Over mij

Mijn foto
Groningen, Netherlands
Ik ben John Koster. Geboren in 1960 in Canada. In 1965 naar Nederland verhuisd. Getrouwd, 3 kinderen (zoon 1997, 2 dochters 2003). Eind 2009 begonnen met schrijven. Alle bijdragen op deze weblog zijn door mij, onder eigen naam of Papagoose, geschreven, tenzij uitdrukkelijk door mij anders vermeld. Mijn profielfoto is een afbeelding van een grote Canadese gans en is gemaakt door Andreas Trepte www.photo-natur.de bron: Wikipedia.

maandag 15 december 2014

Bezit

Onze buren rechts hebben een heggenschaar. Een oudje, dat gewoon zijn werk doet. Niets bijzonders. Wij hebben, toen we in dit huis kwamen wonen, een nieuwe heggenschaar gekocht. Van een goed merk, met uitschuifbare handgrepen, zodat we de vervelende hoeken goed kunnen bereiken. Onze buren aan de linkerkant hebben een elektrische heggenschaar. Met groot gemak glijdt deze door de heg. Hij maakt wel veel lawaai en mist de charme van de knipbeweging. Deze buren wonen op de hoek en hebben meer heg dan wij en onze rechterburen.

Met onze buren delen wij de heggen. Wij delen niet onze heggenscharen. We bezitten elk onze eigen. Maximaal vier keer per jaar worden de heggen bijgeknipt. Dan worden de drie scharen uit de kast of de schuur gehaald.

Onze buren links hebben een handbediende grasmaaier. Wij ook. Onze rechterburen hebben een elektrische. We snappen niet zo goed waarom. Hun gazon is niet groter dan het onze. Wij hebben een elektrische grasknipper. Om de randjes keurig bij te houden. Dat dan weer wel.

Wij delen niet onze gazons en dus ook niet onze grasmaaiers.

Op mijn werk hebben we flexwerkplekken. Van een aantal gebouwen worden de huurcontracten opgezegd. We werken meer thuis en delen onze werkplekken. Eigen spullen laten we niet op de bureaus achter. Morgen kan er wel iemand anders zitten. Laptops kunnen ’s avonds worden meegenomen of veilig opgeborgen in een kluis met pincode. De kluisjes worden gedeeld. Er zijn niet genoeg voor iedereen.

Mijn werkgever moet de kosten in bedwang houden. Op de kleintjes letten. Hij streeft naar minder bezit. Werknemers moeten vaker zelf voor de benodigde spullen zorgen. Het bring-your-own-principe.

Misschien is het de leeftijd. Vroeger wilde ik eigen dingen. Zelf voor gespaard, zelf gekocht. Maar de spullen stapelen zich op en drukken op mijn schouders. Ik wil streven naar minder bezit. Wat mijn werkgever kan, kan ik zelf thuis ook. Ik weet nog niet zo goed hoe ik het moet aanpakken. Een praatje met de buren kan geen kwaad.

Wij hebben een Kärcher terrasreiniger met hogedrukspuit. Hooguit eens per jaar wordt hij gebruikt. Ook handig om de fietsen schoon te maken of de wielkasten van de auto.

De buren mogen hem wel lenen.

vrijdag 28 november 2014

Levensloop Top10 (1)

klik om te luisteren
1963 The Marvelous Toy - Tom Paxton
Tijdens de eerste jaren van mijn leven in Canada was muziek belangrijk.
Mijn voorliefde voor folk is toen begonnen. Ik groeide op met Peter, Paul & Mary en Ian & Sylvia. Ik heb de lp’s onder mijn hoede.
Ook heb ik een singletje, ruim 50 jaar oud, van Tom Paxton met het liedje The Marvelous Toy. Als ik het nu hoor, dan kan ik het nog feilloos meezingen.
Dit is een live versie door Peter, Paul & Mary.



Ik schreef er dit gedicht bij.

