Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.
Posts tonen met het label gezin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezin. Alle posts tonen

donderdag 7 februari 2019

Linkse gekkie


Ik ben een linkse gekkie. Tenminste, als ik alle felle reacties op de social media moet geloven. Wij zijn van de pot gerukt. Ik indoctrineer en hersenspoel mijn kinderen, samen met de docenten van hun school. Ik span mijn kinderen voor mijn karretje. Zelf weten ze niet waar ze mee bezig zijn. De klimaatstaking is een complot van de linkse gekkies.

Ik moet mijn kinderen beter opvoeden. Ze mogen niet met het vliegtuig op vakantie, maar met de fiets naar Drenthe. Ze moeten hun mobieltjes en i-pads een maandje inleveren. Ze mogen maximaal twee minuten douchen per dag en dan niet drie handdoeken gebruiken. Ze moeten ook veel minder vlees eten, het liefst helemaal geen vlees. Ze moeten veganist worden. En als ze willen spijbelen of staken, dan moeten ze dat maar op zaterdag doen, op hun vrije dag. De kinderen moeten de uren inhalen en de ouders moeten gestraft worden. Als mijn kinderen gaan staken, dan zullen ze dat later wel in hun eigen portemonnee gaan voelen.

Mijn kinderen reizen naar Den Haag met de trein. Ze vertrekken uit Groningen om 09:18 uur en komen om 11:50 uur aan. Ze reizen op twee groepskaarten en die zijn pas na 9 uur geldig. Ze betalen de kaartjes zelf. Ze hebben een donatie gekregen van een enthousiaste tante. Enthousiast over hun initiatief, niet per se over het spijbelen zelf. Ze hebben met elkaar twee spandoeken gemaakt met pakkende teksten, die ze van het internet hebben gehaald. Ze zijn hun mening aan het vormen. Ze vragen ons. Ze overleggen met elkaar. Ze nemen actie. Gelukkig zijn hun breinen pas op hun 25e volgroeid.

Ik spijbelde vroeger ook, van Godsdienst. Ik was een jaar of 17. Magister bestond niet. We fraudeerden met het klassenboek. Valsheid in geschrifte. We kwamen ermee weg en de docent liet het erbij zitten. We gingen naar het dichtstbijzijnd café om te biljarten. Daarna frikandellen speciaal eten in de cafetaria op de hoek. We dachten geen moment aan het klimaat.

Ik ben trots op mijn kinderen.

zondag 13 maart 2016

Suikerspin

Mijn kinderen op de rotsen aan de Bretonse kust.


‘Mam, mogen we een suikerspin?’
‘Uhm, jawel. Of heb je liever een steekijsje? Dat is iets verderop. Een suikerspin is heel ongezond. Ziet er aan de buitenkant mooi en smakelijk uit, maar is een grote hap gebakken lucht en suiker.’
‘Nee, toch liever een suikerspin.’

Vanavond willen we niet te moraliserend zijn. Dus.

‘Oké, hier heb je geld. Ga zelf maar in de rij staan.’

Het is altijd gezellig en druk op Noorderzon, het muziek- en theaterfestival in het Noorderplantsoen in Groningen. Wij wonen op loopafstand. Vanavond zijn we op de fiets. Het is altijd leuk om een beetje rond te lopen, iets te drinken en te eten, een praatje te maken met vrienden en kennissen, zo mogelijk een voorstelling te bezoeken.

Donderdag 25 februari bezoek ik de talkshow in Groningen. ’s Morgens. Ik kan niet uitleggen waarom, maar de sfeer is gespannen. De bedoeling is goed. Een interessante klant is uitgenodigd. Met een komische noot wordt een aantal zaken van de afgelopen periode aan de kaak gesteld. De gehele familie Barbapapa komt langs. De humor landt niet bij dit publiek. Dat kun je zo hebben.

Het is gezellig druk op het Bretonse festival. Veel muziek en folklore. Dansende meisjes in klederdracht, een demonstratie van het winnen van zeewier uit zee, dat wordt gedroogd en dient als brandstof. Veel mosselen, crêpes en appelcider, heel veel appelcider. En op een prachtige locatie dicht bij de bekende ruige kust. Onze kinderen kunnen zich niet bedwingen om de rotsen te beklimmen. Zoals gewoonlijk zijn we ze snel uit het oog verloren.

Als de kinderen weer boven zijn, lopen we een laatste ronde over het terrein, op zoek naar iets lekkers. We komen bij een kraampje waar ze een soort suikerspinnen verkopen. Toevallig. Een festival met suikerspinnen. Ik wil graag twee bestellen voor onze dochters, maar suikerspin staat niet in mijn kleine woordenboek Nederlands-Frans. Wel spin, araignée en suiker, sucre. Ik wil niet afgaan, dus ik ga heus niet ‘deux araignées de sucre’ bestellen. Ik wijs het aan en vraag in mijn beste Frans, ‘qu’est-ce que vous appelez la?’, hoe zo’n ding heet.

