Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.
Posts tonen met het label kind 0-4. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kind 0-4. Alle posts tonen

donderdag 1 december 2011

Blindedarm

Ik denk dat ik droom. Het is geen nare droom, maar wel een beetje een rare. Ik lig in een groot bed. Ik kijk wat om me heen. Ik zie van alles, maar het dringt niet echt door. Mijn oren suizen. Ik hoor geluiden, maar deze lijken van ver te komen. Licht, wit licht, doet me zeer aan de ogen. Ik blijf maar gewoon lekker liggen en verder dromen.

Dan hoor ik een bekende stem: “Volgens mij komt hij bij.”
Is het dus toch geen droom. Ik probeer me een beetje om te draaien, maar een steek in mijn buik doet mij weer terugvallen op mijn rug. Dat doet pijn.

“Is alles goed gegaan?” Vraagt de bekende stem.
“Jazeker, geen complicaties.”
Die stem komt van de andere kant van het bed. Daar staat een meneer met een witte jas aan en een raar apparaat om zijn nek.

Van Mommy en Daddy krijg ik een cadeautje. Het is een doosje met cowboytjes en indianen. Leuk. Maar nu ben ik moe. Het liefst wil ik slapen, maar ik moet opeens nodig naar de wc. Uit bed stappen lukt wel met een beetje hulp. Ik krijg een badjas over mijn pyjama aan en iemand ondersteunt me met een hand in mijn nek. Ik loop nog wel wiebelig, maar het gaat.

In de wc ben ik plotseling alleen. Nou ja, dat geeft niet. Ik ben al drie en kan heus wel alleen plassen. Staande plassen gaat me normaal best goed af, maar nu ben ik nog te duf. Voor de zekerheid ga ik toch maar zitten. En dat is maar goed ook, want ik moet poepen. Als ik klaar ben en Mommy wil roepen, merk ik dat ik per ongeluk in mijn badjas heb gepoept. Deze heb ik vergeten omhoog te doen. Mijn pyjamabroek heb ik keurig naar beneden getrokken. Het zweet breekt me uit. Ik vind dit heel erg en schaam me rot. Gelukkig is Mommy snel bij me en trekt de badjas uit.

Terug in mijn bed, denk ik dat ik deze gebeurtenis wel nooit zal vergeten. Ik vraag me af wat Mommy met de vieze badjas heeft gedaan. Ze zal hem toch niet aan die meneer met de witte jas hebben gegeven? Hopelijk heeft ze hem ergens stiekem in gestopt. Ik moet maar proberen er niet meer aan te denken.

woensdag 16 maart 2011

Uncle Kurt

Ik kan me het leven in Canada niet voorstellen zonder uncle Kurt. Waarschijnlijk heeft hij niet de volledige vijf jaren dat ik vanaf mijn geboorte daar woonde, bij ons doorgebracht. Maar hij heeft er voor mij altijd bijgehoord. Ik heb geen idee waar hij vandaan kwam, zijn naam verraadt een duitstalige achtergrond. Mijn ouders hebben nog enkele oude foto’s waar hij op staat. Een verlegen man met zwart, achterovergekamd haar.

Uncle Kurt was onze buurman, eerst onze beneden-, daarna onze bovenbuurman. Of in omgekeerde volgorde, dat weet ik niet meer. Vreemd, op een gegeven moment hebben mijn ouders dus met hem geruild van huis. En of hij nu bij ons of wij bij hem woonden, is mij ook niet bekend.

Er was alleen uncle Kurt, daar hoorde geen auntie bij. Hoelang hij al in Canada woonde, wat voor werk hij deed, of hij nog familie had? Ik heb geen idee. Deze vragen zouden best door mijn ouders beantwoord kunnen worden, want ze leven beide nog. Maar, weet je, ik laat het lekker zo. Het heeft iets mysterieus.

Totdat natuurlijk iemand via Spoorloos op zoek is naar zijn of haar halfbroer en vervolgens bij mij terecht komt. Of mijn ouders aan het einde van hun leven tegen mij zeggen:
“We moeten je ook iets vertellen….”
Als dat zou gebeuren, dan zou ik het mysterie uncle Kurt willen oplossen.

Het enige tastbare wat van hem is overgebleven is een rood met witte raceauto, die ik met Kerstmis van hem heb gekregen. Deze heb ik nog steeds. Als je er mee rijdt maakt hij een diep brommend geluid. Hij heeft de tand des tijds glorieus doorstaan. Zo wordt speelgoed tegenwoordig niet meer gemaakt.

woensdag 9 maart 2011

Dobbeljoeki

De Groote Beer, waarop mijn ouders in 1956 naar Canada vertrokken.


In 1956 zijn mijn ouders naar Canada geƫmigreerd. Ze gingen mee in de grote, naoorlogse golf avontuur- en gelukzoekers. Vrienden die een aantal jaren eerder al de oversteek hadden gemaakt, stonden financieel borg. Zij stonden klaar voor de eerste opvang. Voordat ze vertrokken moest er nog even getrouwd worden. De enige mogelijkheid daarvoor was 4 mei. Elf jaar na de bevrijding was dit een vreemde datum, maar het kon niet anders.

Een jaar of twee later spatte de roze wolk van het avontuur behoorlijk uit elkaar toen mijn vader ernstig ziek werd. Een ontstoken blindedarm werd niet onderkend. Infectie en een doorgebroken appendix waren het resultaat. Er volgde een spoedoperatie waarbij de milt en appendix werden verwijderd. Ziektekostenverzekeringen en zorginstanties stonden in de kinderschoenen. Inkomen was er nauwelijks meer.