Wee little lad

Het schokt en rijdt
langs stoel en kast

proest en glijdt
verrast
mij telkens weer

ik zing mee
woord voor woord

het plaatje
heb ik zeker wel
tienduizend keer
gehoord

(c) gepubliceerd in 'Magische blaadjes', 2013; Boekscout.nl

donderdag 9 oktober 2014

Dat mag niet

Zaterdag zou de laatste zomerse dag worden. Een goede gelegenheid voor ons om een rondje provincie te fietsen. Na de kinderen bij scouting te hebben afgeleverd aan het Reitdiep fietsen wij door richting Garnwerd. We hebben de wind in de rug en peddelen rustig over de bekende fietspaden en B-weggetjes door de mooiste dorpen van de provincie Groningen. Het terras van Café Hamming is het doel.

Het lijkt alsof ik deze drie woorden de laatste tijd vaker hoor: dat mag niet. Misschien let ik er meer op. Het is net als met een nieuwe auto. Heb je een bepaald type aangeschaft, dan zie je deze ook regelmatig rijden.

In Nederland mag veel niet. We hebben overal regels voor. Gisteren hoorde ik het ongelooflijke verhaal dat vanaf 1 januari 2015 kalveren, die bestemd zijn voor consumptie en lichter dan 36 kilo en/of ouder dan 35 dagen zijn, geweigerd worden op verzamelplaatsen. Het gevolg is dat kalveren die te licht of te oud zijn dan maar worden vernietigd.

‘U hebt een kalfje van 34 kilo? Dat mag niet.’

Ik maak mij er ook schuldig aan. Thuis en op mijn werk. Ik ga de thermometer in mijn eigen gedrag en dienstverlening steken. Mezelf een spiegel voorhouden. Elke keer als ik mezelf hoor zeggen:

‘Dat mag niet’, ga ik nadenken:

‘Waarom zeg ik dit nu? Is het wel terecht? Heeft mijn kind of mijn klant wellicht een punt?’

We zijn geneigd te hechten aan bestaande, vertrouwde werkwijzen. Maar de wereld verandert. Het enige dat blijft is de verandering. Ik moet voortdurend zaken zelf regelen. Het wordt niet meer voor me gedaan. Ik ben verantwoordelijk. Informatie wordt mij niet meer aangeleverd. Ik moet het zelf halen. Ik kan het niemand kwalijk nemen als ik iets mis. Alleen mezelf.

Het is druk op het terras. De plekjes in de zon zijn bezet. We vragen de serveerster of we een tafel mogen verschuiven zodat wij in de zon kunnen zitten.

‘Dat mag niet. De tafels laten we staan.’

We pakken twee stoelen en zetten ze in de zon. Onze drankjes en hapjes houden we wel in de hand. Over stoelen verplaatsen heeft ze niets gezegd. Dat mag wel.

donderdag 28 augustus 2014

Ice Bucket

Wacht! Even terug naar de basis. Ik ben de draad kwijt.

Ik ben genomineerd. Niet voor de Nobelprijs voor de vrede. Niet voor de AKO literatuurprijs, of voor de titel dichter des vaderlands. Nee, voor wat eigenlijk? Als ik wil doneren, moet ik dan wel of niet een emmer met ijswater over mijn hoofd gooien? Ik dacht dat de bedoeling was dat je doneert en dan dus niet die emmer hoeft leeggooien. Ik zal het wel verkeerd begrepen hebben.

Een filmpje op Facebook van mij met ontbloot bovenlichaam zal er niet komen. Andere mensen moeten dat voor zichzelf uitmaken. En ik nomineer niet. Of ik doneer is mijn zaak.

Twee maanden voor ons trouwen, nu bijna 26 jaar geleden, overleed mijn schoonvader. Nog geen twee jaar daarvoor was de diagnose gesteld. ALS, Amyotrophic Lateral Sclerosis. Binnen de familie had niemand er van gehoord. De vooruitzichten waren slecht en dat is gebleken.

