Over mij
- Papagoose
- Groningen, Netherlands
- Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.
donderdag 16 februari 2023
donderdag 10 februari 2022
vrijdag 24 december 2021
Recht
We denken recht te hebben op niet ziek worden
Recht te hebben op 120 jaar worden
Op werkende medicijnen
Op vaccins
Recht te hebben op een eigen mening
Recht van spreken
We denken recht te hebben op welvaart
Een gemakkelijk en aangenaam leven
Recht te hebben op een wintersportvakantie
Op fijne Kerstdagen
We denken recht te hebben op aandacht
Ik heb recht
Vanaf mijn geboorte
Op mijn manier van omgaan met ziekte
Ik heb recht op een waardig einde
Recht op waardig sterven
Daar heb ik recht op
Omdat ik geboren ben
vrijdag 18 september 2020
maandag 4 mei 2020
Doodgewoon
Maandag 20 april 2020.
Het is een gewone dag.
Een doodgewone dag.
Vanochtend ben ik gewoon weer in de sneltrein gestapt.
Achter de laptop.
De planning in mijn digitale agenda bij de hand.
Headset op.
Smartphone rechts naast me, op trilstand.
Schrijfblok en pen, een beetje ouderwets, aan de
linkerkant.
Een gewone, doordeweekse werkdag.
De trein dendert door.
Kedengt over het spoor.
Het ritme monotoon.
Doodgewoon.
De trein is voller dan gisteren.
Overvol.
Ik stoor me er niet aan.
Gewone geluiden verstommen door mijn koptelefoon.
Elke zitplaats is bezet.
In de gangpaden stapelt het werk zich op.
Ik moet verdergaan.
De drang naar een voltooide dag doet de ramen beslaan.
Ik ben van de buitenwereld afgesloten.
Gewoon net als gisteren.
En morgen.
Onwerkelijk snerpende herrie.
Werpt mij voorover in mijn stoel.
Het is niet een geluid dat ik hoor, het is een gevoel.
IJzer op staal, door merg en been.
Binnen luttele seconden staat mijn leven stil.
Ik droom gewoon of beleef een film.
Nachtmerrie.
Het zwarte beeldscherm staart me aan.
Paniek en chaos in mijn brein.
Ik moet naar het doel van mijn bestaan.
In de dagelijks denderende trein.
Ik dwing mezelf uit te stappen.
De leegte in.
Zwerf doelloos op het perron.
Is dit dan het eindstation?
Heeft het leven nog wel zin?
Op een bankje snuif ik de ruimte.
Een pimpelmeesje kijkt, kopje scheef.
Geen vuiltje aan de lucht, geen spoor.
Enkel rust en stilte in mijn brein.
Ik wacht geduldig af en leef.
Ik neem later gewoon de stoptrein.
Het was een gewone dag.
Een doodgewone maandag.
© John Koster, Groningen, 2020. Inzending Groninger Archieven.
donderdag 14 maart 2019
De Zwarte Panters
Goedbedoelde
adviezen op het werk
Vijf jongens van een jaar of elf rennen door de brede brandgang achter de Gratamastraat. Linksaf de scherpe bocht om, dan rechts de volgende gang door. Rijen schuurtjes van witte en bruinrode baksteen met afgebladderde deuren aan weerskanten. Op de vlucht of onderweg naar een nieuwe opdracht? In de verte blaft een hond. Ze praten niet, weten precies wat van ze verwacht wordt. Dit is hun territorium, hun Camelot.
Ze stoppen bij een van de
schuurtjes. De grootste van de vijf jongens gaat met zijn rug tegen de muur
staan, zakt iets door de knieën en houdt zijn handen met ineengevouwen vingers
voor zijn onderbuik. Hij geeft de overige vier jongens een pootje, draait zich
om, springt en trekt zich met een krachtige beweging op het dak van het
schuurtje. Ze rennen over de daken verder, springen zonder enige aarzeling over
een nauwe brandgang, laten zich zakken en verlaten het doolhof aan de Korrewegzijde.
Ze grijpen hun fietsen
die ze een uur geleden in de heg langs een voortuintje hadden gesmeten. Ze
fietsen richting de Korrewegbrug, langs de kerk boven de Hamburgervijver. Aan
de overkant, in de Star Numanstraat, zien ze hun school. Voor de brug slaan ze
linksaf.
