. Het is verstandig het bereiden van de soep op een gaspit aan de oudere kinderen over te laten (vanaf 12 jaar). Zijn die er niet dan moet de soep in de volle zon worden gezet voor een uur of twee.

Ingrediënten
Alles wat je kunt vinden op de camping is bruikbaar. Water en zand vormen de basis voor deze soep.
Wormen, kevers, lieveheersbeestjes en vliegjes zijn uitstekend voor een goede stevige soep. Ben je vegetariër of dierenliefhebber, dan laat je deze dieren natuurlijk met rust. Blaadjes, kleine takjes, dennenappels, bloemetjes, brand- en/of dovenetels geven de soep extra smaak. Je kunt ook nog de afvalbakken rond de cafetaria afstruinen voor restjes patat, frikadel of kroket. Helemaal geweldig is een restje bier of wijn uit een glas van het terras. Maar pas op, dit is niet zonder risico. Verzamel je ingrediënten zo onopvallend mogelijk. Je ouders of grootouders moeten het zo min mogelijk in de gaten krijgen.

Voorbereiding
Spreek met een klein aantal goede vrienden af, wie wat doet. Zorg voor een geheime plaats en een pan met lepels. Doe alle verzamelde ingrediënten in de pan. Doe er wat zand en twee liter water bij. Roer alles goed door. Het duurt vier dagen voordat alle dieren dood zijn en de soep klaar is om af te maken. ’s Nachts zet je de pan in de hut. Is er geen hut, dan ergens in het bos of onder een struik.

Bereiding
Heb je de heksensoep vier dagen lekker laten borrelen en pruttelen, zorg dan dat je niet meer dan twee uur voordat je met je ouders vertrekt de soep af maakt. Voor het beste resultaat moet je nog twee ingrediënten toevoegen. Kies de twee jongste kinderen uit. Eén laat je in de pan poepen. Zorg dat je wc-papier bij de hand hebt. De andere laat je er in plassen. Ochtendplas geeft het mooiste effect. De soep gaat dan lekker stinken, wordt gelig en gaat schuimen.

Tenslotte
Vakantieheksensoep is niet om op te eten. Zorg dat je ouders je niet zien als je de pan voor het laatst in de hut zet. Doe net of er niets gebeurd is. Het is slim om je ouders nog even lief mee te helpen voor het vertrek. Mocht het toch gebeuren dat een van de ouders je door krijgt, geef dan elkaar de schuld. Praat allemaal door elkaar en de jongsten moeten gaan huilen. Dan heb je de grootste kans dat het een gezellige terugreis wordt.

woensdag 30 juni 2010

Tweestrijd


(c) schilderij door Torcque www.torcque-art.com

Vlucht
Laat je toch niet vangen
door onzichtbare muren
die jouw wereld omringen
het heden is vertrouwd
de toekomst onbekend

Nieuwsgierig als je bent
zittend op gekapt hout
zoek je naar nieuwe dingen
en vormen avonturen
blosjes op je wangen
Blijf

(c) Papagoose

maandag 28 juni 2010

Kijken met je ogen

Ik wrijf met de duim van mijn rechterhand over het topje van mijn wijsvinger en mijn gedachten worden bepaald bij de gebeurtenis op die namiddag in een Zweedse winkel. Een zichtbaar litteken heeft het niet opgeleverd, wel een doof gevoel.

Die middag, een dag voor ons vertrek uit Zweden, was het warm. Het was ons laatste bezoek aan Mora. We slenterden wat langs de rand van het meer. De kinderen speelden even in de speeltuin. Het was te warm om veel te doen. Een ijsje eten, dat lukt altijd wel. Daar hoeft het niet eens warm voor te zijn. En een paar winkeltjes bezoeken. Op zoek naar laatste souvenirs of kleine cadeautjes voor de familie.

Bij het betreden van dit soort winkels is ons voorspelbaar en dwingend advies naar de kinderen:
“Kijken met je ogen, niet met je handen.”
Dit zeggen we om geen risico te lopen meer te moeten betalen dan we vooraf gepland hadden. De kinderen zijn zichtbaar geïrriteerd om dit altijd te moeten aanhoren.
“We zijn geen kinderen meer, hoor,” of: “Ja, ja, we weten het,” gevolgd door overdreven zuchten.

Deze keer was niet anders. En onze waarschuwing terecht, vonden wij. Hoeveel ditjes en datjes van hout, glas of leer kun je uitstallen in wankele vitrinekasten en stellingen, langs te krappe looppaden? De bekende porseleinkast en olifant, deze keer in de vorm van door de warmte bevangen, jengelende kinderen en beslipperde toeristen met korte broeken, klamme hemdjes, te ver uitstekende fotocamera’s en te dikke rug-, heup- en schoudertassen.

De kinderen gedroegen zich voorbeeldig, want we hadden ze beloofd dat ze alle drie een zakmes mochten uitzoeken. De messen zouden wel door ons moeten worden goedgekeurd, gezien de leeftijd van de kinderen.

In Zweden kun je prachtige messen kopen en ik kon de verleiding niet weerstaan een aantal te keuren op hun scherpte. Ik pakte een lang, dun visfileermes en trok het uit de leren schede. Ik zag direct dat het vlijmscherp was. Voorzichtig schoof ik het mes terug in de schede. Het laatste stukje ging een beetje moeilijk, dus ik drukte even goed door.