Mijn schoonvader heeft onze trouwerij niet gehaald. Natuurlijk had hij er graag bij willen zijn, maar het ging niet meer. Hij was niet bang voor de dood, maar zijn grootste angst was dat hij door verstikking zou sterven. ALS tast de spieren aan, veroorzaakt door degeneratie van het zenuwstelsel. Bij hem begon het met slecht lopen. Moeilijk slikken, ademhalen en praten.

Op het laatst zat hij in een rolstoel en communiceerde met ons via een klein apparaatje. Met één vinger typte hij woorden die op een smal strookje papier werden afgedrukt. In de nacht van 10 oktober is hij rustig ingeslapen. Het was goed zo.

ALS is een rotziekte. Er is veel geld nodig voor onderzoek.

Een aantal jaren geleden schreef ik dit gedicht.


Pa

Dag pa,
ik heb een belangrijke vraag.
Hoe zou je het vinden
als ik met je dochter
trouwen ga?

Gekluisterd
aan rolstoel en bed.
Zijn lichaam dat,
door ziekte gebroken,
naar zijn heldere geest
niet meer luistert.
Verdriet.
Onuitgesproken.

Zijn ogen spreken.
Plezier.
Het antwoord verschijnt,
met één vinger
zorgvuldig getypt,
op een flinterdun
wit strookje papier:

ik vind het goed ik mag je graag.


(c) Het gedicht 'Pa' is gepubliceerd in de gedichtenbundel 'Magische blaadjes'; uitgeverij Boekscout.nl

dinsdag 19 augustus 2014

Bretagne (5): Le Mystère


Kijk!
Kijk daar. Ssssst!
Wat? Waar?
Daar. Zie je dat grote stuk beton bovenop? Daaronder zie je een klein donker holletje.
Ik zie niets.

Er gaat iets gruwelijk mis. Ik verlies de controle.

Twee dagen ben ik vertroeteld door de monteurs. Het defecte onderdeel is vervangen. Het motor management systeem is gereset. Ik ben er aan toe om naar huis te gaan, terug naar mijn eigenaren.
We zijn halverwege als het bewuste lampje weer gaat branden. Dit kan niet waar zijn. Wat heb ik verkeerd gedaan?

Daar bij die tak.
Achter de tent.
Kijk! Je ziet zijn kopje. Hij is heel snel.
Ja, ja, ik zie hem.
Nu is hij weer weg.

We rijden terug naar de garage. Het feest begint opnieuw. Uitzoeken wat er fout kan zijn. Mijn ingewanden er uit. Ik heb het idee dat de monteurs het ook niet meer weten. De gehele dag zijn ze bezig mij binnenste buiten te keren. Een aantal van mijn levensaders wordt vervangen. Er worden proefritjes gemaakt. Het is een nachtmerrie.

Zou hij een nestje aan het bouwen zijn?
Hij is zo druk bezig.
Nu loopt hij daar weer.
En floep, weg is hij.
Wat is het eigenlijk voor beestje?

Het is donderdag. Ik ben al vier dagen van huis. Eerst leek het een goede aanpak. Nu heb ik mijn twijfels. Ik verlang naar mijn gezinnetje. Zelfs de volle achterbank, vieze schoenen op de matten, de fietsendrager met fietsen achterop. Ik doe er een moord voor.

Het lijkt een hermelijn.
Of een jonge fret.
Ik weet het niet precies.
Misschien een martertje.

Ja! Eindelijk. Thuis.
Wanneer ze naar buiten komen om me te begroeten, sla ik mijn ogen neer. Ik schaam me. Zouden ze me nog wel willen hebben? De tijd zal het leren. Ik houd me gedeisd.