Mijn moeder was zwanger van mijn zus. Om de problemen het hoofd te kunnen bieden kwamen mijn opa en oma over naar Canada om bij te springen. Mijn oma hielp in huis en mijn opa ging werken. Nu was dit voor hun absoluut niet eenvoudig. Mijn opa was net gepensioneerd politieagent. Beide spraken en verstonden nagenoeg geen Engels. Met handen en voeten en een grote dosis doorzettingsvermogen konden ze zich toch redden.

Mijn oma verbasterde Nederlandse woorden en zinnen tot Engelse uitdrukkingen. Met nog een vleugje Gronings erbij leverde dit soms hilarische uitspraken op. Zo begroette zij eens de bakker die aan de deur kwam met:
“Hai bagger.”
Door haar onschuld leverde dit echter nooit kwade gezichten op.

Mijn zus werd geboren in Kitchener in het KW (Kitchener Waterloo) Hospital. Thuisbevallingen kende men in Canada niet. Toen iemand mijn oma vroeg waar mijn moeder en zus lagen, was haar antwoord een verdraaiing en verbastering van KW (uit te spreken in het Engels als Kay – double U):

“Dobbeljoeki.”

Als een rode wollen draad

Herinneringen aan zelfgebreide truien, mutsen, wanten en sjaals zijn voor mij een gruwel. Zelfs nu ik een halve eeuw op deze aarde rondloop, komen de haren op mijn armen recht overeind als ik eraan denk. Wollen truien kan ik niet dragen als er niet iets met lange mouwen onder zit. En als de trui te dik is, dan denk ik er al helemaal niet aan deze aan te trekken.

Een wollen muts is zo mogelijk nog erger, vooral als ik die vroeger vanwege de kou op mijn hoofd moest zetten. Na tien minuten op de fiets had ik het altijd warm en een muts was dan een beproeving. Het zweet van mijn voorhoofd vermengde zich met de wol van de muts en dit veroorzaakte een jeuk waar ik gek van werd. Voor wanten en sjaals gold hetzelfde. De uitvinder van het fleece mag van mij een standbeeld.

Wanneer ik als kleine jongen van een jaar of acht weer eens een door mijn moeder of oma gebreide trui aan moest, dan stond ik stokstijf met de armen gespreid in de kamer. Het huilen stond me nader dan het lachen. Echt, ik voelde me dan diep ongelukkig. Mijn moeder kon de last enigszins verlichten door lang over mijn uitgestrekte armen te wrijven. De jeuk werd daardoor minder. Een zwaar protest heb ik in mijn herinnering nooit geuit. Ik was een stil en braaf jongetje, volgens mij en mijn familie.

Mijn vroegste herinnering aan wol dateert uit 1965. Mijn moeder, mijn zus en ik waren juist vanuit Canada aangekomen in Rotterdam op een groot passagierschip. Tien dagen varen hadden een einde gemaakt aan mijn verblijf in dat verre land, wat ik beschouw als mijn vaderland. Als kind van vier voelde ik me behoorlijk ontheemd, vooral ook omdat mijn vader niet mee terug kwam op deze boot, maar pas maanden later zou komen.

We werden opgewacht door mijn oma en opa en een jonge vrouw, die mijn tante bleek te zijn. In de trein van Rotterdam naar Groningen zat ik bij deze voor mij vreemde vrouw op schoot. Zij droeg een zware wollen rok. De wol prikte door mijn broek in mijn benen en ik kreeg het spaans benauwd, weet ik nog. Voor mijn gevoel heeft het uren geduurd. Waarschijnlijk heb ik maar enkele minuten bij haar op schoot gezeten. Mijn relatie met mijn tante heeft er later gelukkig nooit onder te lijden gehad.

dinsdag 9 november 2010

Ezekiel saw the wheel

Tegenover elkaar zittend, met de knieƫn opgetrokken, zaten mijn zus en ik in de met vloerbedekking beklede kattenbak van onze Kever. Veiligheidsgordels bestonden nog niet. Als mijn vader linksaf wilde, dan stak hij een hand uit het raam. Een latere versie van de Kever had een grappig armpje dat uit de deurstijl naar buiten klapte.

Onderweg naar misschien oom Dennis en tante Klaske of naar oom Oeds en tante Tiny, die slechts twee uurtjes rijden verderop woonden. Of gewoon een tochtje maken, omdat we er zin in hadden. Met zijn vieren zongen we dan uit volle borst:

Ezekiel saw the wheel,
Way up in the middle of the air
Now Ezekiel saw the wheel in a wheel
Way in the middle of the air.


Op een van deze vele autoritten werden we overvallen door noodweer. De regen kwam met bakken uit de hemel, vergezeld van een onweer dat ik in Nederland nog nooit zo heb meegemaakt. Ik was natuurlijk een kind van vier en misschien leken donder en bliksem heftiger dan ze in werkelijkheid waren.

We moesten een steile heuvel naar beneden en mijn vader zag het gevaar te laat. Onderaan de heuvel stond het water een halve meter hoog in de straten en daar kwamen wij met volle vaart in rijden. De auto sputterde nog wat tegen en kwam toen tot stilstand. De motor sloeg af. Daar stonden we dan, de aardappels die we vermoedelijk ergens onderweg hadden gekocht, dreven rond onze voeten. Veel konden we niet doen. Er waren meer auto’s die vast kwamen te zitten. Uiteindelijk werden we door een towtruck losgetrokken en konden we, na wat gekuch en gesnotter van onze Kever, onze weg naar huis vervolgen.

Daarna bleef de Kever bergafwaarts gaan. Hij is nooit meer de oude geworden en hij moest noodgedwongen worden afgestaan.


Voor de gehele tekst van “Ezekiel saw the Wheel”:
http://www.gospelsonglyrics.org/songs/ezekiel_saw_the_wheel.html