In een flits ging een scène uit een oude cowboyfilm door me heen, waarin de antiheld secondenlang kijkt naar zijn handen die het handvat van een mes omvatten, waarvan het lemmet in zijn buik is verdwenen. Ogenschijnlijk zonder pijn te voelen en niet te beseffen wat er precies gebeurd is.

Het puntje van het fileermes had ik door de leren schede gestoken en zat in het topje van mijn vinger. Ik voelde niets. Snel legde ik het mes terug, stak de vinger in mijn mond en deed of er niets gebeurd was. Toch enigszins geschrokken, ging ik de rest van de familie opzoeken. Johanna zag gelijk dat er iets aan de hand was. Ik haalde de vinger uit mijn mond en die begon te bloeden. Eerst een druppel. Toen liep er een straaltje langs mijn vinger in mijn handpalm. En het was niet meer te stoppen.

Intussen stonden de kinderen erbij. Vooral Hanne keek behoorlijk geschrokken en haar onderlip begon te trillen. Ik liep snel naar de kassa en vroeg het meisje of ze doekjes en pleisters had. Ze zag dat ik nu een handvol bloed had, dat op de grond begon te druppen. Ze liep snel naar het toilet en kwam terug met een rol papier. Met grote proppen toiletpapier probeerde ik het bloeden te stelpen. Dat lukte. Ik plakte drie grote pleisters strak over de wond en we verlieten enigszins aangeslagen de winkel. Johanna en de kinderen wilden dat ik langs het ziekenhuis zou gaan, maar dat weigerde ik.

Ooit met een pijnlijke snee in het topje van je wijsvinger, met drie bloeddoorlopen pleisters erop geplakt, twee tenten en alle campingspullen ingepakt?

We lopen met ons vijven de buitensportzaak in. Een vitrinekast toont ons Victorinox en Wenger messen, uitdagend uitgestald.
“Kijken met je ogen, pap,” zegt Seb doodleuk.
Ik wrijf even met de duim over mijn wijsvinger.
“Ja, ja.”


(c) Jaylen Books, http://www.jaylen-books.nl/
Dit verhaal wordt gepubliceerd in de bundel "Zomertijd 2011"
Geschreven door John Koster, als Papagoose 


zaterdag 26 juni 2010

Herinnerd




Opgesloten gedachten
gevangen in hout,
aardewerk en glas

Milde herinneringen
aan wie we worden,
wilde aan hoe het was

(c) Papagoose







(c) schilderij door Torcque www.torcque-art.com

vrijdag 25 juni 2010

donderdag 24 juni 2010

woensdag 23 juni 2010

Ik ben vader

Gouda, de eerste week van juli 1997, gemeentehuis.

Als een trotse, niet al te jonge vader van 36, sta ik in de rij om aangifte te doen. Papieren in de hand, het bewijs dat mijn eerste kind echt is geboren. Ik ben al dagen in een euforische stemming. Dit uit zich in het als een pauw over straat lopen, mijzelf inbeeldend dat alle andere mensen het geluk aan mij kunnen aflezen. Het is alsof mijn zintuigen op scherp staan, alert om elke vorm van het willen delen in mijn vaderzijn gretig naar binnen te zuigen. De mensen die ik tegenkom lijken zelf ook blij en gelukkig.

“Goedemiddag, zegt u het maar.”

Luider dan noodzakelijk voor de mevrouw achter de balie om mij te verstaan, zeg ik:

“Ik kom aangifte doen van de geboorte van mijn zoon.”

Met een voor de omstanders ongetwijfeld irritante grijns op mijn gezicht, kijk ik om me heen. Heeft iedereen goed kunnen verstaan wat ik zei? Ik denk het wel, hoewel niemand reageert. Men is met zichzelf bezig, verzonken in eigen gedachten. De deftige meneer, die achter mij in de rij staat, vertoont een nauwelijks waarneembare glimlach. Hij heeft mij gehoord, dat kan niet anders. Het is een heer op leeftijd, begin vijftig vermoed ik. Hij zal mijn trotse gevoel herkennen van vroeger.

De mevrouw achter de balie controleert de gegevens en vult deze in op de computer. Ik wacht ongeduldig op de uitdraai. We nemen samen het formulier door of alles klopt. Ik ben klaar en doe een stap opzij om de heer achter mij ruimte te geven. Terwijl ik, zittend op mijn hurken, mijn spullen in de rugtas stop, zegt de baliemedewerkster:

“Goedemiddag, zegt u het maar.”

“Ik kom aangifte doen van het overlijden van mijn zoon,” hoor ik de man zeggen.

Het liefst zou ik van het aardoppervlak verdwijnen. Ik voel me rood worden. Mijn oren suizen en mijn hele lichaam voelt loodzwaar aan. Ik sta op en sla de rugzak over een schouder. Onbedoeld vinden onze ogen elkaar, de zijne lijken te zeggen: “Goed gedaan, kerel.” Ik zie geen boosheid of verwijt in zijn blik, alleen dezelfde glimlach op zijn vriendelijke gezicht. We knikken beide kort en richten ons weer op onze eigen zaken. Bij het gevoel van trots en blijdschap heeft zich gevoegd een besef van grote verantwoordelijkheid. Ik ben vader. Voor altijd.

Zomer

zomer warm

lente bloemen

herfst bladeren

winter sneeuw

alles door elkaar

maar nu is het

zomer



(c) Hannegoose (7 jaar), vandaag geschreven zonder hulp van Papagoose

donderdag 27 mei 2010

Kijk, een eland

Het is de laatste avond op de camping. We hebben een aantal voorbereidingen getroffen om de volgende ochtend op tijd te kunnen vertrekken. Zo hebben we de twee slaaptenten al ingepakt en de tent van Seb. Dit betekent dat we met ons vijven in de grote leeftent overnachten.