Voorovergebogen over hun
stuur, staande op de pedalen, raggen ze over het smalle fietspad. Losgetrapte
asfaltsteentjes spatten alle kanten op. Soms bonken ze door een gat, dan weer
springen ze soepel over een boomwortel. Door de dichte struiken en de
eeuwenoude bomen is het donker, maar dit deert de jongens niet. Ze kennen de
weg. Waarom die haast? Zijn ze op de vlucht of zijn ze onderweg naar een nieuwe
opdracht?
Rechts voor hen uit, in
het Van Starkenborghkanaal dat evenwijdig loopt aan het fietspad, vaart een
zwaarbeladen binnenschip. De boeggolven klotsen over de gangpaden. Dit is hun
geluk. Net op tijd halen de jongens het schip in. Hijgend van de inspanning
zetten ze hun fietsen tegen een dikke boom. De grootste van de vijf springt
over de smalle sloot, die de Eeuwige Jachtvelden afschermt van het fietspad. De
anderen volgen. Een jongen zakt tot zijn enkels in de zwarte, stinkende modder.
Het deert hem niet. Ze moeten verder.
Tijgerend over het
terrein sluipen ze van de ene honderd jaar oude steen naar de volgende. Ze
verschuilen zich voor een onzichtbare vijand. Een enkele steen staat scheef weggezakt
in het hoge gras. De letters zijn onleesbaar geworden. Groen mos op het
graniet. Er is geen leven, het enige dat ze horen is een hamerende specht ergens
hoog in een boom.
Ze wachten op de volgende
trein. Die moet eerst gepasseerd zijn, voordat ze binnen in de dikke betonnen
pijlers als in een schoorsteen naar boven kunnen klimmen. Een kwartier later
schuifelen ze over de stalen constructie naar het midden van de spoorbrug. Ze
wachten op elkaar, willen samen deze laatste opdracht doen. Hun tenen steken
over de rand. De grootste jongen geeft een teken. Met opgeheven armen storten
ze zich in de diepte. Hoestend en proestend komen ze boven. Ze zwemmen naar de
kant.
Zij zijn de Zwarte
Panters.
Voorovergebogen over zijn
stuur zwoegt hij in de vierde versnelling tegen de wind en regen in. Vandaag is
de Peizerweg langer dan anders. Hij ontwijkt de gaten en de boomwortels in het
fietspad. Hij fietst dwars door de grote plassen. Alleen zijn voeten worden
nat. Hij heeft maatregelen getroffen. Een oude man haalt hem gemakkelijk in. Vroeger
zou hij dat niet gepikt hebben, maar tegen de e-bikes kan hij niet op.
Op de drie onderste
treden van de trap staat please, watch,
your step. In zijn linkerhand draagt hij zijn laptoptas, in zijn
rechterhand zijn toegangspasje. Hij heeft zijn regenjas halfopen geritst. Het regenwater
loopt in straaltjes van zijn kleding. Bovenaan de trap heeft hij 1,8 calorieën
verbrand. Hij glimlacht. Hij weet wel beter. Bij de reling langs de galerij staat
hij even stil. Hij kijkt om zich heen en dan naar beneden. Onopvallend steekt
hij zijn tenen over de rand. Hij sluit zijn ogen, in gedachten heft hij beide
armen op en stort zich in de diepte.
Hij blijft een Zwarte Panter.
vrijdag 15 februari 2019
Zeester
Het zand kriebelt tussen
mijn nappen. De zon schijnt lekker fel op mijn huid. Af en toe komt er verkoeling
door de wind en de schuimende uitlopers van de rollende golven. Een aangename
verandering. Ik voel een transformatie in mijn lijf. Te lang heb ik afgewacht.
Te lang heb ik elke dag hetzelfde gedaan. Nu is het tijd, het juiste moment. Ik
ben niet de enige. Om mij heen liggen tientallen familieleden en vrienden.
Samen staan we sterk en kunnen we de verandering, deze stap in de evolutie van
onze soort, gestalte geven.
‘Op een dag liep een
filosoof over het strand toen hij een figuur zag die in de verte leek te
dansen. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat het een jongeman was die iets
opraapte en voorzichtig in de zee gooide. Hij liep naar de man toe en vroeg:
"Wat ben je aan het doen?" De jongeman zei: "Ik gooi zeesterren
terug in de zee. De zon schijnt al en het wordt eb. Als ik ze niet teruggooi,
gaan ze dood."
