Over mij
- Papagoose
- Groningen, Netherlands
- Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.
maandag 12 december 2011
1016 Hair
De drie grote rockopera’s/musicals van eind jaren zestig leerde ik pas een aantal jaren later kennen.
Jesus Christ Superstar was een grote hit, maar in onze protestantse kringen nogal omstreden. Geloofsgenoten kwamen in hun opvattingen tegenover elkaar te staan. Mijn moeder kocht de originele Broadway versie op dubbel lp. Ian Gillan van Deep Purple zingt de partij van Jezus. Het nummer Gethsemane kan me nu nog ontroeren. Het zou niet misstaan in de Top2000. Gillan heeft nooit op de planken gestaan in deze rol. Als gezin hebben we de film gezien toen deze in Nederland uitkwam, met Ted Neeley als Jezus. De teksten kende ik uit mijn hoofd en regelmatig speelden wij scènes in de huiskamer na. Pilate’s Dream was mijn favoriet. Later kocht ik de filmversie op lp.
De twee andere grote rockopera’s uit die tijd zijn Tommy van The Who en Hair. Tommy hebben wij eind jaren negentig live gezien in Londen, met Kim Wilde. Verder weet ik er niet meer zoveel van.
Hair paste uitstekend in de flowerpower periode van de jaren zestig en zeventig. Ik had net zo goed het nummer Aquarius/Let The Sunshine In kunnen kiezen, maar één regel uit Hair verbindt deze plaat met Jesus Christ Superstar:
‘My hair like Jesus wore it. Hallelujah, I adore it.’
De drie dubbelalbums heb ik uiteraard nog en zitten in mijn inmiddels beroemde kist.
vrijdag 9 december 2011
330 Dust In The Wind
Ik heb een live uitvoering van Dust In The Wind van Kansas op de dubbel lp ‘Two For The Show’. Het nummer is uitgebracht in 1978. Ik hoorde van Kansas via een jongen met wie ik vakkenvulde in de supermarkt. Dat vakkenvullen had voor mij twee grote voordelen. Ik verdiende een aardig centje bij om muziek te kunnen kopen en het was een welkome afwisseling van het schoolwerk.
Op de dinsdag- en de vrijdagavond vanaf zes uur totdat het werk klaar was. Hard werken werd afgesloten met een beugel Grolsch. De gehele avond schalde onze favoriete muziek, die we zelf op cassette mochten meenemen, keihard door de winkel en was van een ander kaliber dan de Richard Clayderman en James Last die overdag te horen waren. Twee jongens hielden nogal van stevige rock, Kansas bijvoorbeeld. Ik moet eerlijk toegeven dat het mooie, rustige Dust In The Wind mij meer deed dan alle andere nummers bij elkaar.
De herinnering brengt me terug naar begin 1979. Inderdaad, dé strenge winter van 1979. Vele dorpen in het noorden van de provincie Groningen waren dagen afgesloten van de buitenwereld. Ik overdrijf niet als ik zeg dat de sneeuw overal tussen de een en twee meter hoog lag. We konden niet naar school. Werken in de supermarkt kon wel, want die was bij ons om de hoek. Maar er was niet veel te doen. De aanvoer van goederen stagneerde. De voorraden waren danig geslonken. Mensen hadden al dagen gehamsterd, goed voorbereid op het einde der tijden leek het wel. Wat ik komisch vond was dat de kratten bier het eerst op waren.
In deze barre dagen kwam bij iedereen in de wijk het wij-gevoel naar boven. We hielpen elkaar. Politiemensen die op de gevaarlijkste kruispunten het weinige verkeer regelden, werden door omwonenden voorzien van koffie en snert. We werden ons bewust van onze nietigheid in het grote omniversum. We zijn uiteindelijk slechts Dust In The Wind.
woensdag 7 december 2011
531 Love Hurts
Zeker als je tiener bent. Nee, juist als je tiener bent. Kalverliefde bestaat niet, in ieder geval niet in de betekenis die volwassenen geneigd zijn te geven. Open deuren en dooddoeners als ‘je bent nog jong’, ‘geen hand vol, maar een land vol’ verzachten heus de kramp in je maag niet.