We hebben een fantastische tijd in Zweden gehad. Veel gezien en gedaan. Kanotochten gemaakt, elke avond kampvuur gestookt voor de tent en marsh mellows geroosterd. We zijn naar een berenkamp geweest, hebben een wolventroep gezien en hebben een elandenpark bezocht.

Jammer genoeg hebben we deze dieren niet in het wild gezien. We willen een laatste poging wagen om elanden op te sporen. Van medecampinggasten krijgen we de tip om rond half negen ’s avonds een onverharde weg te nemen, die ons diep het bos in zal voeren. De kans om elanden te zien op dit tijdstip en op deze plaats is groter dan nul. De moeite van het proberen waard.

Vol goede moed nemen we de weg die ons is aangeraden. Als enige bagage een gedetailleerde kaart van de omgeving en de lievelingsknuffels van onze meiden. Geen probleem als ze onderweg in slaap sukkelen. De kinderen vinden het een avontuur. Nu gaan we eindelijk echt elanden zien.

Stapvoets rijden we door de invallende schemering. De schaduwen van de bomen worden langer en lijken te bewegen in het licht van de koplampen. Af en toe staan we stil, doen de lampen uit en turen tussen de bomen door.

“Ik zie een eland,” roept Lot.
“Waar?”
“Daar,” en ze wijst links het bos in. Onze blikken volgen haar vinger. Wij zien niets. In ieder geval beweegt er niets. Maar dat is normaal, zo weten we van de elandenparkbeheerder. Als elanden gevaar vermoeden, dan draaien ze hun achterste naar je toe en blijven doodstil staan. Hun poten zijn net boomstammen. Je moet een kenner zijn om dan een eland te kunnen onderscheiden.
“Volgens mij is het een boomstronk,” zegt Seb. Volgens ons heeft hij gelijk.
“Kijk, kijk, een olifant,” roept Hanne.
“Is vast een boomstronk,” zegt Johanna. “Ik denk niet dat hier olifanten leven.”
We moeten alle vijf lachen. Het volgende uur van onze nu bijna nachtelijke rit zien we alleen maar boomstronken. Het kunnen ook wolven, beren, elanden en olifanten zijn.

Het is half elf. De kaart geeft niet veel duidelijkheid over onze locatie. We zijn niet verdwaald, maar het duurt allemaal langer dan ons lief is. Stel je voor dat we nu hier pech met de auto krijgen. Wat doe je dan? De laatste twee uur hebben we geen mensen gezien. Een telefoon hebben we niet meegenomen. Wij, de volwassenen, beginnen ons enigszins zorgen te maken en willen zo snel mogelijk terug naar de camping. De kinderen niet, zij hebben andere kaders.

“Wil er iemand een slokje water?” vraagt Hanne.
“Water, hoe kom je daar aan?” vraag ik.
“Zit in m’n rugzak,” zegt ze triomfantelijk. “Ik heb ook nog koekjes en cakejes, een zaklantaarn, pleisters en een schaartje. En nog meer knuffels en schone sokken. Misschien moeten we wel hier slapen.”
Wat een geweldig kind. Heeft ze op eigen initiatief een overlevingspakket meegenomen.

We halen opgelucht adem en drinken om de beurt uit de bidon. Onze zorgen zijn vergeten. Als we eindelijk een verharde weg opdraaien en op de kaart zien dat we nog een kwartiertje moeten rijden, zegt Lot:
“Ik ga slapen, ik ben moe. Een eland komen we nu niet meer tegen.”
En ze valt direct in slaap.

donderdag 29 april 2010

Even lekker kangoeroeën


Tussen de middag, zo rond half één, fiets ik weer naar het ziekenhuis. Even lekker kangoeroeën met mijn dochters. Het is mooi weer. Heerlijk om de vermeende drukte op het werk achter me te laten voor een half uurtje. Mensen met computerproblemen moeten maar wachten of iets anders gaan doen. Net als ik.

Ik loop door de lange gang naar de kinderafdeling. Het bekende geluid van zoemende apparatuur en piepende monitoren komt me al tegemoet. Ik gluur door de ramen naar binnen en zoek het wiegje van Lot en de couveuse van Hanne. Ik zie dat Rob en Petra dienst hebben en druk in de weer zijn. Bij de wastafel boen ik mijn handen en onderarmen met zeep en daarna met alcohol. Ik loop de zaal op, met links de couveuses en rechts de wiegjes. De moeder van het meisje van 950 gram is er ook.

Hanne is eerst aan de beurt. Sinds twee dagen mag ze nu af en toe voor een kwartiertje uit de couveuse. Ik ben al redelijk bedreven in het loskoppelen van alle draadjes. Het gaat goed met Hanne, na een slechte start. Wat een vechtertje. Ze is al een stuk minder grijs en grauw. Ik kan niet wachten om haar op mijn ontblote bovenlijf te voelen.

Voorzichtig til ik haar uit de couveuse. De spieren in haar armpjes en beentjes voelen gespannen. Dit zal voor haar ook een angstig moment zijn. Ik heb mijn T-shirt al uitgedaan en ga lekker onderuit gezakt in de tuinstoel zitten. Op haar buik leg ik Hanne op mijn borst. Alle spanning voel ik uit haar lichaampje wegstromen. Een zucht. Ik sluit mijn ogen en droom weg.