"Maar jongeman,"
zei de filosoof, "besef je wel dat er kilometers en kilometers strand is
vol met zeesterren? Dus die paar die jij teruggooit maken echt geen
verschil!"
Nadat hij beleefd had
geluisterd, raapte de jongeman er nog een op en gooide de zeester in de
branding. Hij glimlachte naar de filosoof en zei: "Voor deze heb ik een
verschil gemaakt".’
Naar: “The Star Thrower”
van Loren Eiseley
Hé, wat gebeurt er? Ik
hoor angstige kreten van soortgenoten om mij heen. Paniek maakt zich van ons
meester. Plotseling verdwijnt het zand onder mijn armen en zweef ik hoog in de
lucht. Na een paar tellen raak ik hard het wateroppervlak. Mijn gevoelige
nappen doen pijn. Ik zak naar de bodem en blijf verward liggen. Ik ben terug in
zee.
***
Het verhaal van de
zeester van Loren Eiseley kom ik de laatste tijd regelmatig tegen op het
internet. Het wordt als voorbeeld gebruikt om aan te tonen dat het mogelijk is
om als individu het verschil te maken. Het zette mij aan het denken. In eerste
instantie dacht ik: Ja, die jongeman maakt inderdaad het verschil door een paar
zeesterren terug in zee te gooien.
Maar wat nu als ik die ene
zeester ben die zojuist heeft besloten een verandering te willen doormaken, mijn
droom te willen leven? En dat ik daarvoor de zee wil verlaten en op het strand
wil liggen? De jongeman in het verhaal heeft mij niet gevraagd waarom ik op het
strand lig. Hij gaat ervan uit dat ik graag terug in zee wil. Hij denkt een
goede daad te verrichten, maar hij bereikt het tegenovergestelde.
Ik moet opnieuw
beginnen.
***
Ik bevat nauwelijks wat
me is overkomen. Ik voel me teruggeworpen, niet begrepen. Voorzichtig betast ik
mijn lichaam. Alles zit er nog aan. Ik wil me niet laten ontmoedigen. Ik heb A
gezegd en nu is het tijd om B te zeggen. Ik maak me los van de bodem. De
stroming voert mij geleidelijk terug naar het strand.
Twee golven vooruit, één
achteruit en weer twee vooruit.
Eén achteruit, twee vooruit.
donderdag 7 februari 2019
Linkse gekkie
Ik ben een linkse gekkie.
Tenminste, als ik alle felle reacties op de social media moet geloven. Wij zijn
van de pot gerukt. Ik indoctrineer en hersenspoel mijn kinderen, samen met de
docenten van hun school. Ik span mijn kinderen voor mijn karretje. Zelf weten ze
niet waar ze mee bezig zijn. De klimaatstaking is een complot van de linkse
gekkies.
Ik moet mijn kinderen beter
opvoeden. Ze mogen niet met het vliegtuig op vakantie, maar met de fiets naar Drenthe.
Ze moeten hun mobieltjes en i-pads een maandje inleveren. Ze mogen maximaal twee
minuten douchen per dag en dan niet drie handdoeken gebruiken. Ze moeten ook
veel minder vlees eten, het liefst helemaal geen vlees. Ze moeten veganist
worden. En als ze willen spijbelen of staken, dan moeten ze dat maar op
zaterdag doen, op hun vrije dag. De kinderen moeten de uren inhalen en de
ouders moeten gestraft worden. Als mijn kinderen gaan staken, dan zullen ze dat
later wel in hun eigen portemonnee gaan voelen.
Mijn kinderen reizen naar
Den Haag met de trein. Ze vertrekken uit Groningen om 09:18 uur en komen om
11:50 uur aan. Ze reizen op twee groepskaarten en die zijn pas na 9 uur geldig.
Ze betalen de kaartjes zelf. Ze hebben een donatie gekregen van een
enthousiaste tante. Enthousiast over hun initiatief, niet per se over het
spijbelen zelf. Ze hebben met elkaar twee spandoeken gemaakt met pakkende
teksten, die ze van het internet hebben gehaald. Ze zijn hun mening aan het
vormen. Ze vragen ons. Ze overleggen met elkaar. Ze nemen actie. Gelukkig zijn
hun breinen pas op hun 25e volgroeid.