In mijn tienerjaren ben ik twee, drie keer echt verliefd geweest en dat was voor mij heel serieus. Op school en op de soos was het verkering willen, krijgen en weer verliezen een heftig onderwerp en ook een spel. We hadden veel lol, maar ook verdriet.
Dit nummer van Nazareth sneed door ons binnenste. Toch werd het veel gedraaid. De gevoelens van pijn en plezier werden gekoesterd. Ze hebben ons gevormd tot wie we nu zijn.
dinsdag 6 december 2011
45 Nights In White Satin
De ultieme schuifelplaat van The Moody Blues.
Groningen, eind jaren zeventig. De jeugdsociëteiten van de protestantse kerken in de stad bloeiden. Zo had je De Lichtbak van de Goede-Herderkerk, De Barkas van de Oosterkerk en aan het Damsterdiep De Stormlantaarn voor de nieuwe buitenwijk Lewenborg, een grote betonnen wijk waar veel kinderen en pubers kwamen wonen. Je ontmoette elkaar als buren, als klasgenoten of achterin de kerk in het wijkcentrum Het Dok.
In navolging van de sociëteiten in de stad werd onze eigen soos gestart in, ik denk, 1976. In een mooi oud gebouwtje ergens achter een aantal woonhuizen, hadden we een echte dansvloer met verlichting, een zitgedeelte en een bar met keukentje.
Wat muziek betreft leefden we in de gouden eeuw. Bee Gees, Pointer Sisters, soul, voorlopers van de echte disco, Earth, Wind & Fire, Tavares. Te veel om allemaal op te noemen. En niet te vergeten de echte jarenzeventig muziek. Supertramp, Pink Floyd, The Animals, Procol Harum. Allen terecht vertegenwoordigd in de top2000.
De disco-avond begon met dansmuziek. Meisjes dansten vaak met elkaar, jongens deden dat natuurlijk niet. Alleen de jongens die echt goed konden dansen, durfden zich tussen de meisjes op de dansvloer te begeven. De rest zat op de barkrukken langs de bar te keuren en af te tasten. Viel er wat te halen die avond?
Aan het einde van de avond, als de lucht bol stond van de rook en de zweterige hormonen, die na een aantal biertjes iets gemakkelijker werden vrijgelaten, werden de lichten gedimd. Tijd voor het schuifelhalfuurtje. Nights In White Satin was daarin de absolute topper.
zondag 4 december 2011
20 Old And Wise
Rummikub. Daar denk ik aan als ik dit nummer hoor. En niet alleen dit nummer, maar het gehele album Eye In The Sky van The Alan Parsons Project.
In dezelfde jaren dat ik de lp’s van Pink Floyd en Supertramp aanschafte, kocht ik ook alle platen van deze band. Voor mij een mysterieuze groep van voornamelijk studiomuzikanten, die je toen bijna nooit live kon horen optreden. Alan Parsons was producer geweest van Dark Side Of The Moon van Pink Floyd.
Arnhem, eind jaren tachtig. Net getrouwd en onze eerste eigen woning gekocht. Een bovenwoning in een van de oude wijken dichtbij park Sonsbeek. Johanna studeerde aan de Hoge School voor de Kunsten in Arnhem en ik werkte bij KPN Telecom in Utrecht. De aanschaf van de woning en vooral de hoogte van de benodigde hypotheek hadden ons slapeloze nachten gekost. Moesten we dit wel doen? Het was een bouwval, het huis zelf kostte ons ruim 40.000 gulden en de verbouwing zou zeker 20.000 kosten. We hebben het gedaan en achteraf hebben we nooit spijt gehad.
Johanna had al twee jaar op kamers gewoond, dus spulletjes hadden we wel. Een oude bank van mijn schoonouders, twee ongelijke matrassen op de grond in het achterkamertje. De zolderverdieping zou later tot twee slaapkamers en een badkamer worden omgetoverd. Een oud zwart-wit tv-tje van mijn zus. Mijn oude stereo-installatie natuurlijk en de kist met lp’s.