Een kwartier later doe ik hetzelfde met Lot. Zij is al vijf dagen uit de couveuse. Een sterke meid. Ook zij geeft zich volledig over. Allebei nog een schone luier geven, even knuffelen, kletsen met Rob en Petra en dan moet ik weer gaan. Vanavond om half acht gaan Johanna en ik ze samen in bad doen.

Vol blijdschap fiets ik weer naar het werk. Ik loop door de gang naar mijn bureau. In de mail zie ik dat een aantal mensen problemen heeft een server te bereiken. Ik zucht. Nogal belangrijk.

zaterdag 10 april 2010

Ons filosoofje

Man van de zee

“Mama en papa, waarom heet ik Seb?”
“Wij vinden dit een mooie naam. Die hebben we je gegeven toen je werd geboren. Eigenlijk heet je Sebastiaan. En wij vonden Seb een originele afkorting.”
“Wat is origineel?”
“Dat betekent dat er niet veel van zijn.”
“Wat betekent eigenlijk Sebastiaan?”
“Sebastiaan betekent: man van Sebastia. Sebastia is een stad aan de zee. Sebastiaan is dus: man van de zee.”
“Oh. Ik hou ook van de zee. Ik vind Sebastiaan mooier dan Seb. Ik heet Sebastiaan.”
“Oké.”
“En waarom heb ik maar één naam?”
“Sebastiaan zegt genoeg, daar hoeft niet meer bij. En trouwens, je heet nog Koster.”
“Oh.”

En Seb houdt inderdaad van de zee. Toen hij één jaar oud was en wij op vakantie in Bretagne waren, gingen we vaak naar een van de mooie strandjes aan de zuidkust. Hij kon net lopen, maar we moesten hem al tegenhouden om niet zo de zee in te rennen. Zonder op of om te kijken liep hij, na al zijn kleren uitgetrokken te hebben, linea recta richting het water. Zonder enig besef van gevaar. Met slechts één doel voor ogen. Zo snel mogelijk de zee in.

Twee jaar later, Seb was drie jaar, waren we in de zomer op vakantie in Denemarken. Leuk, dachten wij. Rustig land, veel water, een dagje Legoland. Maar Seb voelde zich niet prettig. En op die leeftijd kunnen kinderen nog niet zo goed verwoorden wat er aan de hand is. Wij hadden het idee dat hij last van heimwee had. Door het licht in de tent sliep hij ’s avonds niet vóór half tien. Wij moesten echt naast zijn bedje zitten om hem uiteindelijk rustig in slaap te laten vallen. Om half zes ’s ochtends was hij dan weer klaarwakker. Elke ochtend hetzelfde verhaal. Wij werden er haast moedeloos van.

Op één zo’n ochtend ben ik maar met hem uit de tent gegaan en een eind gaan lopen. Over de camping en dan langs het bos en de velden, die in serene rust de dauw probeerden te verwerken. Fris en stil, alleen fluitende vogels, de sterren nog net aan de hemel. Seb stapte kordaat met zijn korte beentjes over de weg. Hij keek naar boven, alsof hij het universum nu al wilde begrijpen en de zin van het leven doorgronden. Hij sprak toen de binnen ons gezin nog steeds legendarische woorden:

“Ik ben Seb. Seb Sebastiaan Koster. Mens.”

woensdag 24 maart 2010

Ik wist precies de weg

“Komt Lot ook spelen?”
“Hallo, Tommie, Lot is in de slaaptent, ga maar even naar binnen. Ze spelen met de Duplo.”
“Papa, mogen we een snoepje?”
“Ja, pak maar uit de snoepbak, die staat op de grond naast de deur. Geef Tommie ook wat, hè.”

Het is vandaag eindelijk mooi weer. We hebben drie dagen met flinke regenbuien achter de rug. Maar ondanks dat vermaken we ons prima op deze groeneboekje-camping. Rustig gelegen in het bos. Geen grote weg in de buurt. We kunnen de kinderen gewoon hun gang laten gaan. We hoeven niet steeds op ze te letten. Wat een verademing. We kunnen zowaar een boek lezen voor de tent. De grote plas, direct voor onze tent, is bijna opgedroogd. Trouwens, in en rond deze plas hebben de kinderen ook grote lol gehad. Tot bodyslidings aan toe met de grote campingbuurmeisjes.

“Pap, we gaan buiten spelen.”
“Prima.”

Ze gaan met zijn drieën, onze dochters Lot en Hanne en vriendje Tommie, naar het speeltuintje op een steenworp afstand van de tent. Hebben we er toch nog een klein beetje zicht op. De fietsen met zijwieltjes gaan mee. Er is niets leukers dan zo hard mogelijk over de losse steentjes op het pad te crossen. Wij houden soms ons hart vast, maar ja, loslaten moet je. Met vallen en opstaan. En meer van dat soort clichés.

Na een minuut of twintig komt Hanne terug van het speeltuintje. Alleen, zonder fiets en zonder Lot en Tommie. Wij zitten lekker te lezen. Onze zoon zit met en tegen zichzelf te Carcassonnen.
“Hanne, waar is Lot?”
“Oh, die is met Tommie mee.”
“Waarheen?”
“Lopen. Door het bos. Ik durfde niet mee.”