Ik spijbelde vroeger ook,
van Godsdienst. Ik was een jaar of 17. Magister bestond niet. We fraudeerden
met het klassenboek. Valsheid in geschrifte. We kwamen ermee weg en de docent
liet het erbij zitten. We gingen naar het dichtstbijzijnd café om te biljarten.
Daarna frikandellen speciaal eten in de cafetaria op de hoek. We dachten geen
moment aan het klimaat.
Ik ben trots op mijn kinderen.
Ik ben trots op mijn kinderen.
woensdag 14 november 2018
Toboggan
De eerste keer
Neemt hij ons mee
Door de metershoge
Verse sneeuw
Op een toboggan
Glijden wij van de steile
Helling naar beneden
Zoals de Innu en Cree
Op een reddingslee
Langs de steile trap
Bewijzen wij hem
De laatste eer
A toboggan is a simple sled which is a
traditional form of transport used by the Innu and Cree of
northern Canada.
© 2018,
John Koster
vrijdag 7 september 2018
Boek
Mijn vingers
Bespelen metalen toetsen
Mijn voeten de pedalen
Loden letters vallen
In netjes uitgelijnde rijen
Vormen zinnen, paragrafen
Herinneringen hebben
Met penseelgekrulde kapitalen
Het boek van mijn leven gevuld
Mijn vingers
Bespelen ivoren toetsen
Mijn voeten de pedalen
Ik trek alle registers open
Volle violen klinken
Trompetten schallen
Partituren hebben
Met sleutels en mollen
Het boek van mijn leven gevuld
Van Uw hand is het slotakkoord
U heeft het laatste woord
Nu kan ik
Het boek van mijn leven
In vertrouwen aan U geven(c) John Koster, augustus 2017, bij het overlijden van mijn vader
woensdag 1 november 2017
Eerlijkheid
Een jaar geleden bezocht
hij een informatiedag van de Nationale Reserve, in defensietermen NatRes. Hij wilde
meer dan alleen vakkenvullen bij de supermarkt. Nieuwe uitdagingen aangaan.
Fysiek bezig zijn. Hij wilde iets betekenen voor de maatschappij. Misschien had
hij een te romantisch beeld voor ogen. Voor hem was het een eerlijke wens.
NatRes vertelde hem dat
hij kon solliciteren.
Dat deed hij.
Hij ontving een pakket
met vragenlijsten, die naar eer en geweten moesten worden ingevuld en
geretourneerd.
Dat deed hij.
De beantwoorde vragen
zouden dienen als achtergrond voor een antecedentenonderzoek. Niet alleen van
hemzelf. Ook van zijn vriendin, ouders, zussen, grootouders, ooms en tantes,
vrienden. NatRes wil weten wat voor vlees ze in de kuip krijgen. Ze wil risico’s
vermijden.
Hij wilde geen informatie
achterhouden of verdraaien. Eerlijkheid, daar ging het om. Want eerlijkheid
duurt het langst. Voor het beantwoorden van een aantal vragen ging hij bij zijn
ouders te rade. Was hij ooit in aanraking gekomen met de politie? Hij had ja
geantwoord. Hij was een keer aangehouden omdat hij ’s avonds zonder licht
fietste.
Maandenlang hoorde hij
niets. Hij belde en mailde. ‘Ja, we zijn met uw dossier bezig,’ werd er
geantwoord. ‘We hebben het druk, personeelsproblemen. U hoort van ons.’
Eind augustus overleed
zijn opa. Vrij plotseling en onverwacht. Hij had er veel verdriet van. Oprecht verdriet.
Eindelijk werd hij
uitgenodigd voor gesprekken en onderzoeken. Het overlijden van zijn opa kwam
ook ter sprake. Hij was er eerlijk over. Het overlijden van zijn opa deed hem
verdriet. Aan het einde van de dag kwam de uitslag.