‘Barbapapa, monsieur.’
‘Comment?’ Vraag ik verbaasd. Heb ik het goed verstaan?
‘Barbapapa.’
‘Uh, bien, deux s’il vous plaît.’

Eenmaal weer thuis van onze vakantie in Bretagne zoek ik het op. Suikerspin. Barbe à papa. Letterlijk betekent dit: de baard van papa. Nu begrijp ik ook de overeenkomst tussen Barbapapa en een suikerspin. Roze, mooi van buiten, maar van binnen is het niets. Slappe hap, geen ruggengraat.

Toeval?

maandag 22 februari 2016

Overstag

Volgens Van Dale:

over·stag (bijwoord)

1 overstag gaan (a) (scheepvaart) wenden; (b) van mening veranderen

Het is een mooie zondagmiddag. We hebben een polyvalk gehuurd en hiermee kunnen we vier uur lang met ons vijven op het Paterswoldsemeer zeilen onder de bezielende leiding van onze zoon van zestien. Hij heeft leren zeilen op scouting en hij weet precies wat er moet gebeuren. Wij volgen zijn instructies op. Er is maar één kapitein op het schip. Hij bepaalt wanneer wie aan welk touw moet trekken en wanneer we van de ene kant van de boot naar de andere moeten. En kijk uit voor de giek, anders lig je zo overboord. Vooral het overstag gaan vraagt oplettendheid en discipline. Een aantal keren komen we recht op de kust af en gaan op het juiste moment overstag. Dit geeft een fantastisch gevoel. Het is een spectaculaire middag en voor herhaling vatbaar.

Ik ga overstag en dit geeft een allesbehalve fantastisch gevoel. Ik ben niet trots op mezelf en schaam me een beetje omdat ik de energie niet heb om de strijd aan te gaan. Ik zal de verplichte vrije dagen gaan inplannen. Het schijnt dat de werkgever dit de werknemer mag opleggen. Ergens in de arbeidsvoorwaardengids staat dit. Eigenlijk wil ik een tegenvoorstel doen. Ik heb het tot in detail uitgedacht, maar ik durf het niet aan. Misschien volgend jaar.

Dit betekent dat ik moet schipperen met mijn vakanties. Ik moet overwegen om in de zomer iets minder dagen vrij te nemen om in de herfst- of kerstvakantie ook nog een weekje weg te kunnen. Wij houden van vakanties, andere landen bezoeken, actieve dingen doen. Ik heb een goede balans gevonden tussen werk en privé. Iets dat de werkgever zeer belangrijk vindt. Ik heb geen stuwmeer, houd meestal geen verlofdagen over. Vorig jaar moest ik zelfs al dagen opnemen van dit jaar.

Ik zal dit jaar niet tegenstribbelen. De werkgever dwingt mij overstag te gaan. Ik ga liever onder aansturing van mijn zestienjarige zoon overstag op het Paterswoldsemeer. Hij toont natuurlijk leiderschap in de dingen waar hij goed in is.

Het is een paar maanden later en onze zoon gaat op een grote driemaster een half jaar de wereld over. Hij zit in de vierde klas van het gymnasium en zal zijn schoolwerk en het harde werken aan boord combineren. Een zware klus, maar hij zal het kunnen. Hij zal vaak overstag gaan. Ik ben trots op mijn zoon.


Onze zoon is inmiddels achttien, heeft na terugkomst van zijn wereldreis zijn middelbare school afgemaakt en studeert nu Biologie aan de RuG.