Ik ga toch maar even kijken. Ik leg mijn boek in de stoel en loop rustig richting speeltuintje. Geen Lot en geen Tommie te zien. Ik loop een rondje over het veld naast het onze. Via een bospad tussen de velden door loop ik naar de toiletgebouwen. Niets. Ik ga terug naar onze tent.
“Lot al gezien?” vraag ik. Nee, dus.
Johanna loopt de andere kant op, waar ik nog niet geweest ben. Ik pak de fiets en rijd de hele camping over. Langs de zwem- en visvijver. Ze zouden toch niet….
Nog steeds niets. Rustig blijven. Er is vast niets aan de hand. Die kinderen zijn gewoon lekker aan het spelen in het bos. Dit is een veilige camping. Maar ze is nog maar drie!

Na drie kwartier rondlopen en –fietsen vind ik het opeens niet leuk meer. Ik ben nooit snel in paniek, maar ik moet toegeven dat ik nu het hart in mijn keel voel bonzen. Terug bij de tent zegt Johanna, dat ze verschillende mensen heeft gesproken, die hun ogen en oren zullen openhouden. Niet echt een geruststelling.

Ik doe een laatste poging. Wat klinkt dat dramatisch. Tussen de bomen vlak achter ons veldje, zie ik ze zomaar lopen. Verdorie, zeg. Zich van geen kwaad bewust lopen ze parmantig met grote stokken in de knuisten, door het struikgewas.
“Lot!” schreeuw ik. “Hier!”
“Hallo pap”, zegt ze guitig.
“We zijn helemaal rond de camping gelopen, door het hoge gras.”
“En toen moesten we over een hek klimmen”, zegt Tommie.
“Ja, met prikkeldraad, en toen werden we helemaal nat. En toen zei ik dat ik naar huis wilde.”
“Ja, en ik wist precies de weg”, zegt Tommie.
Met moeite krijg ik over mijn lippen: “Jongens, wat een avontuur. Kom maar snel wat drinken.”

Ik denk dat we de rest van de vakantie iets vaker uit ons boek zullen opkijken.
Loslaten valt nog niet mee.

donderdag 18 maart 2010

Gregor

Goedemiddag, menèrr, mag ik er bij komen zitten?
Ja hoor.
Even lekker patatje eten, menèrr. Ik heb net van iemand een gratis patatje gekregen, menèrr, met een colaatje.
Ok, leuk.
Hoe gaat het met u, menèrr, alles goed?
Ja hoor, en met u?
Ja, ook goed, even lekker eten. Ik ben heel blij met dit patatje, menèrr.

Op dinsdagmiddag heb ik altijd een uurtje, anderhalf voor me zelf. Mijn zoon is 12, die redt zich zelf. Eén van mijn dochters speelt meestal met een vriendje of vriendinnetje. Mijn andere dochter heb ik net afgeleverd bij het kindercircus. Deze keer ben ik op de fiets, dus ik rijd even lekker de stad in. Het eerste, voorzichtige zonnetje probeert de lange winter te verjagen. Dat lukt aardig, alleen is de wind nog heftig en koud.

Werkt u, menèrr?
Ja.
Wat doet u, menèrr?
Ik werk bij een groot IT-bedrijf.

Eigenlijk heb ik geen zin om dit allemaal uit te leggen. Ik geniet van mijn Vlaamse frieten met pindasaus van de in de stad beroemde frietkraam met de Belgische nationale kleuren. Het voelt toch een beetje als zondigen, patat eten midden op de dag. Het geeft ook wel een kick. Zo van, kijk mij nou eens, ik ga mijn eigen gang, al is het maar voor anderhalf uur. Maar ik wil ook niet bot zijn, tenslotte beweer ik altijd dat ik niets tegen buitenlanders heb. Waarom heb ik nu dan toch het idee dat hij iets van me wil?

Hoe heet u, menèrr?
Ik heet John en u?
Gregor, menèrr.
Komt u uit Hongarije?
Nee, uit Polen. Ik wacht al vijf jaar op werk. Maar het is moeilijk, menèrr. Ik heb ook geen huis, menèrr. Alleen als het heel koud is, dan kan ik gratis slapen. Bij min tien. Nu niet. Heeft u kinderen, menèrr?
Ja.
Twee?
Drie.
Een jongen en twee meisjes?
Klopt.

Wij geven nooit geld. Als ze honger hebben, dan willen we wel een broodje voor ze kopen. Maar geld geven, nee. Kopen ze toch alleen maar drank voor, of drugs.

Heeft u misschien een paar euro, menèrr, dan kan ik vannacht slapen.
Nee, hoor, dat doe ik niet.
Alstublieft, menèrr, één of twee euro.

Ik weet niet wat me bezielt, maar ik pak mijn portemonnee en geef hem twee euro. Zijdelings valt me op, dat Gregor best mooie, nieuwe schoenen aan heeft en een nette broek. Hij ziet er niet uit als een dakloze. Ben ik er toch weer ingestonken. Hij zal wel gewoon in een flat wonen met een paar landgenoten. Hij zal straks wel een lekker potje bier kopen, in zijn vuistje lachen en het hele verhaal aan zijn maten vertellen. Het kan me niets schelen, de zon schijnt en twee euro kan ik heus wel missen.

Dank u wel, menèrr.
Ja, geniet nog van vandaag en het zonnetje.
U ook. Dag, menèrr.

vrijdag 12 maart 2010

HuisVensterKerken, AD 2020

Nu, na tien jaar pioniers- en huiskerken, zijn wij trots u deze brochure te kunnen presenteren met informatie over de vorig jaar opgerichte HuisVensterKerken in Nederland, de HVK. In 2010 zijn we begonnen met de eerste pionierskerk voor hoogopgeleiden. Dit bleek een succes en gaandeweg zijn daar de kerken voor laag- en middelhoogopgeleiden bijgekomen.