NatRes trok de conclusie dat de psychologische onderzoeken hadden uitgewezen dat hij niet goed kan handelen in stressvolle situaties. Dit bleek uit de manier waarop hij was omgegaan met de dood van zijn opa. Hij had nog aangegeven dat het verdriet voor hem geen stress betekende. Verdriet is iets anders dan stress.
donderdag 19 januari 2017
Laatste Mens
Maan zou een
springplank zijn. Naar Mars. Misschien Venus of een maan van Jupiter. Verder
weg durfden we niet kijken. Wel kijken en dromen, maar niet gaan. Honderd jaar
hebben we het geprobeerd. De eerste poging tot kolonisatie van Mars in 2031 was
een mislukking. Na drie jaar overleven in een biobubbel moesten de dertig
pioniers noodgedwongen terugkeren naar Aarde. De tweede missie in 2054 werd
vanaf Maan ondernomen. Het was desastreus. Het ruimteschip Earthfinder verdween
van de radar en er is nooit meer iets van vernomen. Ik verloor mijn grootvader,
een oom en een tante. Ik was een kleine jongen. Acht jaar oud.
Kennis ging
verloren. Middelen waren in onvoldoende mate beschikbaar. We gaven het op. Onze
dromen spatten uiteen. Terugkeren naar Aarde was geen optie. We zouden daar
niet lang overleven. Natuurlijk hadden we elkaar, onze gezinnen. Maar het vuur
in ons was gedoofd. Het werd een lijdensweg op Maan.
Een laatste blik
op Aarde. Dat is wat ik wil. Ik ken Aarde alleen van beelden en verhalen. Ik
ben tweede generatie maanbewoner. Aarde is blauw, zoals altijd. De cyclonen en
branden zijn goed zichtbaar, zoals altijd. Zou er nog leven zijn? Insecten
misschien, of diepzeevissen? Ik weet het niet en zal het niet te weten komen. Ik
ben 82 en voel me oud. Mijn lichaam wil niet meer. Mijn geest evenmin. Ik ben
de laatste mens op Maan. Ik blaas mijn laatste adem uit.
****
Earthfinder II
logboek. Aardedatum 2133, 21:43 uur. Baan om Aarde met succes uitgevoerd. Visueel
contact met Maan over 10 minuten mogelijk.
vrijdag 23 september 2016
Sociaal
Wat ben ik druk met van alles en nog wat. Vooral met sociale media. Facebook, Whatsapp, LinkedIn, Blogger. Alles op de smartphone, de laptop of de tablet. O ja, mail gebruik ik natuurlijk ook. Mijn kinderen gebruiken Snapchat, Instagram en misschien nog wel meer waar ik geen weet van heb. Op het werk hebben we nog blueKiwi. En we kijken televisie.
Nadat we zijn overgestapt naar een andere bank, lees Neo, hebben we nu televisie van XS4ALL. We hadden al internet en vast bellen daar, dus nu alles-in-één. Weer een paar tentakels minder. Echter, de tentakels van de sociale media hebben mij nog stevig in hun greep.
De monteur van XS4ALL, die bij ons alles zeer vakkundig heeft geïnstalleerd en uitgelegd, opende mij de ogen. Hij vertelde dat hij thuis geen televisie kijkt en dat hij nu tijd heeft voor allerlei leuke, sociale dingen. Vrienden bezoeken, echte vrienden. Spelletjes doen met de kinderen, echte spelletjes. Je weet wel, aan de grote tafel met een bord, dobbelstenen en pionnen.
Dit afschakelen begint me steeds beter te bevallen. Stiekem denken wij aan een tiny house, off-the-grid wonen. Geen eigen auto meer, maar private lease. Klein is het nieuwe groot. Krimp is de nieuwe groei. Ontspullen en onthaasten. Mensen verklaren ons voor gek. Je moet meer en meer. Economische groei is belangrijk.
‘Jullie takelen af,’ zeggen deze mensen. ‘Nee,’ is ons antwoord. ‘Wij tentakelen af.’
Ik heb een plan, een idee. Het is behoorlijk disruptive en dat past in deze tijd. Eén dag per maand ga ik naar mijn werk zonder smartphone en zonder laptop. Een pen en een schrijfblok zijn voldoende. Dit dwingt mij om met collega’s te praten, ideeën en ervaringen uit te wisselen. Een kop koffie te drinken. Niet de hele dag achter mijn bureau te zitten. Waarschijnlijk komen daar goede dingen uit. Voorstellen hoe we zaken efficiënter kunnen aanpakken.
Een verloren dag? Ik hoop en denk het niet. Ik ga het doen. Ik zal deze dag goed voorbereiden en nadenken hoe ik de uren ga schrijven. Ik heb nog een wbsje kwaliteit.
dinsdag 30 augustus 2016
Neo
Met een knal schiet de stugge kabel los. Ik voel
dat ik naar boven drijf in …. iets. In een soort cocon, of een ei. In water. Vruchtwater.