maandag 30 november 2015

Balansdagen

Het is vrijdag.
Vandaag is een balansdag. Dat heeft niets met eten te maken. Het is een vakantiedag die ik geacht word op te nemen. En dat terwijl ik door mijn vakantiedagen heen ben. Maar ja, vakantie vindt men belangrijk om te herstellen. Ik moet herstellen van een drukke werkweek. En een drukke werkweek was het zeker. Niet alleen druk in de zin van veel werk te doen, maar ook geestelijke druk. Ook wel eens stress genoemd.
Nu mag ik een dag eerder aan het weekend beginnen. Daar ben ik blij om. Heb ik eindelijk meer tijd om wat klusjes te doen. Eindelijk die lampen ophangen. De schuur opruimen. De tuin winterklaar maken. Tijd besteden aan mijn kinderen als ze uit school komen. Een kopje thee met een koek erbij. Als mijn vrouw thuis komt van haar werk kan ik mooi nu al boodschappen doen. Het liefst voor vier dagen. Dan hoeven we dinsdag pas weer. Tussendoor nog een paar wassen draaien. Moet ik wel eerst de droge was afhalen en opvouwen, anders blijft dat ook weer liggen.
Volgens mij zijn er meer mensen die vandaag een balansdag hebben. Ik kom collega’s tegen. Ze lijken blij dat zij ook op vrijdagmiddag al boodschappen mogen doen. Het is druk bij de Lidl en de Albert Heijn. Op het plein van het winkelcentrum lopen Sint en Pieten rond. Ik moet niet vergeten hooi en voer voor het konijn mee te nemen.
Zaterdagochtend sta ik vroeg op het voetbalveld. Ik mag vandaag grensrechter zijn. Het is een spannende wedstrijd die het team van mijn dochters pas wint na strafschoppen. Ze zijn door voor de beker. Wat een stress! Met een kop koffie en broodje worst bijkomen in de kantine. De boodschappen zijn in huis, dus kunnen we vanmiddag de stad in om sinterklaascadeaus te kopen. Dat hebben meer mensen bedacht. Wat een drukte.
Zondag is een rustige dag. Het enige dat we gepland hebben is een bezoekje aan mijn schoonmoeder. Om vijf uur weer thuis om lekker te koken. Ik sta op het punt de schotel in de oven te schuiven als deze totaal onverwacht de geest geeft. Na de scharnieren van de koelvriescombinatie en een kapotte vaatwasser nu dus de oven. Patatje halen dan maar.
Het is maandag.
Vandaag is een balansdag. Ik moet herstellen. De bedoeling van werken is om te herstellen van drukke weekenden. Klinkt dit belachelijk? Net zo belachelijk als beweren dat vakantiedagen bedoeld zijn om te herstellen van je werk.
Ik heb maar één leven. Een leven waarin ik werk en privé combineer, niet scheid. Als je een balans scheidt, dan werkt hij niet meer. Een balans werkt alleen bij de gratie van de verbinding.

woensdag 19 augustus 2015

dinsdag 24 maart 2015

Goedkeuring


We zitten goed en wel op de koningsblauwe pluche stoelen in de grote zaal van het Academiegebouw, als mijn telefoon trilt. Een whatsapp bericht van onze dochter. Dat kan ik nog net lezen en beantwoorden voordat de introductiedag voor ouders van aankomende studenten aan de RuG begint.

Mogen we een eitje bakken
Ga je gang wel alles opruimen

Onze dochters van bijna twaalf vragen bijna overal goedkeuring voor. We hebben thuis natuurlijk bepaalde regels. Toch proberen we hier flexibel mee om te gaan en we proberen ze eigen initiatief en verantwoordelijkheid bij te brengen.

Het vragen van goedkeuring zal ergens vandaan komen. Zijn we te streng? Durven ze niet zelf beslissen? Weten ze niet zeker of het wel mag? Zijn ze bang dat we boos worden als ze iets ongevraagd doen?

Het vragen van goedkeuring gebeurt vooral als wij niet thuis zijn. Een greep uit de whatsapps die we dan krijgen.

Mogen wij Merlin kijken
Mogen we er nog een kijken
Mag ik pannenkoeken bakken als we niks weten te eten
Mogen we zo’n choco koekje
Oké en mogen J J M en H ook want die komen net binnen gelopen

Op het werk doen we hetzelfde. Goedkeuring vragen. We gaan zelfs een stap verder. Het bewijs van goedkeuring slaan we het liefst ergens op. Om narigheid achteraf te voorkomen. Om bewijs te hebben. De whatsapps van onze kinderen gooien we regelmatig weg.

Een kwartiertje later trilt mijn telefoon opnieuw. We zitten juist een interessant filmpje te kijken over hoe mooi de stad Groningen is. Toch even stiekem lezen.

Mmmmmm lekker ondbijtje

Gelukkig hebben ze meer gedaan dan een simpel eitje bakken. En dat zonder goedkeuring te vragen.

maandag 16 februari 2015

Rare man op de trap

Ik hoor papa lopen op de trap
Naar beneden
Het is één uur

Het licht gaat aan
Een streep onder mijn deur
De wc wordt doorgespoeld
En nog een keer
En nog een keer
De douche gaat aan