De eerste HuisVensterKerk in Rotterdam is een feit. Een goed georganiseerde, allesomvattende kerkelijke instelling waar iedereen op zijn of haar eigen niveau de geestelijke draai kan vinden. En dat alles onder één dak. Naast de drie hieronder nader uitgewerkte afzonderlijke kerken, herbergt het gebouw ook een aantal gemeenschappelijke functies, zoals kinderopvang, nazorg, vergaderruimtes, een boeken- en muziekwinkel en stiltecentrum.

We zullen per niveau toelichten wat de kenmerken zijn en het doel, zodat u de keuze kunt maken voor de kerk die bij u past.

Het VMBO-niveau
Het doel van deze kerk is dat u zich hier thuisvoelt, met de nadruk op voelt. De focus ligt op beleving, innerlijke bevrediging en emoties. Er heerst een gevoel van saamhorigheid, wij zijn allen één. Kenmerken op dit niveau zijn:
· Een grote gezamenlijke parkeerruimte;
· Een goede muziekband met drums, gillende gitaren en veel backing-vocals;
· Liederen komen uit Opwekking, soms ook Engelse liederen;
· De preek duurt nooit langer dan vijftien minuten. Teksten worden gelezen uit de Kijkbijbel, met illustraties op de beamer.

Het HAVO/VWO-niveau
Spirituele uitdaging en geestelijke groei zijn het doel van deze kerk. Evangelisatie en zending worden vanuit deze kerk bedreven. Er zijn huiskringen met gezellige activiteiten rond een thema. Kenmerken op dit niveau zijn:
· Parkeerplaatsen voor HAVO, voor VWO en een bescheiden ruimte voor brugpiepers, de jong-bekeerden; een eigen garderobe;
· Vlotte muziek met piano, violen en af en toe een orgel;
· Liederen worden gezongen uit het Liedboek der Kerken en Johannes de Heer;
· De preek is uitdagend, de teksten worden gelezen uit Het Boek.

Het gymnasium/WO-niveau
Persoonlijke ontwikkeling staat bovenaan. Verlichting, naderen tot God als mens, om uiteindelijk God te worden. Veel dialoog en discussie in diepgaande bijbelstudies. De kenmerken:
· Ieder lid heeft een eigen parkeerplaats en een kluis voor waardevolle eigendommen;
· Psychedelische, new-age muziek, een enkele gospel;
· De muziek wordt van CD gedraaid, leden hebben inbreng in de keuze;
· Als er wordt gepreekt, dan is dat altijd interactief, teksten worden in de grondtaal gelezen.

Tot slot is er in het souterrain, anoniem en verborgen voor de buitenwereld, een kerk die wij de Koninkrijkspoort noemen. Deze is voor het niveau “Kind”. Wij maken u erop attent dat betreden van deze kerk volledig voor eigen risico is. Hier kunt u namelijk het Koninkrijk van God binnengaan (Marcus 10:14-15).

Lees:
http://www.trouw.nl/religie-filosofie/nieuws/article3011387.ece/Nieuwste_kerk_is_een_huiskamer.html
"We willen ons beter toespitsen op een bepaalde doelgroep. Daarom komt er in Rotterdam-Zuid bijvoorbeeld een kerk voor hoogopgeleiden."

woensdag 10 maart 2010

Thuisbioscoop

Onze zoon is vorig jaar juni 12 geworden en een vriendenfeestje had hij nog niet gehad. Op de vraag of hij alsnog iets wil doen, is het antwoord: Jawel…. Maar wat dan?

Cadeautjes uitpakken, hamburgers eten en een filmpje kijken. Vier vrienden worden via de mail uitgenodigd. Een vrijdagavond wordt geprikt, want het kan laat worden. Pa werkt in de IT en kan wel een beamer regelen om een bioscoopgevoel te creëren. Drie films worden gehuurd zodat de vrienden zelf kunnen kiezen. Het wordt de nieuwste Batman. Alles wordt gedegen voorbereid, tot en met de bioscoopopstelling.

De oude beamer kan niet op de 5.1 installatie in de woonkamer worden aangesloten en op pa’s laptop mogen geen dvd’s worden gedraaid. Dan maar de desktop met vijf boxen naar beneden slepen. De bank verschuiven, de beamer op een kastje, de gordijnen dicht en starten maar. Om half acht zitten de boys klaar met grote bakken popcorn uit de magnetron op schoot. De film duurt tweeëneenhalf uur, dus zullen we mooi om tien uur klaar zijn.

Maar dan begint de ellende. Gesproken tekst is niet te horen. Blijkt een box niet te werken. Pa werkt in de IT, dus worden de boxen via de computer opnieuw ingeregeld en getest. Uiteindelijk lukt het. Maar nu is de ondertiteling weg, het menu is niet meer te vinden en pa wordt hoe langer hoe meer gestrest. De ouders worden even ge-sms’t dat het wat later wordt.

Na een half uur prutsen merkt één van de jongens op: ‘de dvd eruit, een andere erin, die er weer uit en Batman er weer in.’ En verrek, het menu is weer te vinden en de ondertiteling kan worden aangezet. Drie kwartier later dan gepland begint de film. Pa is in staat de hele rotzooi door de kamer te smijten, maar de jongens worden er niet heet of koud van. We trekken gewoon nog een paar zakken chips open.