Ik moet ademhalen maar er zit iets voor mijn mond. Een slang. Met beide handen
trek ik de slang uit mijn lijf. Een golf lucht vult mijn pasgeboren longen. Meer
kabels, tentakels, schieten los van mijn lichaam. Ik leef.
De oude, vertrouwde wereld is verdwenen. De nieuwe
wereld is angstaanjagend. Niet te begrijpen, maar echt. Ik ben Neo.
Sinds een aantal maanden zit ik
in de overstapservice. Ik probeer me los te maken van de oude, vertrouwde bank.
Ik stap over naar Triodos. Dat valt niet mee, overstappen. Het is niet een
kwestie van een druk op de knop. De tentakels zitten muurvast. Vier rekeningen,
vier betaalpassen, twee creditcards en twee kredietlimieten proberen
angstvallig het overstappen te verhinderen. Ik zal de strijd niet verliezen.
De overstapservice, die Triodos
biedt, werkt goed. Afschrijvingen worden automatisch gedaan van mijn nieuwe
rekening. Bijschrijvingen moet ik zelf regelen. Gelukkig is dit aantal beperkt.
Salarissen, belastingteruggaves, kinderbijslag. Ik heb dertien maanden de tijd.
Om oude rekeningen te kunnen
opheffen, moet er voldoende saldo op staan. Er kunnen nog kosten aan verbonden
zijn. Rood staan mag niet meer. Zonder enige mededeling zijn de creditcards
geblokkeerd. Ze zijn gekoppeld aan de oude bank. Ik krijg een dreigmail. Ik moet
het saldo op mijn rekeningen aanvullen. Ik houd niet van dreigementen. Ik bel
de oude bank.
Dit is het hoofdmenu. Om u zo snel mogelijk
van dienst te kunnen zijn, vragen we u uw rekeningnummer en pasnummer gereed te
houden. Dit gesprek kan worden opgenomen voor trainingsdoeleinden. Maak nu uw
keuze. Een ogenblik geduld alstublieft. Al onze medewerkers zijn in gesprek. U wordt
zo spoedig mogelijk geholpen. Het is drukker dan u van ons gewend bent. De
wachttijden kunnen oplopen. U kunt uw vraag ook stellen op onze website aan
onze virtual assistant. Er zijn meer dan twintig wachtenden voor u. Probeert u
het later nog eens. De verbinding wordt verbroken.
Nog één rekening te gaan. De laatste
tentakel. Angst voor het loslaten van de oude wereld weerhoudt mij. Ik wil
zekerheid. Ik bel de nieuwe bank.
Goedemiddag. Triodosbank Nederland. U spreekt
met Jeroen.
dinsdag 16 augustus 2016
Perfect timing!
Ik bel voor de derde keer. Ik houd het knopje iets langer vast dan de vorige twee keren. We worden ongeduldig. We zijn moe van de reis en willen ons graag installeren in onze kamer voordat we de stad in gaan.
We horen
gestommel achter de voordeur en een zacht gemompel. Ik meen dat er ‘yes, yes,
I’m coming’ wordt gezegd. Een sleutel wordt aan de binnenkant van de deur in
het slot omgedraaid. Klinken worden boven en onder weggeschoven en een ketting
uit de sleuf gehaald. Ongetwijfeld worden we door het oog in de deur bespied.
De deur wordt met luid gepiep geopend.
‘Ah, perfect
timing!’ Een Oost-Europees accent.
Ze zuigt gulzig
een lange trek uit haar sigaret en blaast de rook langs onze hoofden naar
buiten. Slierten onverzorgd en vet haar vallen over haar wangen tot op haar
schouders. Met één hand frommelt ze haar groezelige ochtendjas iets verder
dicht. Aan haar blote voeten draagt ze versleten pantoffels. In de gang achter
haar staat een wit mormel te grommen. Het is 6 uur ’s middags.
‘Perfect timing, perfect timing. I was expecting you. Come
in, dears. You’re from Holland, right? I have the family room for you. It is
almost ready. Do come in. Perfect
timing!’