Het licht gaat uit
Ik hoor papa lopen op de trap
Naar boven

Ik hoor iemand lopen op de trap
Hij heeft een vreemde stem
Het is twee uur

Ik klop op de muur
Jij komt
Dat is de afspraak

Wij horen iemand lopen op de trap
Naar beneden
Het is een rare man

Het is drie uur
Jij blijft aan mijn kant van de muur
Dat is de afspraak

zondag 8 juni 2014

Big Mother

Ik heb recht
zoals elk kind
op een gat in mijn knie
van het vallen
met de fiets

Recht op
een kletspoot
na schotsjelopen
over de wintersloot
Tand door de lip
Bult op mijn kop

Zoals elk kind
heb ik recht op
even niemand
die mij vindt
Even niets

Ik heb recht
op een eerste zoen
in de brandgang
Vluchtig verlegen
op haar linkerwang

Mam en pap
Laat me gaan
Leer me op mijn
eigen benen te staan

Achtervolg me niet langer
met de volg-app
Het maakt mij onzeker
en jullie steeds banger

Respecteer mijn besluit
De smartphone
gaat uit
Ik heb het recht

Artikel in Trouw van 7 juni 2014; "Big Mother is watching you"

dinsdag 3 juni 2014

The Pap


Jij wint.

Ik keer terug
op mijn schreden.

De lucht trekt dicht.
De wind
dreunt vol
in mijn gezicht.
Verkleumt mijn leden.

Jij wint.

Ik heb mijn
verantwoordelijkheden.


dinsdag 3 september 2013

Sentiment

niet goed snik
en sentimenteel
maak ik
net als
veertig jaar geleden
met rode prik

nu voor
mijn dochters
van drie scheppen suiker
een scheut koffiemelk
en ginger ale
een echte spoetnik

dinsdag 4 december 2012

Over kinderen; 244 Sebastian

Klik op het plaatje om te luisteren naar deze live uitvoering, nr 244 in de Top2000 van 2012.


Dit stuk schreef ik eerder met de titel Ons Filosoofje. Voor mij is dit zo verbonden met het nummer Sebastian van Steve Harley & Cockney Rebel, dat ik het voor deze gelegenheid herhaal. Om dit nummer te kunnen beluisteren heb ik gekozen voor een prachtige, vrij recente, live uitvoering.

“Mama en papa, waarom heet ik Seb?”
“Wij vinden dit een mooie naam. Die hebben we je gegeven toen je werd geboren. Eigenlijk heet je Sebastiaan. En wij vonden Seb een originele afkorting.”
“Wat is origineel?”
“Dat betekent dat er niet veel van zijn.”
“Wat betekent eigenlijk Sebastiaan?”
“Sebastiaan betekent: man van Sebastia. Sebastia is een stad aan de zee. Sebastiaan is dus: man van de zee.”
“Oh. Ik hou ook van de zee. Ik vind Sebastiaan mooier dan Seb. Ik heet Sebastiaan.”
“Oké.”
“En waarom heb ik maar één naam?”
“Sebastiaan zegt genoeg, daar hoeft niet meer bij. En trouwens, je heet nog Koster.”
“Oh.”

En Seb houdt inderdaad van de zee. Toen hij één jaar oud was en wij op vakantie in Bretagne waren, gingen we vaak naar een van de mooie strandjes aan de zuidkust. Hij kon net lopen, maar we moesten hem al tegenhouden om niet zo de zee in te rennen. Zonder op of om te kijken liep hij, na al zijn kleren uitgetrokken te hebben, linea recta richting het water. Zonder enig besef van gevaar. Met slechts één doel voor ogen. Zo snel mogelijk de zee in.

Twee jaar later, Seb was drie jaar, waren we in de zomer op vakantie in Denemarken. Leuk, dachten wij. Rustig land, veel water, een dagje Legoland. Maar Seb voelde zich niet prettig. En op die leeftijd kunnen kinderen nog niet zo goed verwoorden wat er aan de hand is. Wij hadden het idee dat hij last van heimwee had. Door het licht in de tent sliep hij ’s avonds niet vóór half tien. Wij moesten echt naast zijn bedje zitten om hem uiteindelijk rustig in slaap te laten vallen. Om half zes ’s ochtends was hij dan weer klaarwakker. Elke ochtend hetzelfde verhaal. Wij werden er haast moedeloos van.