Wassen en tandenpoetsen deden we in het oude keukentje. Douchen moest in het omgebouwde kolenhok op het balkon, waar in de winter de paddenstoelen door de tegelvloer kwamen.
Avonden lang hebben we op de grond liggen rummikubben. Altijd begeleid door de muziek van Alan Parsons. We hebben hier allebei dierbare herinneringen aan. Af en toe zet ik de plaat nu nog wel eens op.
“Wat is dit voor muziek?” Vraagt een van de kinderen.
“Rummikubmuziek,” is het antwoord.
vrijdag 2 december 2011
7 Wish You Were Here
Ik was zestien en ik had genoeg geld gespaard met het werken in de supermarkt, zodat ik mijn eigen pick-up kon kopen. Dit was een alles-in-een pick-up met versterker. Nog geen radio en cassettedeck. Een paar eenvoudige boxen er bij. Ik was zo trots.
Op school was ik door een aantal vrienden al bekend gemaakt met popmuziek. De eerste lp die ik aanschafte, bij Elpee in de Steentilstraat, was Hotel California van The Eagles. Ik denk dat ik een jaar later twintig lp’s had, allemaal zelf betaald of gekregen op verjaardag en sinterklaas.
Het was mijn lust en mijn leven om op mijn kamer lp’s te draaien. Niet zomaar opzetten en dan een hele kant luisteren. Nee, mijn lievelingsplaten had ik om mij heen op de vloer uitgestald. Ik draaide dan van elke plaat één of twee nummers. Een DJ in de dop, niet dat dat ooit iets geworden is.
Ik was heel zuinig op mijn platen. Ik kocht zelfs nieuwe, beschermende binnenhoezen. Met een dymotang kneep ik strookjes met mijn naam, adres en telefoonnummer, die ik achterop de hoes plakte. En om de passie voor de lp’s compleet te maken, hield ik een kaartensysteem bij in een bruine doos. Elk nummer van elke plaat op een kaartje. Achterop hield ik door turven bij hoe vaak ik een nummer draaide.
Het kaartensysteem, dat ik jammer genoeg niet meer heb, bewees dat Wish You Were Here van Pink Floyd mijn favoriete nummer was. De gelijknamige lp was ook mijn eerste Pink Floyd plaat. Daarna volgden heel snel de anderen: Dark Side Of The Moon, Meddle, Animals, Atom Heart Mother, Ummagumma en als laatste The Wall. Mijn Wish You Were Here lp heb ik een keer uitgeleend aan een vriend. Ik kreeg hem terug met een dikke kras, precies op het titelnummer. Ik was ontroostbaar. Verhaal halen deed ik niet. Ik heb de lp gewoon opnieuw aangeschaft. Weer twintig gulden.
Een aantal jaren geleden heb ik opnieuw een draaitafel gekocht, zoals dat nu heet. Met USB-aansluiting. Mijn kist met lp’s heb ik altijd bewaard en is vijf keer meeverhuisd. De binnenhoezen zitten nog om de platen, de adresstrookjes nog achterop. Tot mijn grote verdriet kwam ik er achter dat al mijn Pink Floyd lp’s waren verdwenen. Een groot mysterie.
Wish You Were Here draai ik nog regelmatig, nu van cd. Thuis of keihard in de auto. De prachtige tekst, de eenvoud van het gitaarspel. Het nummer is precies kort genoeg om het iedere keer weer opnieuw te willen luisteren. Ik krijg er nog steeds een brok van in mijn keel.
donderdag 1 december 2011
Blindedarm
Ik denk dat ik droom. Het is geen nare droom, maar wel een beetje een rare. Ik lig in een groot bed. Ik kijk wat om me heen. Ik zie van alles, maar het dringt niet echt door. Mijn oren suizen. Ik hoor geluiden, maar deze lijken van ver te komen. Licht, wit licht, doet me zeer aan de ogen. Ik blijf maar gewoon lekker liggen en verder dromen.