Kijk!
Kijk daar. Zachtjes!
Wat? Waar?
Daar. Onder de heg. Vlakbij de voorwielen. Het lijkt wel een holletje.
Ik zie zijn kopje.
Het zal toch niet…..?

donderdag 14 augustus 2014

Stapelmens


 

Ik zoek
Een grote steen
Een kei als fundament
Dit zijn mijn benen
Voor elke stap
Elke schop en sprong

Ik kies
Een sterke steen
Een rots als buik
Dit is mijn gevoel
Voor elke kramp
Elke vrees en vlinder

Ik vind
Een hart van steen
Dit ben ik als kind
Voor elke liefde
Elk geluk en verdriet
Voor elke lach en traan

Ik neem
Een ronde steen
Een kiezel als hoofd
Dit is mijn verstand
Voor elke keuze
Elk idee en plan

Ik zet
Een platte steen
Voorzichtig bovenop
Als pet

Ik maak
Een stapel stenen
Op een stabiele plek
Dit is mijn leven
Schijnbaar in balans
Het maakt mij mens
Of stapelgek


woensdag 13 augustus 2014

Bretagne (4): Le Vengeur

                   Gent

Dacht je werkelijk dat je me kon paaien met die idiote sticker? Ik heb de twee weken in Bretagne duidelijk laten blijken dat ik het liefst direct weer naar huis wilde. Maar je luisterde niet. Jullie hadden belangrijkere dingen te doen. En het argument dat mijn voorouders uit Frankrijk komen en ik me dus daar wel thuis zou voelen doet me niets.

Luister. Ik kan je voorspellen dat de campingbaas gelijk gaat krijgen. Let maar op.

De reis naar huis gaat vlekkeloos.
Wat is Gent een leuke stad.
We zijn verbaasd.
De auto is tiptop in orde.
Geen rare geluidjes. Geen startproblemen.

De eerste week thuis houd ik me nog in. Ik geniet van de rust op mijn eigen parkeerplaats in de mij zo bekende straat. Heerlijk!

Het is zaterdag en weer wordt mijn laadruimte volgestouwd met campingspullen. Tot overmaat van ramp krijg ik de loeizware fietsendrager op mijn trekhaak en daar komen de twee kinderfietsen op. Ik kan bijna niet meer op mijn benen staan. Gaan we nu weer voor langere tijd op pad? Ik kan er niet meer tegen.

De meiden gaan een week op scoutingkamp.
Alles gepakt en ingeladen.
Fietsen mee.
Ze zijn er helemaal klaar voor.

Ik werk zo lang mogelijk mee. Maar als ik in de bossen over een zandpad wordt gestuurd en tot aan mijn achteras door een plas stuiter is mijn geduld op. Ik besluit in te grijpen.

Als we bijna weer thuis zijn hoor ik een piep.
En er gaat een lampje branden.
Zal wel niets zijn.
De auto parkeren en geen aandacht aan schenken.

Gedurende de tocht naar huis heb ik kunnen nadenken wat ik zal doen om er voor te zorgen dat ik in ieder geval een paar dagen terug kan naar de plek waar ik ben opgegroeid. De garage waar ik vandaan kom. Niet waar ik gemaakt ben, maar wel waar ik mijn eerste jaren heb doorgebracht. Daar kan ik uitrusten en eens goed nadenken wat ik verder wil in mijn bestaan.

Gele auto!
Heeft hij de Wegenwacht gebeld in plaats van mijn eigen garage. Dat is niet de bedoeling. Ik doe net of mijn neus bloedt, figuurlijk gesproken natuurlijk. Ik zorg er voor dat de gele man snel de storing kan verhelpen en zijn biezen pakt. Niets aan het handje, denkt iedereen. Prima.

Een storing in het motor management systeem.
Resetten en klaar.
Alsjeblieft, stoppen nu.
Het spijt me, echt.

Eindelijk. Na een paar uur wachten arriveert de bekende auto met de bekende monteurs. De storing kan in mijn eigen garage worden hersteld. En nu definitief. Mijn besluit staat vast. Na vandaag zullen mijn lieve eigenaren me nog wel een aantal jaren willen houden. Anders zijn de gemaakte kosten voor niets geweest. De campingbaas heeft gelijk gekregen. De cirkel is rond.

Ma vengeance est douce.