Op één zo’n ochtend ben ik maar met hem uit de tent gegaan en een eind gaan lopen. Over de camping en dan langs het bos en de velden, die in serene rust de dauw probeerden te verwerken. Fris en stil, alleen fluitende vogels, de sterren nog net aan de hemel. Seb stapte kordaat met zijn korte beentjes over de weg. Hij keek naar boven, alsof hij het universum nu al wilde begrijpen en de zin van het leven doorgronden. Hij sprak toen de binnen ons gezin nog steeds legendarische woorden:

“Ik ben Seb. Seb Sebastiaan Koster. Mens.”

maandag 9 januari 2012

Ellendige avonturen

Onze zoon van 14 kwam onlangs thuis van school met een mooi verhaal. Eén van de docenten had de leerlingen van de derde klas een filmpje laten zien. Wat als computers en games eerder waren uitgevonden dan de boekdrukkunst? Dan hadden ouders van pubers zich druk gemaakt over het aantal uren dat de jeugd zich met een dik boek vol met stoffige grijze letters afzondert in een hoekje van de kamer. Telkens hadden ze moeten aandringen op het spelen van computerspellen in plaats van te gaan zitten lezen. Het gamen is socialer omdat je met en tegen elkaar speelt, contacten hebt over de hele wereld, spelenderwijs meerdere talen leert spreken en interactief je fijne motoriek en je hersenen traint.

Als wij weer eens naar boven schreeuwen dat hij nu eindelijk eens achter de pc vandaan moet komen, omdat hij anders vierkante ogen krijgt, weten we al wat zijn teruggeschreeuwde antwoord zal zijn:
“Wat als het gamen eerder was uitgevonden dan de boekdrukkunst?”

Wij koesteren de traditie om elke avond voor het slapen onze kinderen voor te lezen. Dit hebben we jaren gedaan voor onze zoon en dat doen we nu voor onze dochters. Als het voorlezen een keer niet lukt omdat het te laat is bijvoorbeeld, dan moet je de beteuterde gezichtjes eens zien.

Na halverwege het derde boek van Harry Potter, het kijken van de films heeft het lezen ingehaald en dan zijn de boeken niet meer interessant, lezen we nu over de Baudelaire-wezen en graaf Olaf in één van de boeken van Lemony Snicket.

Bij het avondeten komt het boek ter sprake en discussiëren we over blauw bloed, de adel en de bijbehorende titels. Op mijn vraag of ze weten wat een graaf is, antwoordt Lot:
“Ja, dat weet ik. Dat is iemand die foto’s maakt.”

vrijdag 16 september 2011

Aan de eettafel

Dochter 1: "Mam, wisten jullie wel dat om te voelen of een koe een baby krijgt, ze de hele arm in het poepgat steken? Gatver……"

Mam: "Hallo, mag ik even lekker eten."

Pap: "Nee, niet in het poepgat, maar in het babygaatje."

Mam: "Jongens, kom op. Kan dit een andere keer?"

Dochter 2: "Het is echt zo. We hebben het zelf op het jeugdjournaal gezien."

Mam: "Oké, misschien om te voelen of de koe zwanger is, steken ze de hand in het poepgat, maar de baby komt ergens anders uit. Het babygaatje. Bij mensen is dat ook zo. Vrouwen, jullie dus ook, hebben drie gaatjes. Een babygaatje, een plasgaatje en een poepgaatje."

Dochters: "Dat wisten wij al lang."

Dochter 1: "Mam, hebben jullie wel eens gesekst?"

Pap: "Wat denken jullie? Hoe komen jullie hier anders?"

Dochter 2: "Ja, haha. En is seks lekker?"

Pap en mam: "Haha, ja hoor, dat is heel lekker."

Mam: "Maar weten jullie wel wat seks is?"

Dochter 1: "Ja, dat is als je op elkaar ligt, geen kleren aan hebt en niet getrouwd bent."

Pap: "O, hoe kom je aan die wijsheid?"

Dochter 2: "Dat hebben we op school gehoord."




Schrijfveer “Seksuele voorlichting” 16-09-2011


donderdag 7 april 2011

vrijdag 18 maart 2011

Fietsvakantie

Wij hebben altijd tegen elkaar gezegd:
“Als we kinderen krijgen, dan willen we gewoon blijven doen wat we altijd doen.”
En daar hoort een fietsvakantie ook bij. In de tien jaar dat we samen zonder kinderen waren, gingen we regelmatig op de fiets met vakantie. Twee weken langs de westkust van Ierland, met vrienden met een kind van één jaar door Frankrijk, met z’n tweeën door Noord-Brabant en Duitsland. We hebben het gedaan en het is de leukste manier van vakantie houden.

Nu is onze zoon voor de zomer één jaar geworden en de plannen voor zijn eerste fietsvakantie zijn door ons gemaakt. De fietsen zijn zo goed als nieuw, Koga Miyata hybrides. Een comfortabel en veilig kinderzitje achterop. Voor de bagage hebben we een Bob gehuurd. Dit is een eenwielige aanhanger met een laag zwaartepunt, waarmee je lekker off-the-road kunt rijden zonder problemen. We hebben voor deze gelegenheid zelfs een nieuwe tent gekocht, een tunnel met twee slaapcabines, een vis-à-vis. Lichtgewicht kampeerspullen hebben we nog van onze vorige fietsavonturen. Alles is dik voor mekaar.