Dan hoor ik een bekende stem: “Volgens mij komt hij bij.”
Is het dus toch geen droom. Ik probeer me een beetje om te draaien, maar een steek in mijn buik doet mij weer terugvallen op mijn rug. Dat doet pijn.
“Is alles goed gegaan?” Vraagt de bekende stem.
“Jazeker, geen complicaties.”
Die stem komt van de andere kant van het bed. Daar staat een meneer met een witte jas aan en een raar apparaat om zijn nek.
Van Mommy en Daddy krijg ik een cadeautje. Het is een doosje met cowboytjes en indianen. Leuk. Maar nu ben ik moe. Het liefst wil ik slapen, maar ik moet opeens nodig naar de wc. Uit bed stappen lukt wel met een beetje hulp. Ik krijg een badjas over mijn pyjama aan en iemand ondersteunt me met een hand in mijn nek. Ik loop nog wel wiebelig, maar het gaat.
In de wc ben ik plotseling alleen. Nou ja, dat geeft niet. Ik ben al drie en kan heus wel alleen plassen. Staande plassen gaat me normaal best goed af, maar nu ben ik nog te duf. Voor de zekerheid ga ik toch maar zitten. En dat is maar goed ook, want ik moet poepen. Als ik klaar ben en Mommy wil roepen, merk ik dat ik per ongeluk in mijn badjas heb gepoept. Deze heb ik vergeten omhoog te doen. Mijn pyjamabroek heb ik keurig naar beneden getrokken. Het zweet breekt me uit. Ik vind dit heel erg en schaam me rot. Gelukkig is Mommy snel bij me en trekt de badjas uit.
Terug in mijn bed, denk ik dat ik deze gebeurtenis wel nooit zal vergeten. Ik vraag me af wat Mommy met de vieze badjas heeft gedaan. Ze zal hem toch niet aan die meneer met de witte jas hebben gegeven? Hopelijk heeft ze hem ergens stiekem in gestopt. Ik moet maar proberen er niet meer aan te denken.
Dan hoor ik een bekende stem: “Volgens mij komt hij bij.”
Is het dus toch geen droom. Ik probeer me een beetje om te draaien, maar een steek in mijn buik doet mij weer terugvallen op mijn rug. Dat doet pijn.
“Is alles goed gegaan?” Vraagt de bekende stem.
“Jazeker, geen complicaties.”
Die stem komt van de andere kant van het bed. Daar staat een meneer met een witte jas aan en een raar apparaat om zijn nek.
Van Mommy en Daddy krijg ik een cadeautje. Het is een doosje met cowboytjes en indianen. Leuk. Maar nu ben ik moe. Het liefst wil ik slapen, maar ik moet opeens nodig naar de wc. Uit bed stappen lukt wel met een beetje hulp. Ik krijg een badjas over mijn pyjama aan en iemand ondersteunt me met een hand in mijn nek. Ik loop nog wel wiebelig, maar het gaat.
In de wc ben ik plotseling alleen. Nou ja, dat geeft niet. Ik ben al drie en kan heus wel alleen plassen. Staande plassen gaat me normaal best goed af, maar nu ben ik nog te duf. Voor de zekerheid ga ik toch maar zitten. En dat is maar goed ook, want ik moet poepen. Als ik klaar ben en Mommy wil roepen, merk ik dat ik per ongeluk in mijn badjas heb gepoept. Deze heb ik vergeten omhoog te doen. Mijn pyjamabroek heb ik keurig naar beneden getrokken. Het zweet breekt me uit. Ik vind dit heel erg en schaam me rot. Gelukkig is Mommy snel bij me en trekt de badjas uit.
Terug in mijn bed, denk ik dat ik deze gebeurtenis wel nooit zal vergeten. Ik vraag me af wat Mommy met de vieze badjas heeft gedaan. Ze zal hem toch niet aan die meneer met de witte jas hebben gegeven? Hopelijk heeft ze hem ergens stiekem in gestopt. Ik moet maar proberen er niet meer aan te denken.
Abonneren op:
Posts (Atom)