Als pa om kwart voor elf twee jongens op de fiets naar huis brengt, wordt hij voor straf nog even zeiknat geregend. Het was een super vet feestje.

woensdag 3 maart 2010

Kalekoppenbonus

Persbericht:
Drie keer in zes maanden heeft het Universitair Medisch Centrum Groningen te kampen gehad met problemen in de keuken. Nu is er echter een nieuw probleem bijgekomen. Afgelopen dinsdag zijn bij een patiënt na een buikoperatie twee zwarte haren aangetroffen tussen de hechtingen. Aanvankelijk dacht men dat het slordig afgewerkte hechtdraden waren, maar nader onderzoek heeft uitgewezen dat het hier wel degelijk menselijke haren betreft. Een grondig onderzoek is geëist.

“Zuster Petra, ik wil niet vervelend doen hoor, maar nu zit er al weer een haar in de aardappelpuree!”
“Ik vind het heel naar voor u meneer De Vries. Ik kan er alleen niet zoveel aan doen. Ik word er zelf ook een beetje moedeloos van. U krijgt van mij een nieuwe maaltijd.”

“Voorzitter, geachte leden van de Tweede Kamer. Je kunt stellen dat na drie jaar centrumrechts dit kabinet een aantal belangrijke mijlpalen heeft behaald. Het aantal hoofddoekjes in openbare gelegenheden, zoals scholen, bibliotheken en ziekenhuizen is sterk teruggedrongen. Dit is natuurlijk mede te danken aan de door ons ingestelde kopvoddentaks. Vooral de hoogte van deze belasting heeft er voor gezorgd dat de meeste moslima’s zich eerst drie keer achter de oren krabben voordat ze een hoofddoek dragen. Beste mensen, wij zijn hier trots op.”

“Voorzitter, de heer Wilders vergeet voor het gemak de problemen die deze belasting heeft veroorzaakt. Negeert de heer Wilders de berichten uit het land? Sluiten wij de ogen voor patiënten in ziekenhuizen die haren in de soep vinden en nu zelfs haren in de buikwand? Na het invoeren van deze belachelijke taks is het kabinet compleet doorgeslagen, door ook voor chirurgen en keukenpersoneel elke vorm van hoofdbedekking te verbieden. Ik begrijp wel, de heer Wilders kon niet anders. Ik stel voor deze belasting af te schaffen.”

“Meneer Wilders?”


“Voorzitter, mevrouw Halsema heeft zeker een punt. Wij willen echter de kopvoddentaks niet afschaffen. Integendeel, wij van de PVV gaan een stap verder. Wij zijn voor de invoering van de kalekoppenbonus. Iedereen werkzaam in een openbare instelling ontvangt een forse premie als hij of zij de haren afknipt. Dit is zeer hygiënisch en lost gelijk mevrouw Halsema’s problemen op!”

woensdag 24 februari 2010

Mijn Schuld

Ik voel me zó schuldig. Ik was zeer geconcentreerd en liet me afleiden door een onbelangrijke gebeurtenis. Ik kan me wel voor mijn hoofd slaan, maar dat is zinloos. Het kwaad is al geschied. Sven koopt er niets voor. En de hele wereld maar denken dat Gerard Kemkers Sven naar de verkeerde baan stuurde. Ik weet beter. Het is mijn schuld.

Na een vermoeiende, drukke dag in de voorjaarsvakantie ga ik er eens goed voor zitten. Benen op het bankje, kussen in de nek. Wat mij betreft mag het beginnen. Het is een paar minuten voor acht en Mart Smeets is al op het scherm. De tien kilometer voor heren. Ik mag er graag naar kijken. Het gevoel van de Amerikanen, watching grass grow, deel ik allerminst. Vanaf het eerste moment, de eerste rit, ben ik geconcentreerd aan het kijken. Dit zijn de mindere goden, maar het zijn de Olympische Spelen en er kan dus van alles gebeuren. En Zeus werd ook regelmatig uitgedaagd en te kijk gezet.

Na zeven ritten en twee dweilpauzes loopt het inmiddels tegen elven. De beurt is aan Sven Kramer om zijn favorietenrol waar te maken. Het enige wat hij moet doen is zijn directe tegenstander achter zich laten en dezelfde tijd rijden als tijdens het WK-afstanden van een jaar eerder. Daarmee verbetert hij de tijd van Lee en is het tweede goud binnen. Tijdens het eerste deel van zijn race ben ik niet helemaal gerust op een goede afloop. Maar na vijf kilometer straalt Sven zo een kracht uit dat ik opgelucht kan ademhalen.

Dan voltrekt zich het drama binnen een tijdsbestek van één ronde, zeg dertig seconden. Eén van mijn dochters komt slaperig de kamer in, na tien seconden gevolgd door mijn zoon. Ze zeggen dat mijn andere dochter in bed ligt te huilen. Maar zij staat plotseling ook in de kamer. Vanuit mijn ooghoek zie ik Sven de binnenbocht uitkomen en de wissel oprijden. Ik raak geïrriteerd door de aanwezigheid van mijn kinderen, sta op van de bank en wil ze snel de kamer uit bonjouren. Weg concentratie. Mijn vrouw roept nog: “Blijf zitten!” Ik zie Sven een zeer vreemde beweging maken, het lijkt wel of hij valt. Dan dringt de werkelijkheid tot mij door. Verkeerde wissel. Als ik rustig op de bank was blijven zitten, dan was er niets gebeurd. De komende vier minuten zitten we alle vijf in grote verslagenheid de rest van de rit uit.