De camping in Zeeland is gereserveerd, bij de boer. Dus niet te luxe, zoals het hoort. Voor de eerste nacht onderweg hebben we een trekkershut geboekt, op zo’n negentig kilometer van ons huis. Dat is te doen. Deze twee concessies hebben we gedaan. Het liefst zouden we wegfietsen en wel zien waar de weg ons brengt. Maar met een kind van één, hoewel hij zeer gemakkelijk is, denken we dat dit onverstandig is.

We hebben er zin in. ’s Ochtends vroeg gaan we op weg vanuit de voordeur. De lucht is grijs, de temperatuur valt tegen. Er staat een stevige westenwind. Binnen het uur begint het kind al te dreinen en de eerste regendruppels vallen. De regenpakken gaan aan. Tussen Noord-Brabant en Zeeland moeten we een grote brug over. We fietsen in de regen tegen de wind in, over een smal fietspad langs de snelweg. Leuk is anders. Het kind protesteert. Hij lijkt te vragen:
“Moet ik dit leuk vinden?”

Om zes uur ’s avonds moeten we nog dertig kilometer tot de trekkershut. We besluiten om een hapje te eten ergens bij een Chinees. Het moet wel snel want we moeten verder. Om negen uur bereiken we in de stromende regen onze hut. Moe, maar met een gevoel van trots. Wat is dit toch leuk en avontuurlijk, zo’n fietsvakantie. Morgen is het vast beter weer. En onze zoon heeft het fantastisch gedaan.

De volgende ochtend regent het nog steeds. Het is zelfs de hele nacht niet droog geweest. Gelukkig is het vandaag maar tachtig kilometer naar de camping. We besluiten te vragen of we een dagje kunnen blijven en dat kan. Gelukkig, de boel kan drogen. Het regent de hele dag en de volgende nacht.
’s Morgens kijkt Johanna naar buiten en zegt zomaar:
“Ik weet niet wat jij doet, maar ik ga naar huis!”
Nou ja, zeg. Dat kan toch niet? Dat hadden we niet afgesproken. We moeten dit doen, dat hebben we onszelf toch beloofd? Maar ze is onvermurwbaar. Met lood in de schoenen geef ik toe. Wat een afgang.

De camping wordt afgebeld en we fietsen naar het dichtstbijzijnde treinstation. De Bob blijft achter, die mag niet in de trein. Die halen we later wel op. Aan het einde van de middag zijn we al thuis. Johanna pakt de krant en zegt:
“Zo, even kijken waar het mooi weer is. Ja, Bretagne, daar gaan we heen.”
Die zelfde avond nog wordt de Bob gehaald van het station. De volgende ochtend gooien we alles wat we op de fiets hadden in de auto. Slechts één extra ding gaat mee: een campingbedje voor onze zoon.
In Bretagne hebben we een fantastische vakantie gehad op een echte familiecamping dichtbij zee.
Aaaaarrch.

woensdag 16 maart 2011

Scoutingkamp


Na een kilometer over het zandpad te hebben gereden, zien we aan de kant op een paaltje een van de leiders van de scoutinggroep zitten. We parkeren de auto. Lot en Hanne mogen hun eigen spullen dragen. Een slaapzak en een matje, hun vakantietas en rugzak. Volgestouwd voor drie dagen scoutingkamp. Lievelingsknuffel bij de hand. Twee nachten slapen in een aantal tenten in een kring ergens in de bossen van Drenthe.

Ze hebben er zin in. Het zijn stoere meiden. Het kamperen in het bos lijkt hun geweldig. Lekker kampvuurtje stoken, marsh mellows en worstjes roosteren. Spelletjes doen en misschien zwemmen in een zelf gefabriceerd zwembadje. Een chemisch toilet met een zeil eromheen, vastgemaakt met touwen aan dikke palen, is de wc. Douchen is er niet bij, wassen en tandenpoetsen gebeurt bij plastic wasbakken.

Als zich rond de leider zes kinderen hebben verzameld, dumpen ze de spullen in een grote bolderkar. Om de beurt mogen ze deze door het bos naar de plaats van bestemming trekken en duwen. Het is aangenaam weer. Nu nog wel. Voor het weekeinde wordt zware regen en onweer voorspeld. Lot en Hanne huppelen zoals zo vaak enthousiast voor ons uit. Of wij nu wel of niet meelopen en straks bij de tenten aangekomen, innig afscheid willen nemen? Het interesseert ze geen fluit.

Hanne snuift de frisse bosgeur op en zegt blij:
“Ik ruik avontuur!”