Ze schuifelt door
de lange gang en wij volgen haar maar. Het witte mormel krabt en snuift achter
ons aan. Ze opent de deur van onze kamer. Er staan drie bedden. De deuren van
de kledingkast hangen scheef aan de scharnieren. Vlekken in het vaalgrijze
tapijt. Voor het raam, dat open staat, hangen oude ooit witte vitrages. Onze tassen
ploffen op de grond. Ze neemt nog een trek van haar sigaret. Het witte mormel
springt tegen ons op. Budget B&B in een gezellige wijk net buiten het
centrum van Londen, stond in de advertentie.
‘I still have to
make the beds, dears,’ roept ze terwijl ze het witte mormel achteloos een trap
geeft. Jankend verlaat het onze kamer.
Wij zeggen dat
dit niet zo erg is. Over een uur moeten we al bij de theaterzaal zijn. Veel
tijd om te rusten of ons even op te frissen hebben we niet. We zijn blij dat we
het pand kunnen verlaten. We zeggen dat we verwachten om middernacht terug te
zijn.
‘No problem.’
Rond middernacht komen we terug bij onze B&B. De terugweg in de
Underground speelt één regel continue door onze hoofden: ‘I’m Martin Guerre. I
don’t live here but over there.’ Een
mooie musical in het prachtige Prince Edward Theatre. Zachtjes openen we de
voordeur met de sleutel die we van onze landlady hebben gekregen. Ze staat ons
in de gang al op te wachten. Aan haar uiterlijk is niets veranderd. Een sigaret
in de hand. Het witte mormel gromt.
‘Perfect timing! Everything is fine. I
just have to make the beds. It won’t take a minute. Would you like a cup of
tea?’
We knikken. Een kopje thee gaat er wel in. Maar doe eerst de bedden,
proberen we beleefd. We lopen onze kamer binnen. Het witte mormel schiet langs
ons en rent als een gek rondjes door de kamer, over de bedden, onder de houten
stoelen door, onderweg witte haren op onze bedden achterlatend.
Drie musicals en twee nachten in onze B&B rijker zitten we in het
vliegtuig terug naar huis nog na te genieten. Uit volle borst trakteren we onze
medepassagiers op: ‘I’m Martin Guerre. I don’t live here but over there.’ Precies
op tijd landen we op Schiphol.
‘Perfect timing!’ roepen we in koor.
zaterdag 30 juli 2016
zondag 13 maart 2016
Suikerspin
Mijn kinderen op de rotsen aan de Bretonse kust.
‘Mam, mogen we
een suikerspin?’
‘Uhm, jawel. Of
heb je liever een steekijsje? Dat is iets verderop. Een suikerspin is heel
ongezond. Ziet er aan de buitenkant mooi en smakelijk uit, maar is een grote
hap gebakken lucht en suiker.’
‘Nee, toch liever
een suikerspin.’
Vanavond willen
we niet te moraliserend zijn. Dus.
‘Oké, hier heb je
geld. Ga zelf maar in de rij staan.’
Het is altijd
gezellig en druk op Noorderzon, het muziek- en theaterfestival in het
Noorderplantsoen in Groningen. Wij wonen op loopafstand. Vanavond zijn we op de
fiets. Het is altijd leuk om een beetje rond te lopen, iets te drinken en te
eten, een praatje te maken met vrienden en kennissen, zo mogelijk een
voorstelling te bezoeken.
Donderdag 25
februari bezoek ik de talkshow in Groningen. ’s Morgens. Ik kan niet uitleggen
waarom, maar de sfeer is gespannen. De bedoeling is goed. Een interessante
klant is uitgenodigd. Met een komische noot wordt een aantal zaken van de
afgelopen periode aan de kaak gesteld. De gehele familie Barbapapa komt langs. De
humor landt niet bij dit publiek. Dat kun je zo hebben.
Het is gezellig
druk op het Bretonse festival. Veel muziek en folklore. Dansende meisjes in
klederdracht, een demonstratie van het winnen van zeewier uit zee, dat wordt
gedroogd en dient als brandstof. Veel mosselen, crêpes en appelcider, heel veel
appelcider. En op een prachtige locatie dicht bij de bekende ruige kust. Onze
kinderen kunnen zich niet bedwingen om de rotsen te beklimmen. Zoals gewoonlijk
zijn we ze snel uit het oog verloren.
Als de kinderen
weer boven zijn, lopen we een laatste ronde over het terrein, op zoek naar iets
lekkers. We komen bij een kraampje waar ze een soort suikerspinnen verkopen.