Ik moet toch maar eens meedoen aan het programma “De Nieuwe Uri Geller.”

donderdag 18 februari 2010

Midweekje weg

Goedemorgen, Roomdal vakantieparken, met Michelle. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
Ja, hallo, met John. Ik wil graag een bungalow huren voor de voorjaarsvakantie voor vijf personen. Zijn er nog lastminutes?
Ik zal kijken, meneer, wat zijn uw wensen?
Hoe bedoelt u?
Voor hoeveel personen?
Vijf, maar we willen graag drie slaapkamers.
Heeft u voorkeur voor een park of misschien een regio?
Nee, dat maakt niet zoveel uit, als er maar een zwembad is.
Een zwembad. Welke periode?
Een midweek van 22 tot 26 februari graag.
Eén moment alstublieft, ik zoek de beschikbare parken.

Bedankt voor het wachten. Er zijn vier parken beschikbaar in die periode met zwembad. Dat zwembad, moet dat met of zonder?
Met of zonder?
Met of zonder patat?
Hoe bedoelt u, met of zonder patat?
Sommige zwembaden zijn met patat, de meeste zijn zonder.
Zit dat dan bij de prijs in?
Nee meneer, in de meeste zwembaden op onze parken kun je geen patat en frikandellen en zo meer kopen. Ook geen cola, trouwens, alleen fruitdranken.
Nou, wij willen graag een zwembad met patat en frikandellen en cola!
Eén momentje dan.

Het spijt me, meneer. Van de vier beschikbare parken met zwembad zijn er drie zonder patat en één met een afgezonderde patatruimte achterin.
Hoezo, patatruimte.
Achterin het zwembad is een afgescheiden ruimte waar je patat kunt krijgen. Frikandellen en cola weet ik niet, staat niet in de informatie. Deze ruimte heeft gespiegeld glas, zodat mensen van buitenaf u niet kunnen zien patat eten. En een speciaal systeem tegen de geurtjes. Dus wat wilt u?
Doet u dan maar een park zonder patat. Maar wel drie slaapkamers en een speeltuin?
Ja hoor, een speeltuin is standaard aanwezig op onze parken. Dan heb ik hier een mooie bungalow voor u met drie slaapkamers, in de periode van 22 tot en met 26 februari, op park Corpore Sano.
Prima, dank u.
Nog graag uw adresgegevens voor de bevestiging …..

Zijn jullie klaar? Kom jongens, kruip er maar in, we gaan. Lekker een midweekje weg!
John, heb je de frituurpan?

Ja, die ligt achterin.

donderdag 11 februari 2010

Dodewaard

Een veehandelaar uit Slotervaart
Had voor de slacht een gesneuveld paard
Hij vroeg twee boeren
Komend uit Soeren:
“Hoeveel is u deze Dodewaard?”

Sneek

Een Engelsman die woonde in Lake
Had moeite met Nederlands zo blake
Hij wees naar het dier
En sprak toen heel fier:
“Da’s volgens mij geen slang maar een Sneek!”

woensdag 10 februari 2010

Flauw

Hannu-huh……
Lô-hôttt….
Het is niet eerlijk….
Mama, ik bedoel papa?! Hanne doet flauw!
Lot doet ook flauw!

Het gaat weer lekker. En altijd op de trap en altijd zo rond etenstijd. Moe van een lange schooldag plus NSO of spelen bij vriendjes. En nu dus fijn bij elkaar op de lip zitten en ons het bloed onder de nagels vandaan halen.

Onze dochters van zes zijn een eeneiïge tweeling. Ik ben er nog steeds niet uit wat de juiste term is: ze zijn een eeneiïge tweeling òf ze zijn eeneiïge tweelingen. Eigenlijk doet het er niet zo toe. Wij vinden dit niet zo belangrijk. Voor ons zijn het twee meiden met ieder hun eigenaardigheden, uiteenlopende interesses, verschillende karakters. Toevallig lijken ze op elkaar. Soms maken ze elkaar af. Maar vaak kruipen ze ’s nachts bij elkaar in bed als een van beide een nare droom heeft.

Eerlijk gezegd zijn we dit gedrag op de trap wel eens goed zat. Ik bedoel, wij hebben het ook druk gehad. We zijn ermee gestopt om in de gaten te houden wie straks na het eten in het zachte hoekje van het bad mag zitten, wie een boekje mag uitzoeken om voorgelezen te worden en wie aan de beurt is om de volgende morgen de deur van de auto open te maken. Dat moeten ze onderling maar uitzoeken. Vergeet niet, het zijn en blijven tweelingen en dus vier gelijke handen op twee identieke buiken. Daar kunnen wij echt niet tegenop.

Vandaag na weer een trapincident stond ik al op het punt ze terecht te wijzen, maar bedacht gelukkig een andere benadering.
Ik vraag: ‘wie doet er flauw?’
Het geijkte antwoord: ‘Lot doet flauw. Hanne doet ook flauw!’
Ik zeg: ‘kom allebei maar naar de keuken, nu!’
Ze volgen me naar de kast. Ik pak de grote pot zout en zonder verder na te denken strooi ik een beste scheut op beide hoofden. ‘Zo, nu zijn jullie niet flauw meer.’
De ruzie was opeens voorbij en we hebben met z’n vijven nog nooit zo gezellig gegeten.

woensdag 20 januari 2010

Eenrum

Een alcoholist uit mooi Stedum
Zat in de oudste kroeg van Bedum
De waard sprak hem aan
En zei: “je moet gaan,
Want verderop krijg je nog Eenrum”

maandag 4 januari 2010

Thesinge

Met een koffieleut uit Ezinge
Gebeuren dikwijls rare dingen
Hij kan als tenor
In ’t Groninger koor
Het best met een kopje Thesinge