En een groot avontuur was het. Ze hebben geen droge draad meer aan hun lijf of in de tas. Wij zijn blij en opgelucht dat ze weer heelhuids thuis zijn. Kom op zeg, ze zijn nog maar zeven. Mag het?

dinsdag 15 maart 2011

Stukjes of pelei

De zondag, zeker de ochtend, is voor ons een rustdag. En die houden we in ere, zolang we er allemaal nog plezier aan beleven. Traditiegetrouw genieten wij op de zondagochtend van ons superontbijt. Tradities binnen ons gezin zijn nooit beklemmend. Ze geven zekerheid en houvast. Ze hebben ook iets geheimzinnigs. Woorden en uitdrukkingen zijn alleen bij ons bekend. Buitenstaanders snappen er niets van. Dat is een veilig en tegelijk spannend gevoel.

“Stukjes, of pelei?”
“Stukjes.”
“Ook stukjes.”
“Ik pelei.”
“Ook spek?”
“Ja.”
De uitslag voor vandaag: vier stukjes, één pelei en vijf spek.

De basis voor het superontbijt is ei en spek. Ei komt in twee verschillende vormen: scrambled en gekookt. Spek wordt gebakken. Pistoletjes en soms croissantjes uit de oven, beschuiten, ontbijtkoek, crackers. Glaasje jus, wel zonder velletjes, of multifruit er bij. In het seizoen hebben we aardbeien met slagroom, af en toe een mango.

Iedereen kent zijn of haar taak. Daarover is geen discussie. Net als met het inpakken van de vakantieauto en het op de camping opzetten en leefklaarmaken van de tent.

“Lot, zet je een muziekje op?”
“Oké, wat?”
“Doe maar iets rustigs, Iona of Capercaillie.”
“Of de Vliegende Speeldoos?”
“Mag ook.”
“Neem je de flipper even mee naar de tafel?”

Rond half elf is de eettafel van tweemeterzestig veranderd in een slagveld. De vloer eronder bezaaid met stukjes en pelletjes.

“Han, wat heb jij goed gegeten, zeg. Meer dan Lot.”
“Ja, maar we hebben vanmorgen van maag geruild.”
“Kopje koffie?”
“Heerlijk.”
“Met koffiemelk of gestampte melk?”

donderdag 10 maart 2011

Bananedoosdictatuur


Ik weet niet zeker of het woord officieel bestaat: bananedoos.
Maar ik heb het nu al twee keer getypt, dus mag ik aannemen dat het bestaat.

Mijn kinderen hebben tegenwoordig een bananedoos. Ken je dat?
Dat is een hardplastic doos waarin ze een banaan mee naar school kunnen nemen. Het ene kind heeft een gele, de andere een rode. In het begin had ik wat moeite met de rode bananedoos, het had iets onnatuurlijks. Voor mijn gemoedsrust had de fabrikant beter alle dozen geel kunnen maken. Waarom er ook rode en misschien wel groene of blauwe dozen bestaan, weet ik niet. Een rode tomatedoos kan ik nog plaatsen, of een groene courgettedoos. Niet dat mijn kinderen ooit een courgette mee naar school zouden nemen, trouwens.

Een bananedoos is niet gewoon vierkant of rond met een deksel. Nee, hij is voorgevormd, met een lichte ronding en een smaller uiteinde voor het steeltje.
In een vierkante doos, die je dan fruitdoos noemt, zou je ook een appel, een trosje druiven of een paar tomaatjes mee kunnen nemen. In een bananedoos mag alleen een banaan en dan ook nog op één manier, zodat het steeltje er ook nog goed in past. Is het steeltje onverhoopt te lang of te dik, dan kun je er een stukje afsnijden.

Mijn spelling van het Nederlands dateert nog van voor 1995, toen het groene boekje in een geheel herziene editie werd uitgegeven. Daarom schrijf ik bananedoos en niet bananendoos. In erwtensoep zitten meerdere erwten, in kippesoep over het algemeen maar één kip. Vandaar bananedoos, bestemd voor slechts één banaan.

Nu wil ik een klacht indienen bij TROS Radar. Zonder enig druk-, snij- en prakwerk krijg ik namelijk nooit om zeven uur ’s ochtends een banaan in de doos. Niet in de gele en zeker niet in de rode.
Zouden alle bananentelers alstublieft de vorm van de bananen willen aanpassen aan onze bananedozen? Dank u!

maandag 7 maart 2011

Hooggeëerd publiek

Wat een feest!
Drie vrijkaarten en twee reductiebonnen voor een alom bekend en gerenommeerd circus. Bij hoge uitzondering opgebouwd bij een klein dorp in de provincie. Een buitenkansje dat we niet voorbij kunnen laten gaan. We nemen het risico om niet te reserveren, erop vertrouwend dat niet de gehele provinciehoofdstad uitloopt om juist op deze dag het circus te bezoeken. Dan maar op tijd vertrekken, zodat we ruim een half uur van te voren aanwezig zijn.