Toevallig. Een festival met suikerspinnen. Ik wil graag twee bestellen voor
onze dochters, maar suikerspin staat niet in mijn kleine woordenboek
Nederlands-Frans. Wel spin,
araignée en suiker, sucre. Ik
wil niet afgaan, dus ik ga heus niet ‘deux araignées de sucre’ bestellen. Ik wijs het aan en vraag in mijn beste Frans, ‘qu’est-ce
que vous appelez la?’, hoe zo’n ding heet.
‘Barbapapa,
monsieur.’
‘Comment?’ Vraag
ik verbaasd. Heb ik het goed verstaan?
‘Barbapapa.’
‘Uh, bien, deux s’il
vous plaît.’
Eenmaal weer
thuis van onze vakantie in Bretagne zoek ik het op. Suikerspin. Barbe à papa.
Letterlijk betekent dit: de baard van papa. Nu begrijp ik ook de overeenkomst
tussen Barbapapa en een suikerspin. Roze, mooi van buiten, maar van binnen is
het niets. Slappe hap, geen ruggengraat.
Toeval?
maandag 22 februari 2016
Overstag
Volgens Van Dale:
over·stag (bijwoord)
1 overstag gaan (a) (scheepvaart) wenden; (b) van mening veranderen
Het is een mooie zondagmiddag. We hebben een polyvalk gehuurd en
hiermee kunnen we vier uur lang met ons vijven op het Paterswoldsemeer zeilen
onder de bezielende leiding van onze zoon van zestien. Hij heeft leren zeilen
op scouting en hij weet precies wat er moet gebeuren. Wij volgen zijn
instructies op. Er is maar één kapitein op het schip. Hij bepaalt wanneer wie
aan welk touw moet trekken en wanneer we van de ene kant van de boot naar de
andere moeten. En kijk uit voor de giek, anders lig je zo overboord. Vooral het
overstag gaan vraagt oplettendheid en discipline. Een aantal keren komen we
recht op de kust af en gaan op het juiste moment overstag. Dit geeft een
fantastisch gevoel. Het is een spectaculaire middag en voor herhaling vatbaar.
Ik ga overstag en dit geeft een allesbehalve fantastisch gevoel. Ik
ben niet trots op mezelf en schaam me een beetje omdat ik de energie niet heb
om de strijd aan te gaan. Ik zal de verplichte vrije dagen gaan inplannen. Het
schijnt dat de werkgever dit de werknemer mag opleggen. Ergens in de
arbeidsvoorwaardengids staat dit. Eigenlijk wil ik een tegenvoorstel doen. Ik
heb het tot in detail uitgedacht, maar ik durf het niet aan. Misschien volgend
jaar.
Dit betekent dat ik moet schipperen met mijn vakanties. Ik moet
overwegen om in de zomer iets minder dagen vrij te nemen om in de herfst- of
kerstvakantie ook nog een weekje weg te kunnen. Wij houden van vakanties,
andere landen bezoeken, actieve dingen doen. Ik heb een goede balans gevonden
tussen werk en privé. Iets dat de werkgever zeer belangrijk vindt. Ik heb geen
stuwmeer, houd meestal geen verlofdagen over. Vorig jaar moest ik zelfs al
dagen opnemen van dit jaar.
Ik zal dit jaar niet tegenstribbelen. De werkgever dwingt mij
overstag te gaan. Ik ga liever onder aansturing van mijn zestienjarige zoon
overstag op het Paterswoldsemeer. Hij toont natuurlijk leiderschap in de dingen
waar hij goed in is.
Het is een paar maanden later en onze zoon gaat op een grote
driemaster een half jaar de wereld over. Hij zit in de vierde klas van het
gymnasium en zal zijn schoolwerk en het harde werken aan boord combineren. Een zware
klus, maar hij zal het kunnen. Hij zal vaak overstag gaan. Ik ben trots op mijn
zoon.
vrijdag 18 december 2015
woensdag 16 december 2015
Stairway To Heaven [Top2000]
Stepping on stones
Trying for the top
Agonizing
Inspiring
Raging
Whispering winds
Anticipating
Yearning
Two roads to go by
One up one down
Hedgerow of bones
Echoing
Ancient
Voices
Everything turns to gold
New day is dawning
Abonneren op:
Posts (Atom)