We hebben plaatsen op de eerste rij banken, net achter de loge, bestaande uit plastic stapelstoelen. De welbekende muffige geur van platgetrapt gras overheerst. We zitten in een verwarmde tent, maar toch is het koud.

Het licht dimt en de muziek komt jammerend op gang. Waarschijnlijk heeft de cd-speler het ook koud. We worden getrakteerd op een wervelende show. Het begint met echte tijgers en een dompteur. Na de paarden in diverse kleuren en maten komen de olifanten langs. Clowns ontbreken natuurlijk niet. Het meisje van de kassa hangt in de trapeze en daarna loopt ze te balanceren op het koord.

In de pauze kunnen de kinderen voor 3 euro op een pony of paard een rondje om de tent lopen. Suikerspinnen kosten 2,50 en lichtgevende zwaaidingen 5 euro. We begrijpen dat ze toch ergens het geld vandaan moeten halen. Het meisje van de kassa, de trapeze en het evenwichtskoord verkoopt ijsjes.

Als iedereen zijn of haar plaats weer heeft ingenomen, kunnen we nog drie kwartier genieten. Het meisje, weer snel in een andere outfit gestoken, komt ons nog verblijden met acrobatiek.

Na afloop huppelt onze Hanne, die zelf op het kindercircus zit, blij en verwonderd over zoveel moois en knaps naar de auto en merkt op:
“Mama, al die meisjes leken wel heel veel op elkaar, hè?”

donderdag 3 maart 2011

Kaaschippies en nobubbels

Wat is het toch heerlijk dat kinderen van zes zo voorspelbaar zijn en behoefte aan regelmaat hebben. Sinds een aantal weken speelt zich op zaterdagavond een vast ritueel af. Dit begint zich al dagen van te voren af te tekenen.
“Pap, mogen we zaterdag weer laat opblijven?” vraagt Hanne.
“Ja hoor.”
Hanne: “Met kaaschippies?”
Lot: “En nobubbels?”
“Natuurlijk.”

De zaterdagen zijn bij ons gevuld met veel heen en weer rijden met de auto en op de fiets. Dit begint al ’s ochtends vroeg. Om half acht opstaan, omdat Lot om half negen op het voetbalveld moet staan.
Zo rond elf uur zijn we dan weer thuis. Vóór twaalf uur worden enkele bolletjes met knakworst, met mayo, ketchup en/of curry naar binnen gewerkt. Bekertje melk erbij. Seb moet immers om half één op scouting zijn. Ik ben dan om één uur weer thuis. Om kwart voor twee stappen we op de fiets om de meiden naar hun scouting te brengen. Meestal fietsen wij, kinderloos, nog even gezellig naar de stad. Even winkelen, naar de bieb of een ander noodzakelijk ding doen, tot slot een biertje of koffie bij de Ugly Duck. Veel tijd hebben we niet, want om vier uur moeten we terug bij de scouting zijn. Onze zoon wordt daarna nog met de auto gehaald om vijf uur. Half zes thuis, even uitblazen en dan meestal pannenkoeken bakken. Bij hoge uitzondering eten we iets anders.

Lot en Hanne zijn dan al ongeduldig. De televisie gaat aan. De meiden op de bank, pa er tussenin. Johanna en Seb ieder in een stoel.

“Wanneer krijgen we nou kaaschippies?”
“En nobubbels?”
“Om half acht.”

Het grote feest gaat beginnen: mijn vader is de beste! Vier vaders met elk een kind strijden om de titel wie de beste, de sterkste en de slimste vader van Nederland is. De vaders moeten alle onderdelen van het spel doen en dit vergt van hun het uiterste. De kinderen staan er maar een beetje bij aan te moedigen. Drie teams zullen afvallen. Aan het einde blijft er één vaderkindstel over, dat de grote finale gaat spelen: vader moet met een honkbalknuppel een door een pvc-pijp naar beneden rollende meloen tot moes meppen. Dat valt niet mee. Soms lukt het, net zo vaak niet. Lukt het, dan heeft het kind de droomprijs gewonnen. De jongens kiezen vaak een spelcomputer, de meisjes een fotoshoot.

Het mooiste van dit uurtje televisie is, dat het wordt gepresenteerd door onze Yolanthe. Dus tegen acht uur zijn de kinderen blij en papa ook.